Hoe Jan een zeer diepe, chronische depressie uiteindelijk overwon

 

 

> Moeite met een lang artikel? Je kunt ook gelijk naar deel II, Jan’s verhaal.

Onderstaand artikel en foto’s: ©Jan van der Mooren.

 

Tegen het depressiemonster – vóór het leven

 

Enkele opmerkingen vooraf

In het navolgende (deel I) start ik met een min of meer filosofische uiteenzetting van mijn mensbeeld. Die uiteenzetting is in zoverre van belang dat deze de achtergrond is waartegen het persoonlijke verhaal dat erop volgt moet worden gelezen om ten volle te kunnen meekrijgen wat ik ermee bedoel aan te bieden. Mocht mijn lezer moeite hebben met het lezen van beschouwingen, dan kan ook meteen met deel II, mijn verhaal, begonnen worden.

Als ervaringsdeskundige die heeft geleden aan diepe, ernstige depressie en ervan is genezen, ben ik sterk gemotiveerd om te vertellen over mijn ervaringen met- en visie op die vreselijke, nog altijd veruit onderschatte aandoening. De nadruk in wat ik te vertellen heb, ligt erop dat ik genezen ben en dat is meteen ook de oorsprong van mijn motivatie om er over te vertellen.  Ik hoop dat mijn verhaal en de inzichten die het mij heeft opgeleverd aanknopingspunten bieden voor mensen die op dit moment lijden aan depressie. Aanknopingspunten die jullie helpen in je eigen strijd voor een gezond leven, vrij van depressie. Ik hoop dat ik hoop kan geven, en heel concreet ook tips, dat het een voorbeeld mag zijn van de belofte dat depressie niet hoeft te overwinnen, dat er een leven mogelijk is voorbij de depressie.

 

Deel I

 

Waarom ik mijn verhaal vertel zoals ik het vertel – uiteenzetting van mijn mensbeeld

Om over depressie te spreken, gebruik ik verschillende metaforen, welke me het gevoel geven dat ik echt kan vertellen waar het over gaat. Ik vind dit belangrijk in twee opzichten: ten eerste heb ik veel onwetendheid over depressie ontmoet, zowel bij mensen die eraan lijden als bij mensen die dat gelukkig niet doen. Ik denk dat het uiterst belangrijk is dat er zoveel mogelijk kennis over is, niet alleen vanuit de hoek van professionele begeleiding en medisch onderzoek naar oorzaken en remedies, ook vanuit mensen die weten hoe het is en die weten wat er tegen gedaan kan worden vanuit persoonlijke expertise. Ten tweede weet ik dat het in de beleving van iemand die aan depressie lijdt verschil maakt om te ervaren dat anderen echt begrijpen hoe het voelt. Mijn verwachting is dus dat het met behulp van metaforen beter lukt om deze twee doelen te realiseren.

Persoonlijk

Ik zou er een stevige (geldelijke) investering voor over hebben, als ik precies kon ver-tellen wat de ene, voor iedereen werkende remedie tegen depressie is. Helaas is dat niet het geval.

Ik noem depressie vaak ‘het monster uit de diepte’ of kortweg ‘het monster’.  Dit monster heeft vele koppen, waarmee ik bedoel dat het een monster is dat zich ontwikkelt in de individualiteit van de persoon waarvan het bezit neemt. Anders gezegd, ‘depressie’ is zelf een metafoor waarmee het overeenkomstige van de aandoening wordt aangeduid.

Dat overeenkomstige kom je tegen in de vorm van vragenlijstjes met behulp waarvan je kunt testen of je reden hebt om naar je huisarts te gaan met het idee dat je misschien depressie hebt. Maar het lastige zit ‘m erin dat de checklijstjes alleen over het lichaam van het monster gaan en niet over de koppen. Er bestaan geen algemene checklijstjes voor ieders specifieke persoonlijke samenstelling. Ieder mens heeft een eigen voorgeslacht, een eigen lichaam, eigen familie, eigen ervaringen vanaf het allerprilste begin – waarschijnlijk reeds in de baarmoeder – een eigen genetisch ‘bouwplan’. Iedereen ontwikkelt zich vanuit de eigen biologische manier waarop men ontstaat, groeit, ter wereld komt, in eigen omstandigheden die van moment tot moment wisselen tot hoe men er op dit moment is.

Het is een gegeven en tegelijkertijd vaak een open deur dat ieder mens uniek is en toch vrees ik dat op depressie gerichte behandelingen daar niet altijd voldoende rekening mee houden. Ieder mens is uniek = eenmalig = niet herhaalbaar, en dat heeft als consequentie dat depressie dat ook is, want het ontwikkelt zich in de unieke persoon met de persoon mee in diens ontwikkeling en vervlecht zich met de persoon, met diens identiteit, met hoe iemand zichzelf ervaart, met hoe deze ene persoon in zijn of haar ene, unieke, leefwereld staat. Depressie heeft algemeen herkenbare symptomen die in veel gevallen via ontwarring van de vervlochtenheid in unieke personen uiteindelijk van zijn ondermijnende, etterende, zwerende, ik zou haast zeggen ‘kankerende’ werking kan worden ontdaan.

Lichamelijk

Vanuit onder andere de filosofie van Axel Honneth ben ik tot de overtuiging gekomen dat er in de Westerse cultuur een al te eenzijdig mensbeeld heerst van (in mijn eigen woorden) ‘de mens als individu te midden van andere individuen, waarbij al die individuen als geïsoleerde deeltjes los van elkaar bestaan en contact altijd een soort van ‘elkaar raken’ van die losse deeltjes is’. ‘Al te eenzijdig’ omdat ik denk dat er voldoende reden is om anders aan te kijken tegen wat wij als mensen zijn. Ik ben – om te beginnen – een samensmelten van een zaadcel en een eicel, waarmee er 23 chromosomen van mijn vader en 23 van mijn moeder met elkaar zijn versmolten, waarin hun voorgeslacht vertegenwoordigd was.

Lichamelijk ben ik dus begonnen als mijn vader en mijn moeder en hun voorouders. Toen ik ontwikkelde in mijn moeders lijf, stroomden met haar bloed de lucht die zij inademde en het voedsel dat zij tot zich nam door mij heen. En ik werd groter en groter en werd zo de eenmalige hernieuwde uitdrukkingsvorm van al wat door mij heen ging. Wat mijn moeders lichaam mij gaf, liet sporen na in mij. Zonder haar voeding zou ik nooit hebben kunnen ontwikkelen en wat me voedde, is in een nieuwe vorm tot uitdrukking gekomen als dat jongetje dat op een dag ter wereld kwam en vanaf die dag zelf ging ademen en via zijn mond gevoed ging worden en later zichzelf ging voeden en zodoende bleef doorontwikkelen tot steeds en steeds en steeds weer een nieuwe vorm. En al wat door mij heen ging, is er nog of is weer verstroomd en iets anders geworden, zoals bijvoorbeeld de huidcellen die ik steeds verlies, de haren die uitvallen en de nagels die ik afknip.

Het lichaam dat ik ervaar en waarmee ik leef en dat door anderen kan worden ervaren, heeft zich ontwikkeld en doet dat nog steeds en zal dat doen tot aan onze dood via een proces van stofwisseling. Om te beseffen wat dat betekent, zou men daar eens diepgaand over moeten nadenken (met een klassiek filosofische term: contempleren, zeg maar zó diep ergens over nadenken en iets zó diep tot je laten doordringen, dat het op meditatie lijkt). We nemen steeds voedsel tot ons, we drinken, we ademen voortdurend en binnen in ons is een nooit stoppend stofwisselingsproces gaande. Via onze longen en ons spijsverteringsstelsel en onze bloedsomloop neemt ons lichaam helemaal tot op het niveau van de cellen waaruit wij bestaan tot zich wat erin komt, zet het stoffen om in weefsel, enzymen en wat niet allemaal en het geeft onbruikbaar materiaal weer af.

En dat gaat maar door, ook op dit moment, nu ik zit te typen, ook als ik slaap. Zo word ik nieuwe uitdrukkingsvorm van al wat door mij heen gaat. Ik ‘ben’ wat ik at, dronk en inademde en in eerste aanhef ‘ben’ ik mijn moeder en mijn vader en via hen hun voorouders. Ik ‘ben’ ook vandaag nog wat mijn moeder at en dronk en ademde en zelfs wat ooit door mijn vader heenging. Ik zet ‘ben’ tussen aanhalingstekens, omdat het er in het normale spraakgebruik op lijkt dat wanneer we zeggen dat iets dit of dat of zus en zo ‘is’, dat we dan bedoelen dat iets onveranderlijk zo ‘is’. Maar nee, we maken deel uit van een ontwikkelingsproces, we zijn er zelf een. En dat proces gaat voort, elke seconde van elke dag dat ik leef. Ik leef wat mij voedde en bijdroeg aan mijn eenmalige vorm doorheen de tijd en de ruimte waar het zich voltrekt en als onderdeel ervan. Ik ‘ben’ combinatie van het onafzienbare dat was en er nog is doordat ik het vandaag voortleef.

Voor mijn benadering van depressie is deze zienswijze belangrijk, omdat het een bevrijdend inzicht is.

Wat zich ontwikkelt, is niet definitief, het ligt niet vast. Elk moment, elke fase in de ontwikkeling kan er iets in de ontwikkeling worden ingebracht wat invloed heeft op het proces.

Als ik vandaag begin met roken, dan zullen alle cellen van mijn lichaam daardoor langzaam maar zeker worden aangetast of andersom, wanneer een roker stopt, zal het lichaam langzaam maar zeker worden gezuiverd van het gif dat er gedurende de jaren dat men rookte mee werd verweven, zal na vele jaren eruit verdwenen zijn.

Geestelijk

Op dezelfde manier zie ik ook mijn ‘geest’. Ik weet wel, er zijn allerlei metaforen om aan te duiden wat ik hier ‘geest’ noem en er bestaat zelfs strijd over de vraag of er wel zoiets als ‘de geest’ bestaat. Ik laat al die discussies hier voor wat ze zijn en stel dat er ‘iets’ is, een entiteit, een ervaring van continuïteit welke voor mij mijn ‘ik’ is, niet om gelijk te hebben, maar om – hopelijk – functioneel te kunnen spreken in het belang van genezing van mensen die lijden aan depressie. Wel, mijn geest ontwikkelt zich als mijn lichaam: ik kan me niet eens een begin van een voorstelling maken van de hoeveelheid ‘voeding’ die door mijn geest heengaat en in en met mijn ‘geestelijke zijn’ in het hier en nu nieuwe vorm aanneemt.

Ook dat begon al in de baarmoeder of eigenlijk nog veel eerder. Mijn moeder die mij droeg, maar ook mijn vader in wie ik voor de helft van mijn genetische- en materiële oervorm tot ontwikkeling kwam, hebben zelf een veelheid aan geestelijke – of zo je wilt ‘mentale’ – toestanden doorleefd, invloeden van anderen ondergaan, zich gevoed met wat binnenkwam in hun geest en zich gevormd met wat erin is achtergebleven. En dan zijn daar de stemmingen geweest die mijn moeder heeft gehad tijdens de zwangerschap, de geluiden die ik gehoord heb, de tactiele ervaringen die ik heb opgedaan…

Toen ik geboren werd, heb ik pijn gehad, ik heb kou gevoeld, ik heb gehuild, ik heb zin in eten gehad, darmkrampjes en de ervaring van een warm lichaam dat me koesterde. Ik heb zachte, lieve woordjes gehoord, ik heb gepraat opgevangen waarin allerlei intenties, gevoelens, ladingen en stemmingen doorklonken. En dat is doorgegaan. Er kwam een tijd dat ik leerde spreken, men vertelde mij woorden en zinnen en betekenissen waarvan, waarin en waarmee ik in toenemende mate mezelf en de wereld om mij heen en de samenhang tussen die twee ging begrijpen.

Betekenis ging een rol spelen in hoe ik nieuwe ervaringen en informatie en wat dies meer zij in mij opnam en hoe ik die betekenis en een ‘plek’ gaf in wie ik was, in hoe ik mezelf ervaar, in wat ik van mezelf en van de wereld om mij heen vind.

En zo leefde ik toe naar het moment waarop ik mij met bepaalde klachten meldde bij een psychiater, na negenendertig jaren vorming, dat wil zeggen herschepping van wat er aan ‘aarde’ en aan ‘mensenwereld’ door mij heen was gegaan – geestelijk en lichamelijk – en de wisselwerking en onderlinge vervlechting van die twee. Ik meldde mij als de man wie ik bezig was te zijn op dat moment, een man in wie de depressie zich als een fijnmazig netwerk van tentakels en draadjes had verspreid en genesteld zoals het gif van het dagelijks sigaretten roken aanwezig is in elke cel van het rokende organisme. Mijn leven werd op dat moment heel concreet door de depressie bedreigd. Men heeft mij kunnen helpen om te leren mezelf te helpen, enkel en alleen dankzij wat ik hierboven heb geschetst: niets ligt ooit vast.

Dynamisch

Mijns inziens reikt het hier geschetste mensbeeld een dynamische kijk op de menselijke persoon aan. Niemand is wie hij of zij is. Elk moment wordt iedere persoon iemand anders. De veranderingen zijn doorgaans dermate subtiel dat we ze niet opmerken. Ik merk niet dat mijn huidcellen wisselen en ik merk ook niet dat ik een ander mens word, alleen al door een keer in en uit te ademen. Ik merk niet dat mijn denken niet langer hetzelfde is als ik een nieuwe gedachte heb gehad, als ik iemand iets tegen me heb horen zeggen, als ik een zin gelezen heb, als ik een emotie heb gevoeld.

Het is essentieel voor geloof en vertrouwen dat depressie kan worden ontvlochten uit wat zich in de afgelopen jaren ontwikkeld heeft tot dat wat ik ervaar als ‘ik’. Dat ik mezelf niet zie als eens en voor altijd gegeven, geeft me mogelijkheden om invloed uit te oefenen op wat zich ontwikkelt en hoe het dat doet. Mijn mensbeeld bestaat erin dat ‘ik’ een werkwoord is. Ik ik, jij ikt, hij ikt, wij ikken, jullie ikken, zij ikken. En ‘ik’ als persoonlijk voornaamwoord verwijst naar het tijdstip en de plaats en de manier waarop en de samenstelling waar vanuit en waarmee ik ik of ikte of zal ikken in dat wat ik vertel met behulp van de metafoor ‘ik’.

Ik als werkwoord kan me helpen ontwarren hoe en waar en wanneer het depressieve in mijn leven zijn intrede heeft gedaan. Ik als werkwoord kan me helpen mijn geest te ontgiften. Als jarenlang het depressieve samen met al het andere door mij is heengegaan, ligt de oplossing erin dit te stoppen en dat heeft twee componenten:

  1. Het toedienen van het negatieve ofwel depressieve moet worden gestopt.
  2. Ik moet positiviteit tot mij gaan nemen.

Over de eenmaligheid van wat eenieder gegeven wordt en de multidimensionale verwevenheid ervan met dat waardoor men omgeven wordt, heb ik veel meer te zeggen, maar dat laat ik hier en nu achterwege. Met wat ik hier wel bespreek, wil ik duidelijk maken dat mijn verhaal algemeen en toch niet één op één overdraagbaar is. Het kan niet zonder meer als een raster op de verhalen van andere personen worden gelegd. Het heeft veel waarde, denk ik, dat ik het vertel en tegelijkertijd is de zeggingskracht ervan niet breder dan dat er elementen in voorkomen die geloof en vertrouwen kunnen opwekken bij individuen in hun eigen strikt persoonlijke en eenmalige ontwikkeling in hun eigen persoonlijke omgeving die ook nimmer algemeen is, maar altijd persoonlijk betekenis krijgt.

Het zou mooi zijn als zoveel mogelijk mensen die het monster onder controle hebben gekregen of het zelfs definitief hebben verslagen daarover zouden vertellen. Hoe meer positief materiaal er in de aanbieding is, hoe groter ook de kans dat er iets in voorkomt wat bij iemands persoonlijke situatie past. Er zou een voorraadkast vol positiviteit moeten worden gecreëerd waaruit mensen die het nodig hebben, kunnen pakken wat ze nodig hebben om hun eigen ontwikkeling te ontgiften. Misschien zou er een bundel moeten worden samengesteld en uitgegeven, misschien zou er een site moeten worden ingericht, misschien zouden mensen die genezen zijn een lezingenrondgang door Nederland moeten organiseren… Hoe dan ook, lees het onderstaande verhaal alsjeblieft als mogelijke bron van geloof en vertrouwen op een leven voorbij depressie. En dan houd ik hier op over mijn mensbeeld. Ik presenteer nu eerst mijn verhaal en daar waar het passend is, zal ik kort verwijzen naar elementen uit het hier gepresenteerde mensbeeld.

 

Deel II

 

Hoe ik het monster overwon – mijn verhaal

Ik ben genezen van depressie. Toch hoor ik de kettingen van het monster nog rammelen en soms ook, in omstandigheden die mijn evenwicht aan het wankelen brengen, voel ik weer zijn grote, donkere dreiging.

Hij is echt een allesoverheersend monster als hij me te pakken krijgt. Dan verdort mijn hele land door hem, zoals in de wijde omgeving van Mordor in de boeken van Tolkien. Een paar maanden geleden nog had hij me bijna weer te pakken en al voordat het zover was, verwelkte wat kort daarvoor nog bloeide. Maar ik ken hem inmiddels en ik weet, wanneer hij een reële bedreiging is, hoe ik hem terug naar zijn spelonken kan doen afdruipen.

Mijn strategie is ‘isolatie’ of ‘ontkoppeling’ Laat ik schetsen hoe ik dat heb geleerd en hoe ik dat tot op heden toepas wanneer het nodig is.

Vergissing

Twee maanden geleden gebeurden er in ons gezinsleven en in combinatie daarmee nare, bedreigende, ontwrichtende dingen, je weet wel, van die zaken die negatieve energie genereren, zoals schrik, paniek, boosheid, vertwijfeling, verdriet, angst. (Overigens behoort inmiddels de crisissituatie gelukkig tot het verleden en lijkt alles zich weer ten gunste van ons te keren.) Van nature reageer ik dan door mijn schouders op- en mijn hoofd in te trekken, mijn lijf voorover te buigen en als een vermetele krijger voorwaarts te blijven bonken in drassige grond. Misschien is dit in moeilijke omstandigheden wel de strategie van de meeste mensen.

De vergissing die ik daarbij maak (en misschien door de meeste mensen wordt gemaakt) is de vijanden tegen wie ik meen te moeten strijden buiten mezelf te wanen. Maar het zijn spoken in die zin dat ik ze nooit te pakken zal krijgen. De mensen op wie ik boos ben, zal ik niet kunnen veranderen, de nare gebeurtenissen zal ik niet ongedaan kunnen maken. Zolang ik dat niet doorheb, neemt mijn actuele leven en de taken en verantwoordelijkheden die het met zich meeneemt allerlei gedaantes aan die staan voor de spoken die ik aan het bevechten ben.

Dat maakt dat ik dan moeite heb om vreedzaam, verdraagzaam, met mildheid en vergevingsgezind om te gaan met mensen en situaties met wie en waarmee ik in potentie helemaal geen moeite heb. Het leven wordt steeds zwaarder, de spoken nemen ware gedaantes aan die niets met het eigenlijke probleem te maken hebben. En steeds ligt al wat me zwaar valt niet aan mij maar aan alles en iedereen om mij heen. Die weg leidt onherroepelijk tot depressie, tot innerlijke verlamming, zoals een muis in de val bevriest waar ze zit en vaak letterlijk door een hartstilstand overlijdt, doordat het gevaar dat ze meent te ontwaren haar vermogens om er iets tegen uit te richten zo onvoorstelbaar ver overtreffen dat van zelfredzaamheid in de verste verte geen sprake meer kan zijn.

Schijn

Het is inmiddels 16,5 jaar geleden dat ik tegen Helma, mijn echtgenote, woorden sprak met ongeveer de volgende inhoud:

‘Ik voel me verschrikkelijk ellendig, maar er is geen directe aanleiding. Ik ben ongelukkig geweest in het werk dat ik deed, maar sinds vier jaar doe ik werk dat ik fijn vind, dat bij me past en waarvoor ik heb gestudeerd. Jij en ik hebben onze onderlinge moeilijkheden overwonnen. We hebben fijne, lieve kinderen. Materieel ontbreekt het ons aan niets. We zijn zelf gezond. En toch, mijn lief, en toch voel ik me zo ontzettend ellendig dat ik ‘s avonds bij het slapen gaan tegen je zeg dat ik morgen liever niet wakker wil worden. Ik denk dus dat er niets mankeert aan de wereld om mij heen; er is iets mis met mijzelf. Ik ga na het weekeinde naar de huisarts en ik ga hem dit vertellen en ik ga vragen om hulp.’

Mijn huisarts heeft later weleens tegen Helma gezegd dat hij erg van mij schrok toen ik me met mijn hulpvraag bij hem meldde. Ik was er nogal deplorabel aan toe. Maar altijd was ik blijven vechten, had ik het hoofd recht op mijn romp gehouden, was ik blijven lachen en had ik de wereld en mezelf laten zien dat het met mij prima ging.

Hij verwees me met spoed door naar de PAAZ. De psychiater die daar mijn intakegesprek met me voerde zei me dat mensen met depressie nu juist heel veel energie steken in het ophouden van de schijn tegenover de buitenwereld; energie die ze eigenlijk niet kunnen missen, omdat ze die nodig hebben om te strijden tegen dat wat in hun binnenwereld aanwezig is: de depressie. Want toen sprak hij woorden tegen mij die misschien wel de belangrijkste woorden zijn geweest die iemand ooit tegen mij gesproken heeft. Ik ben me ervan bewust dat ik dramatiseer en – weet je – dit kan ik eenvoudigweg nooit voldoende dramatiseren. Hijzelf, die psychiater, wilde er ook niet al te veel van weten toen ik hem later, veel later, bedankte voor het redden van mijn leven. Toch is dat precies wat hij heeft gedaan.

Ik was immers tot de conclusie gekomen dat eigenlijk alle ellende uit de voorbije 20 of 25 jaar aan mij had gelegen: er mankeerde iets aan mij, er was iets met mij mis. Misschien hadden alle moeilijkheden in mijn leven zelfs wel altijd aan mij gelegen, want was niet ook de boodschap die ik van mijn ouders in velerlei bewoordingen en daden had meegekregen, dat ik moeilijk was, een teleurstelling voor mijn vader en oorzaak van veel verdriet van mijn moeder?

Ik zat daar, bij die psychiater, omdat ik een uitgewerkt plan had van hoe ik de wereld en mezelf van mezelf zou verlossen: mijn zelfdoding. Ik wist ook dat ik dan nog meer ellende en verdriet zou veroorzaken, in dat geval bij Helma en bij mijn kinderen en ik hoopte dat ik geholpen zou kunnen worden om dit te voorkomen. Ik deed het niet voor mezelf, maar dat is in eerste aanleg en wellicht ook in het directe vervolg geen probleem. Het stoppen van negativiteit en inbrengen van positiviteit moet ergens beginnen.

Ziekte

De psychiater zei:

‘Aan jou mankeert niets. Je lijdt aan een ernstige, zeer diepe, chronische depressie. Wij beschouwen depressie als een ziekte en zoals niemand kanker, suikerziekte of dementie IS, zo ben jij ook je depressie niet. Er zijn oorzaken die je ziek hebben gemaakt en wij gaan jou genezen.’

Hij gaf mij iets om in te geloven en ik heb het aangenomen. Ik ben niet naar de rand van een hoog gebouw gelopen om ervan af te springen. Ik ben gebleven, omdat hij die woorden sprak.

Ik stuit vaak op weerstand als ik tegen mensen zeg dat depressie een ziekte is. Dat alleen al maakt me duidelijk hoe verschillend de beleving van mensen is en hoe lastig het is om algemene wegen te wijzen om van depressie af te komen.

Wanneer iemand lijdt aan depressie, dan heeft het monster van de totale persoon bezitgenomen: lichaam en geest. Stofwisselingsprocessen zowel als denkprocessen als emotionele beleving – alles is er-door aangetast, overal zit het in. Het monster maakt zijn slachtoffers blind en doof en ongevoelig voor mogelijkheden en beïnvloedt het denken zo dat het slachtoffer in alles bezwaren ziet.

Het slachtoffer zegt dingen als:

‘Pessimisme is realisme’.

Men argumenteert handig en bedreven tegen zichzelf, tegen wat goed is voor de persoon zelf die al die dingen zegt. De persoon die aan depressie lijdt, kan niet denken en niet beleven op de positieve manier waarop haar of zijn behandelaars denken en beleven of op de manier waarop niet aan depressie lijdende dierbaren denken en beleven. Ik weet nog dat, toen ik tijdens mijn opname op de PAAZ voor het eerst gewaar werd dat de depressie week, ik me zó ontzettend bang voelde. Ik had mezelf en mijn leefwereld altijd beleefd op een negatieve manier. Die jarenlange beleving deed me geloven dat ik en de wereld zo waren.

En toen begon de depressie zich terug te trekken… Dat proces ontnam mij veel van mijn depressieve denkbeelden, ontnam me mijn gevoel van zelf. Immers, als ik over dingen niet meer kon denken zoals ik – voor mijn gevoel – altijd had gedaan, wie was ik dan nog? Hoe irreëel was mijn leven dan voordien altijd geweest? Ik was bang mezelf kwijt te raken. Ik kreeg het gevoel dat helemaal niets nog ergens op sloeg.

Ik kon mij toen nog geen begin van een voorstelling maken van de wereld waarin ik nu, voorbij de depressie, anno 2017, leef: een wereld waarin ik mijn positie heb, gewoon omdat het zo is en zo is het goed.

Beleving

Ook waren er op enig moment verpleegkundigen die me zeiden dat ze aan me zagen dat het beter met me ging; het is een bekend verschijnsel dat anderen aan iemands houding en uitstraling eerder zien dat het de persoon beter gaat dan dat de persoon het zelf gewaarwordt. En ook dat knaagde aan mijn zelfbewustzijn doordat ik vanuit mijn omgeving, van mensen om me heen feedback over mezelf kreeg die niet overeenstemde met hoe ik mezelf ervoer.

De depressie doet alles om te voorkomen dat de beleving van zijn slachtoffers ontvankelijk wordt voor geloof in iets anders dan een depressieve wereld.

Al die vormen van verzet en weerstand zijn evenzovele symptomen van de ziekte. De allergrootste moeite of complicatie is misschien wel dat degene die aan depressie lijdt niet kan zien dat hij of zij het niet zelf doet, dat wil zeggen niet zelf die gedachten denkt. Er is namelijk geen zelf. Iedereen wordt (zie de uiteenzetting van mijn mensbeeld). De depressie maakt het onmogelijk om anders te voelen, waar te nemen, te denken dan op een negatieve, neerdrukkende, alles naargeestig en tevergeefs makende manier.

 

Artikel gaat verder onder de foto.

DSC00040_resized_20170720_085502113

 

Positiviteit

Zie hier de reden dat ik ervoor kies om dit persoonlijke verhaal te vertellen. Het is bedoeld om te demonstreren hoe positieve uitspraken er zelfs in de diepste duisternis van ernstige depressie toe kunnen bijdragen dat er iets verandert in hoe iemand de wereld ontvangt, beleeft en teruggeeft. Niets ligt vast. Niemand is zoals hij of zij is. Positieve input kan geloof doen ontstaan, vertrouwen wekken. Positiviteit is het natuurlijke tegengif van depressiviteit. Voor mij is die uitspraak van de gemoedelijke psychiater het effectieve tegengif geweest onder invloed waarvan mijn strategie tegen depressie zich heeft gevormd en uiteindelijk effectief is gebleken en dan hoop ik maar dat het jullie – mijn lezers – handreikingen biedt om je eigen monster te bedwingen.

De sleutel ligt in het inzicht dat de mogelijkheid er is om te beginnen met aannemen wat je niet kunt geloven.

De mensen die je positiviteit aanreiken, ook al kun je ze niet begrijpen, ook al geloof je geen barst van wat ze zeggen – zoek desondanks naar aanknopingspunten in hun orakels, naar uitspraken of voorbeelden waarmee jij in elk geval iets denkt te kunnen doen. Want je wilt toch niet aan depressie lijden? Nou dan, maak dan een begin met het stoppen van negatieve invloed op je ontwikkeling als mens – op jou. Dat is wat je hier en nu met onmiddellijke ingang doen kunt.

Wat gebeurde door en met de woorden van de gemoedelijke psychiater en wat ik toen helemaal nog niet kon analyseren zoals ik nu doe, was dat het monster werd geïdentificeerd, het kreeg een naam en impliciet een bestaan los van mij. De weg om te leren ontkoppelen en isoleren werd erdoor zichtbaar: het lag niet aan mijn omstandigheden en óók niet aan mij. Dan bleef er nog maar één oorzaak over: de depressie zelf. Hoe was die in mijn leven gekomen? En belangrijker: hoe zou ik hem er weer uit kunnen krijgen?

 

Hel

Ik werd opgenomen op de PAAZ en in het begin overkwam mij het tegenovergestelde van het licht waarvan ik voorzichtig een kleine glimp had opgevangen via de spiegel van de woorden van de psychiater. De hel bleek te bestaan, dat oord dat in de bijbel de ‘buitenste duisternis’ wordt genoemd. Niet langer hoefde ik de schijn op te houden dat het allemaal best wel goed met mij ging. Ik kon loslaten en dat deed ik.

Ik viel en heb het gevoel gehad dat ik bleef vallen, zoals je weleens kunt hebben in een nachtmerrie. Het monster slokte me op, met huid en haar. Ik kwam terecht in een allesoverheersende, zinledige zwartheid.

Sjonge, wat zat ik diep in de depressie die eerste weken in het ziekenhuis en wat was ik geestelijk en lichamelijk ziek. Ook voor Helma was het afschuwelijk. Als ze op bezoek kwam, zat ik bij haar aan een tafeltje in het dagverblijf voor me uit te staren en ik zei haar dat ik liever had dat ze weg ging. En ik kon niet anders denken dan:

‘Zie je wel? Alles is een grote miserabele ellende en laat me alsjeblieft allemaal met rust.’

Drie maanden ben ik intern opgenomen geweest en vervolgens heb ik nog een half-jaar dagelijks therapieën gevolgd en daarna ben ik nog jarenlang onder behandeling ge-bleven, met periodes van terugval en opnieuw therapie.

Medicatie

Naast intensieve therapieën ben ik behandeld met medicijnen (antidepressiva).

Er zijn mensen die zich hevig verzetten tegen medicijnen. Ze vertellen verhalen over winstbejag door de farmaceutische industrie, over placebo’s en zo meer. Er zijn mensen die in allerlei variaties kritiek hebben op therapie zus en behandelaar zo. Ik word daar altijd een beetje verdrietig van en ik ben ervan overtuigd dat al dergelijke bezwaarmakerij onder invloed van de depressie tot stand komt, precies zoals ik zojuist heb duidelijk gemaakt.

In mijn beleving zijn de medicijnen, therapieën en behandelaars er ten bate van de hulpvrager of cliënt of patiënt of hoe men zichzelf ook benoemen wil. Ik herhaal het nog maar eens: het gaat erom ogen, oren, alle zintuigen, je geest, je bewustzijn, je ziel – kortom, je totale opmerkzaamheid en aandacht – open te zetten voor eventueel voorbijkomende aangrijpingspunten die je kunnen helpen vóór jezelf en tegen het monster in je te vechten. Het werkt contraproductief om je bezig te houden met allerhande vooringenomenheden die je in jezelf ontmoet. Het is helemaal niet belangrijk of iets waarheid is of dat bepaalde instellingen of handboeken voor diagnostisering voldoen aan jouw verwachtingen.

Wat belangrijk is, is uit al wat passeert dat te halen wat je helpen kan in je gevecht tegen het monster.

Dat is wat ik – ook weer achteraf bekeken – gedaan heb. Ik heb steeds bondgenoten gezocht en gevonden en niet alleen achteraf, ook al toen tijdens mijn opname de verbetering in mijn situatie langer aanhield en vastere vorm begon aan te nemen, ben ik dankbaar geweest voor de bevoorrechte positie die mij was overkomen: alle tijd en energie kunnen besteden aan mijn genezing.

Spaken (anekdote)

Het is op zijn plaats om op dit punt in mijn verhaal uit te wijden over een op zich klein voorval. Toen ik tijdens de periode waarin ik ‘s nachts en in de weekenden thuis was en op werkdagen in het ziekenhuis aan therapiesessies deelnam, parkeerde ik bij aankomst bij het ziekenhuis op een ochtend mijn fiets en bij het op slot zetten, bleek dat de pin van het fietsslot precies tegen een spaak van het wiel aanschoof, waardoor ik eerst het achterwiel moest optillen en de trapper een beetje moest draaien, maar die bleef steken tegen de standaard. Dus ik moet eerst de fiets verplaatsen, toen kon ik de standaard inklappen en toen pas kon ik de trapper verdraaien zodat de spaak in het wiel van positie veranderde, zodat de pen van het slot kon worden doorgeschoven. Ik hoop dat ik met deze gedetailleerde beschrijving een beeld heb kunnen oproepen van hoe ik destijds dacht. Het futiele voorvalletje ergerde me mateloos en ging aan de haal met mijn gedachten. (Het monster was ‘lekker bezig’ in mij.) Binnen in de ‘woonkamer’ van de therapiegroep aangekomen begon ik erover te filosoferen (althans, dat was het in mijn beleving):

‘Snappen jullie dat nou? Er is toch echt veel meer ruimte tussen de spaken dan dat er ruimte door spaken in beslag genomen wordt. En toch he? Hoe vaak gebeurt het niet dat je met de pin van dat slot toch net tegen een spaak aan staat te bonken? Dat staat toch in geen verhouding met de kansrekening?’

En zo zaagde ik verder. De groepsverpleegkundige sprak er haar verbazing over uit dat ik het er überhaupt over had. En dat snapte ik dan weer niet. Het was toch zeker niet om negatief te doen? Het was toch zo dat het niet klopte? En hoe kon dat dan? Ik werd dan weer een soort kwaad of voelde me niet begrepen dat zij niet zag dat het ‘gewoon om een interessant vraagstuk ging’.

Met het vertellen van deze anekdote geef ik een illustratie, zeg maar een plaatje, bij de manier waarop depressie het denken, het beleven, het voelen, het interpreteren, de in-teresse, de aandacht, de zelfbeleving, de perceptie van de wereld in zijn greep houdt. En vooral ook dat je er geen erg in hebt en zelfs niet in staat bent het te zien, zolang je er in zit.

Ik zie het nu ook, snap nu niet dat ik van zoiets onbenulligs ooit zo’n punt heb kunnen maken. En het ging altijd door. Ik dacht in termen van zie je wel, altijd, iedereen, nooit en niemand.

‘Zie je wel, dat kutslot, altijd hetzelfde’ en ‘ja hoor, zul je altijd zien dat net nu, nu ik toch al laat ben, die standaard ook nog eens in de weg zit’ en ‘zie je wel, nooit denkt er eens iemand zoals ik’.

Antigif

De groepsverpleegkundige maakte me ervan bewust dat ik dat deed. Ze kwam er later in een gesprek op terug en gaf me het advies om er eens op te letten bij mezelf en vooral ook om mezelf erop te corrigeren. En dat is wat ik heb aangenomen van haar. Ik geloofde er niet in en toch, ik zat daar om van mijn depressie af te komen, dus ik nam aan wat ze zei en ging het toepassen. Ik denk dat die houding, en vooral hardnekkige volharding in die houding, me geholpen heeft. Jarenlang ben ik blijven volhouden.

Ik ben het gif van het monster steeds helderder gaan herkennen waar en op de momenten dat het werkzaam is en dat is in het begin bijna hele dagen aan een stuk door.

En ik ben tegengif blijven inbrengen in de constellatie die ik beleef als ‘ik’ en de combinatie van herkennen van het gif en toedienen van tegengif heeft invloed uitgeoefend. Wat is dan dat tegengif? Wel, dat is mezelf ertoe dwingen ergens anders aan te denken en neem van mij aan dat ik weet hoe moeilijk, bijna onmogelijk dat is. Toch heb ik ervoor gevochten om dat te leren en ik kan het nog steeds niet altijd.

Wat het me heeft opgeleverd, is dat het nooit meer heel erg lang duurt eer ik me ervan bewust word dat ik negatief of zinloos denk.

Vooral tijdens mijn periode op de PAAZ heb ik veel tijd en aandacht besteed aan dit ‘omdenken’ en het heeft er, na elf jaar met vallen en opstaan volhouden, in geresulteerd dat het licht in mijn bestaan definitief doorbrak. Ik heb aanknopingspunten gevonden die me geloof gaven en die mijn vertrouwen hebben opgebouwd. Zo kon er langzaam een nieuwe vorm groeien, een vorm die de wereld en zichzelf niet langer als negatief en zwart en mislukt beleefde. Ik heb mijn geest gevoed met gezond drinken en eten en lucht die leven geeft in plaats van die te verstikken.

Toch kon ik toen niet beseffen hoe wezenlijk en belangrijk dit was. Ik ben blij dat ik het desalniettemin heb gedaan en zou eenieder die aan depressie lijdt willen toeroepen: doe het!

Neem aan – ook al geloof je er niet in – dat alle bezwaren die je bedenkt verbindingen zijn van de rijke schakering aan negativiteit die je depressie in zijn vitrinekast vol giffen heeft staan.

Je beleving kan veranderen, zal gezond worden als je stopt het monster te voeden en begint de manier waarop je er in het hier en nu bent te voeden met positiviteit. Het gaat langzaam, tergend langzaam, maar het werkt.

Grondtoon

Een jaar na mijn opname was ik weer helemaal aan het werk. Het zijn in het vervolg niet altijd gemakkelijke jaren geweest. Elke drie maanden ging ik op controle. Ik gebruikte onder andere lithium, want men had gediagnostiseerd dat mijn depressie zowel traumatische als endogene oorzaken had. Zes jaar na mijn relatieve herstel heb ik opnieuw een tamelijk diepe depressie doorgemaakt, die me ongeveer een halfjaar heeft gekost om er weer bovenop te komen. En verder vrijwel elk jaar wel een periode van lichte terugval. Toch was het leven draaglijk voor me geworden en er waren langere periodes tijdens welke ik kon zeggen dat het me goed ging, soms zelfs dat ik genoot.

Maar als het erop aankwam, dan wist ik dat heel diep daar beneden de negativiteit leefde en de eigenlijke grondtoon van mijn levenslied speelde.

De bas drensde deep down door. Alles bij elkaar heeft dit 10 jaar geduurd. En weet je? Het was heel veel beter dan mijn leven in de jaren voor mijn behandeling, echt veel beter. Het zou op zich al mooi geweest zijn als het zo gebleven was, ware het dat ik dan nooit zou hebben kunnen zeggen ‘sinds de depressie zich definitief uit mij terugtrok’.

Partner

Een ander belangrijk element in mijn genezingsproces werd mij – of beter óns – ook door de gemoedelijke psychiater en eigenlijk door het beleid van de PAAZ die mij opnam, ingegeven: mijn echtgenote en mijn kinderen werden meteen vanaf het begin van mijn behandeling erbij betrokken. Al heel snel na mijn opname wilde de gemoedelijke psychiater met Helma praten, let wel: met haar alleen, zonder mij erbij. Het is zó zwaar voor partners van mensen met depressie om samen te leven met hun dierbare die aan deze alles kapotmakende ziekte lijdt. Helma zegt daar nu over:

‘Het ergste is de machteloosheid. Je staat erbij, kijkt ernaar en hebt het gevoel dat je niets goed kunt doen. Het is belangrijk te beseffen dat dit niet aan jou ligt, terwijl je wel de neiging hebt tot dergelijke gedachten. Een zo helder mogelijk inzicht in wat depressie is en zeker ook in hoe het voor jouw partner is, maakt dat je elkaar beter kunt steunen.’

 

Artikel gaat verder onder de foto.

IMG_1043_resized_20170720_085501300
Jan en Helma

De gemoedelijke psychiater heeft met Helma gepraat over haar situatie en hij heeft haar uitgelegd hoe depressie werkt. En mij werd aanbevolen open te zijn over wat ik voelde. Heel veel mensen met depressie doen dat niet of we zijn selectief open. Ik heb mezelf er door de jaren heen in geoefend helemaal open te zijn en ook dat begint weer bij identificatie en (h)erkenning van het monster.

Vertel om te beginnen jezelf geen bullshit. Gedurende al die jaren kon ik steeds beter zeggen dat ‘het weer zover was’. Ik heb leren beschrijven wat ik voelde en wat ik dacht.

Helma heeft mij uiteraard nooit kunnen genezen – ze was niet mijn therapeut – maar door te weten hoe het met me gesteld was, heeft ze me wel de benodigde ruimte kunnen geven in periodes waarin ik dat nodig had. En op mijn beurt kon ik vragen wat het met haar deed. Deze openheid heeft ons gebracht dat we er voor elkaar hebben kunnen zijn, dat het monster niet tussen ons in kon komen. Meestal niet en nooit blijvend. Het was geen paradijs. Wat ik duidelijk probeer te maken, is het principe.

Doordat ik leerde me niet in mijn eigen zwarte zelf terug te trekken en niet langer te zeggen dat het ‘wel ging’ met mij, konden Helma en ik bondgenoten worden tegen het monster.

Met de kinderen werden via een aan de PAAZ verbonden maatschappelijk werker gesprekken gearrangeerd tijdens welke onder vakkundige begeleiding op hun niveau het een en ander bespreekbaar werd gemaakt. Dat is zeer belangrijk voor ze geweest.

Licht

Op een dag in april 2011 klaarde het ineens op in mijn leven – ja zo moet ik het uitdrukken: ‘in mijn leven’. Ik versta daaronder al wat mij heeft gemaakt en mee heeft bepaald en maakt en meebepaalt wat ik in het hier en nu doe en meemaak. In dit – mijn leven dat vorm krijgt, deels mede onder invloed van mijn persoonlijke handelende aanwezigheid (agency) daarin, is het licht geworden.

 

Artikel gaat verder onder de foto. 

IMG_0778_resized_20170720_085500504 (1)

 

Ik was me op dat moment zelf nog niet ten volle bewust van wat zich aan mij voltrok. Het was toen ik weer langzaam aan het opkrabbelen was na een nieuwe periode van lichte terugval. Het geval wil dat ik niet lang daarvoor een vijf maanden durende sabbatical van mijn werk had gehad tijdens welke ik een paar mooie reizen had gemaakt, onder andere een treinreis van een maand, samen met Helma, door Zuidoost-Europa. Verkwikt en versterkt en uitgerust keerde ik terug op mijn werk, waar ik een soort van gestikte, natte deken van negativiteit voelde rondhangen.

En – oei! – de oorzaak van mijn depressiviteit kon zomaar weer buiten mij liggen. Want, weet je, die deken die hing er misschien ook wel echt en misschien hangt ie er nog altijd. En dat brengt me in mijn relaas bij wat voor mij de knop is waarop je moet drukken om de voor het monster fatale bom te kunnen lanceren.

Het ligt NOOIT aan de omstandigheden EN het ligt niet aan wie ik BEN. Ik ben niet iemand, ik word, ik krijg vorm. Het ligt aan het monster en dat leeft in mij en daar is de plek waar het bestreden moet worden, wilde ik kans hebben het te verslaan.

Ik zei op die dag in april 2011 tegen Helma, … ik weet nog waar we zaten en hoe we zaten, ik ben helaas alleen vergeten de datum te noteren, maar ik houd het op 10 april en dat zal er niet heel ver naast zijn. 10 April is de trouwdatum van mijn ouders, die twee mensen zonder wiens samensmelten ik er nooit geweest zou zijn en het is ook de dag waarop ik in het onderwijs begon, het werk dat nog altijd mijn hart heeft… Ik zei dus:

‘Helma, het is klaar. Het is afgelopen. Ik WIL het niet meer. Dit is de laatste keer dat ik een depressie heb gehad. Dit is de laatste keer geweest, ik zweer het je. Ik ga drie dingen doen: minder uren werken, naar mijn psychiater om te vragen om elektroshocks of iets anders rigoureus en opnieuw in therapie.’

Dat is wat ik zei. Ik ben 20% minder gaan werken. De behandeling die mijn psychiater me voorschreef, was mindfulness-training en ik heb schematherapie gehad.

De clou is dat de behandelingen en zelfs het minder werken niet zijn wat me geholpen heeft. Waar het om gaat, is dat ik het monster serieus heb genomen – gedurende al die jaren – en dat ik er consequent tegen gevochten heb. Het is de boodschap van mijn intake-psychiater die me op dat spoor heeft gezet: ‘het ligt niet aan jou, jongen, het ligt aan iets in jou wat macht over je heeft en wat kan worden bestreden’.

Door dat – we noemen het ‘het monster’ en dat is het ook – serieus te nemen, ben ik het door de jaren heen ook steeds meer gaan zien als iets wat, wanneer het zich doet gelden, tijd en aandacht vraagt.

Ik ga niet meer, net als voorheen, als een vermetele krijger verder met vechten tegen de verkeerde vijanden. Wanneer het er is, stop ik alle activiteiten en concentreer ik me op alleen dat ene dat op dat moment van belang is: terugjagen van het monster in de krochten waar het thuishoort.

Aandacht

Zo deed ik het ook dit voorjaar. Ik ben naar mijn leidinggevende gegaan, heb haar verteld wat er was gebeurd in ons gezin en wat het met me deed (niet in detail, maar daar en toen genoeg), en heb tijd gevraagd om ermee te dealen. Die tijd gaf ze me.

Ik ben een week thuis gebleven van mijn werk en heb op bij mij passende manieren alle aandacht gegeven aan het monster. En weet je? Dat is het laatste wat het wil.

Het wil dat je de schuld geeft aan alles en iedereen om je heen, desnoods aan kansrekening tartende fietssloten, het allerliefst aan jezelf, het wil dat je tenslotte jezelf in het ravijn stort, als de kudde zwijnen in het land van Gardera. (Voor mensen die dit Bijbelverhaal niet kennen: het is te lezen in het achtste hoofdstuk van het Bijbelboek Lucas.)

Wat heb ik dus per saldo gedaan om het monster te overwinnen? Wel, de psychiater heeft het voor mij geïdentificeerd, waardoor er iets veranderde in mij, in de manier waarop ik er tot op dat moment was. Hij zei dat het niet aan mij lag en ik wist op dat moment al dat het niet aan de omstandigheden lag, Dus bleef er maar één mogelijke schuldige over: het monster zelf. Dat maakte dat ik het kon isoleren en dat is precies wat ik heb geleerd te doen. Ik kon me erin oefenen het te herkennen – en dat is een lange weg, je zult mij niet horen beweren dat het gemakkelijk is. Tegelijk heb ik geleerd om ‘om te denken’ naar positieve voeding van mijn geest in plaats van negatieve. Ook dat is een lange weg geweest die begon met heel vaak struikelen en toch iedere keer weer doorgaan.

Ontkoppelen

En tegenwoordig ontkoppel ik op enig moment steeds mijn negatieve gevoelens, zoals ook angsten, van de schijnbare aanleiding. Ik isoleer de negativiteit, want negativiteit komt van het monster. Mensen vragen mij soms hoe ik dat doe. Wel, ik neem de plaats die ik in de tijd en in de ruimte nodig heb in. Als het nodig is, meld ik mij ziek op mijn werk. Ik leg mijn overige activiteiten stil, ook mijn studie die toch super belangrijk voor me is en waaraan ik vooral ook voldoening ontleen. En dan ga ik om te beginnen analyseren, ontwarren.

 

Artikel gaat verder onder de foto.

 

DSC00025_resized_20170720_085502423

 

Zo is bijvoorbeeld een symptoom van de depressie dat hij me aanzet tot het zoeken naar directe oorzaken om de aandacht van zichzelf af te leiden. Bij mij kan dat bijvoorbeeld een leerling zijn die mokkerig zegt dat mijn vak nutteloos is of een collega die ik tegenkwam in de gang en die mij niet groette. Zulk soort lullige gebeurtenissen kunnen het monster kietelen.

En wat het dan doet, is mijn aandacht daarop richten. Ik ga erover piekeren, het wordt groter en voor ik er erg in heb, zie ik mezelf als sociaal onbekwaam, mijn collega’s als een stelletje onbenullen en de leerlingen als lui die nu eenmaal alleen met tegenzin iets voor school doen. Het automatisme van denken in termen van zie je wel, altijd, iedereen, nooit en niemand treedt weer in werking. Soms is de negatieve trein al een heel eind onderweg eer ik doorkrijg dat ik ‘het weer doe’. Dat gebeurt door oefening gelukkig steeds in een vroeger stadium. Dan stop ik letterlijk. Ik zeg dan tegen mezelf: oké, duidelijk, hij meldt zich weer. Het gaat helemaal niet om die leerling of die collega of om mij.

Voelen

Bij angsten of boosheid of neerslachtigheid of verdriet ga ik zitten en voelen dat ik dat gevoel heb. Of proberen te identificeren wat het eigenlijk precies voor een gevoel is wat ik gewaarword. En als ik het dan ‘te pakken’ heb, dan werk ik eraan om het als zodanig te zien. Ik isoleer het! Het komt niet door een aanleiding en het komt niet door mij. Het komt doordat het er is. Punt.

En dan kan ik, net als met op dit moment bijvoorbeeld een steeds terugkerende pijn in mijn spier tussen nek en schouder ten gevolge van een ontsteking, het gevoel verduren. Het is er nu eenmaal. Mijn moeder zei vroeger vaak: ‘het is vanzelf gekomen, dus het zal vanzelf wel weer overgaan ook’. In ernstiger gevallen, zoals laatst, (zie het begin van mijn verhaal) accepteer ik het gevoel en zoek ik naar ‘pijnstillers’. Een prima werkzame pijnstiller is voor mij wandelen in de natuur, verrekijkertje mee, vogeltjes kijken, ergens gaan zitten en het landschap op me in laten werken, stil worden. Zijn.

 

Artikel gaat verder onder de foto.

IMG_0611_resized_20170720_085501382

 

Er is niets in de wereld dat op zich negatief is. Dingen gebeuren, zelfs de gruwelijke. Gebeurtenissen worden herinnerd, slechts voor een fractie als data.

Het overgrote deel van herinneringen bestaat uit betrokkenheid, beleving, perceptie, interpretatie, duiding, persoonlijke lading, mening en deze componenten worden op hun beurt getoonzet door weer andere gevoelens die te maken hebben met weer andere ervaringen.

Het is onvoorstelbaar complex – ik heb daar in de inleidende uiteenzetting iets van geprobeerd duidelijk te maken.

Hoe dan ook: het ligt niet aan u of aan jou, die aan depressie lijdt. Het is misschien opgevallen dat ik de uitdrukking ‘depressief zijn’ vermijd.

Niemand is depressief, men heeft een depressie, men lijdt eraan.

Het ligt aan het monster en aan het monster alleen. Ontkoppel het. Isoleer het. Geef het alle aandacht. Zet het in de schijnwerpers. (Bestraal de kanker, want een andere metafoor voor depressie is voor mij dat het een tumor is, dat dit keer niet ergens in mijn materiële- maar in mijn geestelijke zijn ontstaat.) Maak het tot de enige oorzaak van je depressie, van zichzelf dus. En neem tijd en ruimte om je helemaal te wijden aan bestrijding ervan.

Ik ben sinds september 2015 vrij van antidepressiva. Ik ben gelukkig. Ik ben zó blij dat ik leef, dat die psychiater ooit die woorden sprak en dat ik geen einde aan mijn leven heb gemaakt. Dat gun ik de oh zo velen die lijden aan deze zo schromelijk onderschatte ziekte.

 

©Jan van der Mooren

 

IMG_0100_resized_20170720_085501200

 

De foto’s in dit artikel komen uit het privé-archief van Jan van der Mooren.

 

About Inge

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Ervaringswerker rondom (het loslaten van) aangeleerde religie. Missie 1: Bruggen bouwen over de kloof tussen 'gelovigen' en 'ongelovigen'. (Multicultureel) Missie 2: Religieus Trauma Syndroom (RTS) onder de aandacht brengen van betrokkenen, hulpverleners en religieuze groeperingen. (Taboedoorbrekend) Kernwaarden: Respect, Vrijheid en Vertrouwen (uitgaan van goede bedoelingen).

9 Responses

  1. marieke visser

    Bedankt Jan, voor je openheid, je verhaal, de moed om alles hier te delen, en het grote cadeau dat je ons hiermee geeft: de herkenning. Ieder van ons die dit doormaakt(e) doet dit verhaal zo goed..
    Ook dank voor de handvatten!
    Misschien aarzel je of is het spannend, maar weet: door dit te schrijven en te plaatsen hier heb je gewoon iets heel goeds en helpends gedaan..

    Liked by 1 persoon

    1. Anoniem

      Dank je voor je reactie, Marieke.
      De aanleding om het artikel te schrijven, was de vraag van iemand hoe ik de depressie de baas was geworden. Ik heb het geschreven en nu is het hier geplaatst – inderdaad – in de hoop dat het mensen zal helpen.
      Jan

      Liked by 1 persoon

  2. Jan van der Mooren

    Ik zit mijn eigen artikel nu nog eens door te lezen en ik bedenk me dat ik nog een belangrijk aspect vergeten ben. Dat is het volgende:

    Er is een belangrijk verschil tussen toen ik in 2007 een vrij ernstige terugval doormaakte en toen ik onlangs (voorjaar 2017) een zware aanval van het monster te verduren kreeg. In 2007 was ik al wel zover dat ik onderscheid maakte tussen mezelf, de omstandigheden en het monster. Het grote verschil met 2017 is dat ik in 2007 nog veel meer slachtoffer was. Ik was nog niet echt in staat om het monster te benaderen als ‘los van mij’. Het gif van het monster zat nog meer verspreid in mijn hele gestel. Ik zag nog niet zo scherp dat het monster niet noodzakelijk deel hoeft uit te maken van hoe ik vorm krijg.

    Wellicht was in 2017 de positiviteit veel meer in alle cellen van mijn lichaam en in het ademen en stromen van mijn geest doorgedrongen, waardoor ik het monster ook echt als een binnendringende bedreiging kon ervaren.

    Wat voegt dit toe? Wel, ik benadruk er nog eens extra mee, dat het gevecht nooit, nooit, nooit een gevecht tegen jezelf is. Het is zo verrektes lastig de manier waarop je jezelf vorm geeft te ontworstelen aan – of nee: te winnen uit – een voormalig geheel van jou en je depressie. Wat hoort bij ‘wat je wilt zijn’ en wat niet?

    In 2007 begon ik, terwijl ik ziek was door de depressie, weer met roken – na meer dan 3 jaar niet gerookt te hebben. ‘Dan voel ik in elk geval telkens als ik behoefte heb heel even de opluchting van de bevrediging’, zei ik. (En voegde er stom genoeg aan toe: ‘als het weer beter met me gaat, stop ik gewoon weer’.) Ook al zag ik dat de depressie iets was wat weer voorbij kon gaan, dat het niet iets was wat per se bij mij hoorde, toch liet ik toe dat het monster overal in mij zijn vergiftigende werk deed. Ik handelde nog in samenwerking, ja als één met de depressie. Het monster is zó geniepig, werkt zó slinks en langs sluipwegen dat je niet doorhebt hoe het in zijn werk gaat. Het is zó ingewikkeld om het gif en de uitwerking ervan te herkennen, doordat je dingen doet onder invloed ervan, terwijl je ervaring je vertelt dat je het zelf bent die handelt zoals je doet.

    Het viel daarna niet mee om opnieuw van het roken af te komen. Gelukkig is het wel gelukt, evenals de vorderingen die ik sinds die tijd heb gemaakt in mijn vaardigheden om het monster te identificeren, ontkoppelen en isoleren en mezelf te zuiveren van zijn gif. Langzaam maar vastberaden werd ik gezonder. Steeds meer ben ik mezelf gaan ervaren als deze ene unieke vormgeving waaraan ik zelf heel veel positieve wending kan geven.

    Jan van der Mooren

    Liked by 1 persoon

  3. Het verhaal van het fietsslot vond ik zo precies en zo ontzettend herkenbaar, mens wat doe je jezelf aan zeggen mensen om je heen dan, en nu denk ik dan, ik hoop eigenlijk dat je het nooit hoeft te begrijpen anders hebben we er nog meer monsters bij.
    Heel goed beschreven en zo herkenbaar, bedankt !

    Liked by 1 persoon

  4. Wim Kiewiet

    Mooi en zo precies opgeschreven. Het is een vreselijke ziekte, helaas spreek ik uit ervaring.
    Achteraf (ik ben al jaren genezen) vond ik het het ergst dat ik erover dacht er een eind aan te maken, iets wat m.i. kenmerkend is voor een (diepe) depressie.
    Wat ook zo irrationeel is, is dat ik mijn depressie ging “voeden” door steeds maar uiterst zwaarmoedige, om niet te zegen onheilspellend klinkende muziek te draaien. Ik weet niet of dat meer voorkomt bij depressieve patiënten, maar bij mij in ieder geval werkte dat zo.
    Jan, ik wens je toe dat je er voorgoed vanaf bent en mocht dat niet 100% lukken, dat de terugval kort en niet te hevig is. Volgens mij heb je nu de gereedschappen om het te bestrijden.

    Liked by 1 persoon

  5. Jan van der Mooren

    Ja Wim, zo werkt het monster inderdaad he? Het bedreigt levens en zet zijn slachtoffers ertoe aan het te voeden. Het is in mijn visie erg belangrijk dat wij, ervaringsdeskundigen die ontsnapt zijn – genezen – zoveel mogelijk blootleggen wat de slinkse, verziekende wegen en manieren van het monster zijn. Door te vertellen kunnen we laten zien hoe depressie werkt. Wellicht geeft het aanknopingspunten aan mensen die er middenin zitten om te herkennen wat er met ze aan het gebeuren is en zich er beter tegen teweer te stellen. Vanmorgen nog, sprak ik een jonge vrouw: haar leven in opbouw, volop mogelijkheden voor een prachtige toekomst, maar helaas de depressie verduistert elk uitzicht. Ik heb het gevoel dat ik dan niet luid genoeg roepen kan: doe ‘dit’ wel en doe ‘dat’ niet. Tegelijk weet ik hoe depressie werkt en ben ik bang dat ik haar niet bereiken zal.

    Dank je voor je goede wens en gelukkig kan ik zeggen dat ik aan de gezond kant van het ravijn sta.

    Hartelijke groet,
    Jan

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s