Orgaandonatie en bezieling

 

Disclaimer: met dit artikel wil ik op geen enkele manier een bepaalde keuze met betrekking tot orgaandonatie afwijzen of promoten. Ik wil alleen mijn gedachten delen en jou uitnodigen dit ook te doen. Dat dingen voor mij ‘zus’ voelen, betekent niet dat ze voor jou niet ‘zo’ mogen voelen. Volg hierin vooral je eigen hart. 

 

Nabestaanden

Toen ik 20 was, vulde ik op mijn donorcodicil in dat ik de beslissing over wat er na mijn overlijden met mijn organen moest gebeuren overliet aan mijn nabestaanden. Ik deed dit om te voorkomen dat artsen mijn leven op een dag misschien minder waarde zouden toekennen dan de levens van degenen die bovenaan de wachtlijst voor orgaandonatie staan (ik weet dat ik zo niet hoor te denken over mensen die zelf ook niet zo horen te denken), waardoor ik doodverklaard zou worden voor ik goed en wel gestorven zou zijn. Als mijn familie meende dat mijn overlijdenskans zou toenemen wanneer ik donor zou zijn, mochten zij aangeven dat ik geen donor was. Zij mochten ook zeggen dat mijn organen niet beschikbaar waren, wanneer ze zelf niet konden leven met de gedachte dat er in mij gesneden zou worden. Zij moesten ermee verder leven, ik niet, zo redeneerde ik toen.

Eigenlijk was mijn donorcodicil een motie van wantrouwen. Niet alleen tegen artsen en specialisten, maar ook tegen mezelf. Ik voelde me volledig onbevoegd en onbekwaam om te beslissen over iets dat buiten de grenzen van mijn bereik leek te liggen. Maar in principe wilde ik best donor zijn. Mijn toenmalige partner was hiervan op de hoogte. Ik had toen nog geen kinderen.

Inmiddels is het ruim 20 jaar later en heb ik een zoon van 19 en een dochter van 16. Ik zie het al gebeuren dat de één straks vol vuur zal aandringen op het afstaan van mijn organen, omdat mama dat beslist gewild zou hebben en dat de ander hevig verontwaardigd van mening is dat mama uit respect voor een mogelijke ziel en de eindigheid van het lichaam, alles wil laten zoals het is, en haar organen wil laten vergaan, samen met haar lichaam. Ik wil mijn kinderen helemaal niet belasten met de druk van zo’n ingrijpende keuze. Het zou hen zomaar tegenover elkaar doen komen te staan, terwijl ze elkaar dan juist zo nodig hebben! Het is mijn lichaam en daarom ook -vind ik- mijn keuze, hoe moeilijk ik deze ook vind.

 

Hinken op 2 gedachten

En stel dat ik me van dit mogelijke verschil van mening tussen mijn kinderen op een bepaalde manier nog bewust ben. Ik kan dan waarschijnlijk niet anders dan hen beiden gelijk geven.

Want ja, ik wil best donor zijn en nee, ik wil geen donor zijn omdat ik niet weet wat dit betekent voor mijn mogelijke ziel en de ziel van de ander.

 

Alhoewel ik tegelijk ook wel denk dat mijn ziel vrede zal hebben met de beslissingen die ik in dit leven maak, omdat.. nou ja, omdat zij dan waarschijnlijk alles overziet met een wijze glimlach, één en al liefde is en, hoe dan ook, vast wel aan kan wat ik mogelijk van haar vraag.

Vreemd dat ik niet weet of zij überhaupt bestaat, maar dat ik tegelijkertijd wel allerlei ideeën over haar heb.

Ach, ik ben niet de enige. Eeuwenoude en piepjonge geschriften en verhalen vertellen me dat ‘kennis van de ziel’ iets is dat menigeen dacht of denkt te hebben.

Ik krijg er jeuk van. Niet alleen van mensen die zeker weten dat wij een ziel hebben, maar ook van mensen die het bestaan van de ziel afdoen als een lachertje. Blijkbaar is het voor mij van groot belang om te kunnen blijven hinken op twee gedachten. (Zei ik ‘twee’? Mwuahahaha, yeah right.)

Ongetwijfeld speelt mijn religieuze achtergrond een rol bij mijn weerstand tegen het verkondigen van DE waarheid.

 

Hebben we een ziel?

Ik ben gefascineerd door verhalen over bijna-dood-ervaringen. Ik lees geboeid (semi-)wetenschappelijke lectuur over het mogelijke bestaan van de ziel. Ik ervaar mezelf als een bezield persoon, voel me diep verbonden met iets dat ik beschrijf als ‘de bron van het leven’, maar tegelijkertijd kan ik dit allemaal net zo gemakkelijk kapot analyseren.

Want ja, túúrlijk wil ik dat ik een ziel heb. Ik wil dat een gedeelte van mij altijd zal blijven bestaan.

Maar ik voel me toch ook wérkelijk diep, diep, diep bezield… ? Nou dan!

Maar hé, dat komt gewoon doordat ik diep, diep, diep denk en één van die diepere lagen voor het gemak bestempeld heb als ‘ziel’.

Nee, want het is niet zozeer dénken, maar vooral voelen en ervaren…!

Oh, nou oké, dan heb ik in dat geval één van die diepere ervaar-lagen bestempeld als zijnde de zielslaag. Whatever. Het zijn maar woorden. Het zijn maar betekenissen, interpretaties en verhalen…

Tja…

 

Kapot analyseren

Weet je wat het is? Ik analyseer dingen niet kapot omdat ik graag scherven maak of omdat ik het zo leuk vind om mensen te ontwrichten. Ik gun iedereen zijn eigen houvast en overtuigingen. Ik doe het ook niet om te demonstreren dat ik soms wel eens een helder momentje heb ofzo. (Je zou het met net zoveel recht een ‘verduisterend’ momentje kunnen noemen, maar dat terzijde.)

Weet je wat mij echt bezield? De laag ónder onze diepste overtuigingen. Ik merk dat naarmate we diepgaander van inzicht met elkaar verschillen, dit voor hogere muren zorgt, die soms zó hoog zijn dat we elkaar niet eens meer in de ogen kunnen kijken.

Omdat ik niet goed ben in het slopen van muren, morrel ik aan fundamenten. Ik heb het (wellicht idiote) idee dat wanneer ik dit maar hard genoeg doe, aan alle kanten de trillingen gevoeld worden en dat dit op de één of andere manier verbindend is.

 

Achter onze ‘brillen’ zijn we allemaal waarnemers

Ik denk dat onder de laag van overtuigingen, verhalen en levensbeschouwingen, de laag zit van het leven zélf, waaraan we allemaal deelnemen, ongeacht hoe we daarover denken. Het is net zoiets als het feit dat we ‘het weer’ allemaal anders ervaren, afhankelijk van voorkeur, conditie, behoefte en omstandigheden. Achter wat we elkaar vertellen over ‘het weer’, achter onze verhalen en ervaringen, zit de mens die deze ervaringen vorm geeft door ze te labelen als ‘lekker warm’, ‘benauwd’, ‘vies’ of ‘goed voor het land’. Ondanks dat we door verschillende ‘brillen’ kijken, zijn we toch allemaal waarnemers en hebben we het allemaal te doen met de feiten zoals ze zich aan ons openbaren.

Na onze geboorte

Geen van allen hadden we invloed op de plek waar onze wieg stond of de omstandigheden waaronder we geboren werden en opgroeiden. En toch hebben we het er maar mee te doen. De één heeft een kerngezond lichaam en de ander heeft geen benen of is chronisch ziek. De één zwemt in het geld en de ander bedelt om voedsel.

En hoe verschillend we hier ook over denken (is het karma, het lot, leiding, stom toeval of bestaat er misschien nog een andere reden waarom dingen gebeuren?), we hebben het er maar mee te doen.

 

Na ons overlijden

bladIk stel mij zo voor dat na ons overlijden hetzelfde kan gebeuren. Dat het mogelijk is dat we dan een toestand binnentreden waar we het op dat moment maar mee moeten doen en waar we dan ook weer het beste van moeten maken. Misschien betekent dit dat we helemaal nergens meer zijn. Of misschien keren we terug naar onze ‘oorsprong’. Of misschien komen we erachter dat gedeelten van ons nog vastzitten aan lichamen van  anderen, omdat onze organen in hen voortleven. Hoe zal dat zijn? Is daar goed mee te ‘leven’ of is dat ongelooflijk complex?

Stel, een tweeling in de baarmoeder krijgt te horen dat na de geboorte de één zal kunnen lopen en de ander niet. Wat moeten ze zich daarbij voorstellen? Wat betekent ‘lopen’ en hoe belangrijk is de rol die het zal spelen in hun levens? Wat kunnen ze ermee? Ze zullen het ermee moeten doen. En er het beste van moeten maken, naar eer en geweten. Net zoals wij dat ook mogen doen met onze levens, onze lichamen en onze organen. We mogen kiezen vanuit ons hart, vanuit onze eigen ideeën en verhalen over wat ‘leven’ en ‘sterven’ is en misschien wel vanuit wat ons bezield.

Laten we dat ook vooral doen.

 

 

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

9 Responses

  1. jakob

    De staat dient bij de voordeur te blijven .
    Zodra de staat dus de voordeur binnenkomt gaat het op de USSR en of het Hitler regime lijken .
    Mijn organen zijn van mij mijn keuze geen Rutte 3 keuze.
    Ik zeg op deze grond dus nee ( even eens tegen zelfdoding na een voltooid leven ) want ook dat is mijn keuze en niet de staat ..
    En ja ik ben christelijk en verlicht ….

  2. Desiree

    tja lastig onderwerp en in mij kwam het gevoel op dat ik mijn organen niet zou willen afstaan omdat we allemaal hier tijdelijk zijn, de één kort, de ander langer en dat als je ziek wordt je lichaam je iets wil vertellen, dat je iets over het hoofd ziet, dat je jezelf te kort doet. Dat oplossen met een ander ‘nieuw’ orgaan voelt voor mij niet als de juiste oplossing. Ik denk dat je de macht heb om je zelf ook weer te helen, van binnenuit. Wel makkelijk praten natuurlijk als je/ik nog niet in die situatie zit maar voor nu zeg ik ‘nee’ omdat het niet juist voelt. En ook vind ik niet dat het rijk, de regering daarover gaat. Ik geloof in de ziel en dat we allemaal onsterfelijk zijn en dat we wrss ook vaker terug komen op aarde om ons ware Zelf te herinneren, dat we allemaal uitmaken van God. Dat we allemaal één zijn.

  3. Kan alleen maar iedereen aanraden leg het vast wat je wilt. Mijn echtgenote had dementie en mijn dochter en haar zuster wilde, dat na haar dood haar hersens ter beschikking van de wetenschap zouden worden gesteld, om nou precies de oorzaak van de dementie vast te stellen en in verband met de erfelijkheidskwestie. Mijn vrouw had vasculaire dementie en gezien het ziekteverloop is die diagnose juist geweest en mijn schoonvader had destijds Alzheimer en gezien zijn ziekteverloop is dat ook de juiste diagnose geweest. Mijn schoonzuster zei zelfs dat ze het van haar zuster wilde weten, om nou precies te weten, wat er met haar vader aan de hand was geweest.
    En mijn zoon zei ook heel terecht “een ieder blijft met zijn poten van mijn moeder af, als ik er tenminste nog wat in te zeggen heb. ” Ik kon voor beide standpunten de erfelijkheidskwestie en het standpunt van mijn zoon begrip opbrengen. Ben toen heel driftig gaan zoeken en vond dat in de US er scanmethodes waren, die al heel vroegtijdig zelfs als je nog geen enkele vorm van geheugenverlies hebt al kunnen vaststellen, dat je t.z.t. getroffen zal worden door dementie. Heb toen beslist om het standpunt van mijn zoon te volgen en heb aangeboden een ieder die in de familie t.z.t. die scan wil doen, dat zal ook wel overwaaien naar Europa,(dat is inmiddels gebeurd) kan dat doen op mijn kosten. Vreselijke herrie in de tent, mijn dochter en mijn schoonzus waren heel boos en wilde niets meer met me te maken hebben. Gelukkig is dat later met mijn dochter nog goed gekomen. Op grond van die ervaring kan ik alleen maar zeggen “leg wat je wilt vast ” ik heb begrip voor beide standpunten. Voor mezelf heb ik toen het wetsontwerp door de Tweede Kamer was al nee ingevuld. Ik word dit jaar 75 wat moeten ze met die genetisch oude rommel. Net of je een onderdeel van de sloop in een fonkel nieuwe auto zet. Ze kunnen er hooguit van mijn leeftijd nog even mee oplappen. Nou dat heb ik te vaak gezien, dan krijgen ze dit wordt er iets in gezet en een half jaar later gaan ze aan een andere oorzaak alsnog van pleitheine. Als die gasten daarboven (niet oneerbiedig bedoeld) dat het je tijd is, dan ga je. En mijn generatie heeft niets te klagen, niet bewust de oorlog meegemaakt en alleen maar voorspoed gekend, Vanuit de armoede van vlak na de oorlog tot de situatie van nu. Kom zeg je word geboren en je gaat dood, dus aan die flauwekul van mijn organen aan iemand van mijn leeftijd mijn organen af staan, daar doe ik niet aan mee Zadel je de gemeenschap alleen ,maar met hele dure ziektekosten mee. En ik kan me best voorstellen, dat het voor jonge mensen een heel moeilijke beslissing is. Maar zadel niet je nabestaanden met die onmogelijke beslissing op.

  4. Ik begrijp het argument “mijn lichaam is niet van de staat” niet. Daar gaat die hele wet niet over. Het is een emotioneel argument gebaseerd op onderbuik gevoelens en niet op feiten. Mijn lichaam is een voertuig van mijn gedachten. Als ik dood ben heb ik geen gedachten meer en heb het voertuig niet meer nodig. Als iemand er dan nog wat aan heeft is dat alleen maar meegenomen. Verder wil ik de tegenstanders​ vragen na te denken over de vraag wat ze zouden beslissen als ze zelf gered zouden kunnen worden met een orgaan van een overledene. Zeggen ze dan ook “laat mij maar sterven want andermans lichaam is niet van de staat” ? Of: ” laat mij maar sterven want het (andermans) lichaam moet in zijn geheel vergaan” ? Tegen deze wet zijn is lekker makkelijk als je (nog) gezond bent. Verder een opmerking over Inge’s artikel: ik lees een grote worsteling. Het lijkt alsof je het artikel te vroeg geschreven hebt. Wat is dat voor vaag gedoe over je ziel? En wat heeft dat te maken met orgaandonatie? Het lukt je kennelijk niet om het woord ‘ziel’ als een abstract begrip te zien. Het is kennelijk een autonome entiteit wat zelfstandig kan denken. Dan moet het ook massa en energie hebben. Gedachten hebben geen massa, datgene wat gedachten voortbrengt heeft dat wel. Dat noemen we hersenen…. Als je dood bent brengen ze geen gedachten meer voort en is het niets meer dan organisch afval wat snel gaat stinken als je er niet snel iets mee doet.

  5. Johan Nijhof

    Lieve Inge,
    De orgaantransplantatie met het voortbestaan van de ziel te verbinden was gelukkig zelfs nooit bij me opgekomen. Ik vind het eerlijk gezegd ook niet zo logisch. Zovele overschotten zijn in de loop van de eeuwen in de aarde vergaan, velen netjes met een tuintje op hun buik, anderen in massagraven gekwakt, al dan niet met ongebluste kalk erover heen, zovele verteerd op de oceaanbodem, zovelen geheel of gedeeltelijk verbrand, velen werden in nesten in de bomen gelegd, zodat de vogels zich er tegoed aan konden doen en nu worden we zelfs “geresomeerd”. Daarom waarschijnlijk kon ik me niet voorstellen dat het onze Hemelse Pottenbakker iets uit zo maken waar de scherven bleven: hij zou toch opnieuw moeten beginnen.
    Het vreselijkste van orgaandonatie is natuurlijk dat er politiek mee wordt gemaakt. Pia Dijkstra zal nu vast een keer minister worden, al geef je alleen op stofzuigers garantie. En dat had ze waarschijnlijk ook in haar achterhoofd bij haar voorstel. Vertel me niet dat carrièreoverwegingen geen rol speelden. In het eerste decennium van deze eeuw zag ik Hans van Mierlo, een enorme zuipschuit, die een levertranslantatie had ondergaan, in een restaurant samen met alleen zijn vriendin een hele fles cognac soldaat maken, waarschijnlijk omdat alcohol een goed conserveermiddel is. Inderdaad heeft hij nog enige jaren daarna geleefd, maar toch was ik verontwaardigd, zo om te springen met je tweede kans. Dan verdien je die echt niet. Maar misschien vond hij ook gewoon dat hij die kon claimen, omdat de donor hem niet meer nodig had. En wat moeten we denken van de moslims, die van hun geloof geen orgaan mogen doneren, maar er wel een ontvangen? Vindt nu niemand met mij, dat voor wat ook wat hoort? Zelf hoef ik niet meer, en op mijn leeftijd gekomen denk ik ook niet, dat iemand nog op het idee zal komen een nieuw onderdeel in mijn lijf te schroeven, als het zo goed als op is.
    Aan de andere kant zullen mensen er om politiek-tactische redenen voor of tegen gestemd hebben, en dat vind ik ook al griezelig. Heb je de film Soylent Green gezien?, dat moet je in elk geval doen. Als ik van een van mijn dierbaren afscheid zou moeten nemen, staat de gedachte dat ondertussen een arts naar de papieren en op zijn horloge staat te kijken, mij ook enorm tegen. Die arts wordt ervoor betaald om je dierbaren te demonteren, je kunt je dus al voorstellen wat hij denkt, en de organen kunnen terecht komen in een persoon die je dat helemaal niet zou gunnen, als je overschot ter beschikking van de staat is. En dan: hoe voorkomt men corruptie en handel in organen? Het hoeft niet eens direct te zijn, maar bijvoorbeeld tussen staten: “goed, jullie kunnen jaarlijks 150 nieren krijgen, maar dan krijgen wij wel dat gasleveringscontract of een verlaging van het immigrantenquotum”. Ben ik nu cynisch? Ik vrees dat dat wel meevalt.
    In elk geval is het beste wat je kunt doen: Leefze!
    Johan Nijhof

  6. Een prachtig stuk, Inge !
    Precies! Laten we vooral die keuze zelf maken. Er is hier geen “foute” keuze.
    Van sommige kanten kan hevige kritiek komen op een keuze. Maar hé, zij hebben ook een keuze. We zijn tenslotte zelf verantwoordelijk voor de gevolgen van onze keuze. En we hebben nog steeds het recht om die keuze te maken. Gelukkig maar!
    Ik zou iedereen aanraden om daar eens goed over te bezinnen en de keuze op papier te zetten. Geen discussie achteraf, geen pijn achteraf voor de stervende. Iedereen kan een wilsbeschikking opstellen bij de overheidsinstanties. Ook ik heb dit reeds gedaan. Daarin staan voor mij drie belangrijke thema’s die ik heb laten vast leggen. Voor iedereen rust. Gelukkig kan dit.
    Het vraagt een beetje van je tijd, maar ik vind het dat waard. De dood kan heel onverwachts of sneller toeslaan dan men vaak vermoed. Het is mijns inziens beter om daar op voorbereid te zijn.

    Vriendelijke groet

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn. Delen is helen! Dank je wel. :)