Adam en Eva en het Blauwe Snoepje. Een modern sprookje voor ex-christenen en andere dogmavrije personen.

Deze keer een misschien wat apart verhaal. ‘Adam en Eva en het blauwe snoepje’ is een modern sprookje voor ex-christenen en andere dogmavrije personen.

Met daarbij de waarschuwing dat dit verhaal mogelijk niet geschikt is voor christenen die de Bijbel grotendeels letterlijk nemen en/of die er niet tegen kunnen wanneer daar niet positief over gesproken wordt. Deze parabel is niet gemaakt om te kwetsen, vandaar deze waarschuwing.

Dit sprookje is bedoeld om een bijdrage te leveren aan het vinden van de eigen innerlijke stem en aan het ont-schuldigen wanneer schuld werd aangeleerd. En, je zou het misschien haast denken, dit verhaal is niet ontstaan uit een dissociatieve of hallucinerende geest, maar uit de verbeeldingskracht van een vrije geest. 😉

Onder het filmpje staat de tekst van het verhaal.

Adam en Eva en het Blauwe Snoepje

Ik werd wakker met in mijn neus de onmiskenbare geur van anijs. Het leek ook wel of ik het proefde, samen met een vleugje van wat nog het meest lijkt op vanille. Had ik gisteravond anijsmelk gedronken en was ik vergeten m´n tanden te poetsen? Lag ik eigenlijk wel in bed of was ik op de bank in slaap gevallen? Slaapdronken taste ik om me heen en liet mijn ogen wennen aan het duister. Waar was ik? Ik realiseerde me dat ik niks hoorde. Geen auto’s in de verte, geen brommende oude koelkast, geen gewapper van gordijnen bij het open raam, geen kat die zacht snurkend naast me lag, niets. Terwijl ik me afvroeg of ik wel thuis was, begon ik steeds duidelijker te zien dat ik me in een melkachtige mist bevond. Het leek wel alsof ik erin ronddreef, terwijl ik de anijsachtige geur langzaam thuisbracht, zoals de geur mij deed. Ik was bij Mama.

Een kinderlijke vreugde welde in me op. Ik lachte en spreidde mijn armen om te koesteren wat me zo dierbaar en eigen is, terwijl ik voelde hoe de mist mij volledig omgaf en droeg. Mama. Ik was Veilig. Ik was Thuis.

Al vanaf ik me kan herinneren ben ik regelmatig bij Mama. Mijn vroegste herinnering stamt uit de tijd dat ik in mijn wieg lag, ook al schijnen deskundigen te beweren dat we ons niets kunnen herinneren van vóór ons tweede levensjaar. Het is ook geen herinnering zoals andere herinneringen, die ik als een film aan me voorbij kan doen trekken. Dit is meer een instinctief iets, een ‘weten’, zonder dat er woorden zijn. Enkel geuren en sfeer, waar ik heenging wanneer de pijn van de hulpeloosheid en de afzondering te groot was.

Jarenlang was daar enkel die wolk van troost, als een kalmerende, stille aanwezigheid. Haar nabijheid was me genoeg. Tot ik ouder werd en vragen kreeg. Over het leven, over mezelf en over Mama. Ze borg mijn – met de jaren groeiende – onrust keer op keer in haar rust, terwijl ze me van vraag tot vraag nabij was en me vertelde, zonder taal of geluid, wat ik weten moest. Het enige dat ik soms hoorde was haar lach. We lachten veel. We schaterden het vaak uit. Ook dansten we samen, urenlang. Bij Mama voelde ik me meer levend dan anders. Het leek wel of ze de bron van mijn levenslust was.

En nu was ze daar weer. Ik zag haar gezicht niet, dat had ik nog nooit gezien, maar ik wist dat ze naar me glimlachte. Mama! Het leek wel of mijn lichaam ‘zoemde’. Dat kwam ongetwijfeld omdat elke cel nu danste van puur geluk. Mama! Ze was er weer. Of nee, ik realiseerde me dat dit niet klopte, Mama was er immers altijd. Ík was er weer. Bij Mama.

Ze haalde iets uit mijn hoofd. Het was een boek. Ik herkende het meteen als het boek waarvan ik ooit geloofde dat dit het boek van onze oorsprong was. Mama had me jaren geleden geleerd dat alles slechts een verhaal is. Ik had het boek gedesillusioneerd, maar toch ook opgelucht opgeborgen, omdat ik me zo weinig mogelijk wilde laten afleiden van de werkelijkheid. Niet dat dat hielp. Ook zonder dat ik las, bleven de verhalen mijn bewustzijn binnenstromen. Ik hád alleen maar verhalen. En ik wist dat verhalen over het leven niet hetzelfde zijn als het leven zelf. Daarom streefde ik ernaar om de verhalen die ik hoorde, en de verhalen die ik zelf verzon, zo weinig mogelijk ‘spreekrecht’ te geven in mijn beleving.

Het boek zat dan ook onder het stof. Mama blies het weg en lachte. Het leek wel alsof ze een grap met me wilde uithalen. Ze moedigde me aan het boek nog eens te openen. Ik werd nieuwsgierig. Mama’s grappen zijn altijd leuk. In tegenstelling tot wat ik gewend was van de grappen van sommige anderen, maakte zij alléén maar grappen waar we sámen om konden lachen. Mama zou me nooit uitlachen of een ongemakkelijk gevoel geven. Mama is veilig. Mama is lief.

Door de poederige anijsdamp die uit het boek opsteeg, wist ik gelijk dat dit Mama’s eigen exemplaar was. Nieuwsgierig begon ik te lezen.

In den beginne schiep ik alles wat jij kunt waarnemen en bedenken en alles wat daarbuiten valt.

Het duizelde me nu al. Net als Mama houd ik van scheppen. Ik maak graag dingen die er nog niet zijn en vind het leuk om altijd weer iets nieuws te bedenken. Ik voelde hoe mijn hoofd haast explodeerde bij het besef dat wanneer ik vanaf nu mijn tijd volledig zou wijden aan scheppen en fantaseren, ik slechts een fractie kon bedenken van wat reeds door Mama was bedacht. De eindeloosheid van wat nog te bedenken viel en tegelijkertijd al was bedacht deed me naar adem happen, zoals vroeger wanneer ik in mijn kinderbedje nadacht over de duur van de eeuwigheid.

Ik voelde hoe ik behoefte had aan kaders. Ik wilde vaste spijs. Geen anijsdampen, maar een anijsklontje. Rechte lijnen, tastbaar en knersend tussen mijn tanden. En dus pakte ik mijn eigen boek over onze oorsprong. Ik voelde dat Mama met een glimlach meekeek.

Maar wat ik las leek zo anders dan hoe ik het me herinnerde. Toch leek het wel op hetzelfde neer te komen, wat ik eerder verbijsterend vond dan troostend.

Adem en Eva waren kind aan huis bij hun Schepper. Ze maakten samen lange wandelingen en mochten zelfs in zijn kasteel komen. Dat deden ze graag. In hun lievelingsvertrek stond altijd een grote schaal met biologisch verantwoord en toch fantastisch smakend snoepgoed op tafel, in alle kleuren die je maar kunt bedenken. Op een dag zei de Schepper dat hij even weg moest en dat ze zich ondertussen tegoed mochten doen aan al het lekkers. Er was echter één blauw snoepje dat ze niet mochten eten. Als ze dat zouden doen, zouden ze zwaar worden gestraft. Dat was, zo zei de Schepper, omdat hij hen in zijn milde goedheid keuzevrijheid gaf. Adam en Eva bedankten hem voor dit vriendelijke gebaar en wensten hun Schepper een goede reis.

Ademloos las ik verder hoe ze – natuurlijk – tóch samen hadden gegeten van dat blauwe snoepje. Eerst had Eva er voorzichtig aan gelikt. De smaak had haar zo verrukt, dat Adam ook nieuwsgierig werd. Ze hadden het snoepje doormidden gebroken en er samen intens van genoten. Het genot bleek echter van korte duur toen de Schepper in het paleis terugkeerde. Terwijl ze hem van verre al hoorden roepen – “Joehoe, waar zijn jullie? Adam, waar ben je?” – keken ze elkaar verschrikt aan.

Ik voelde tijdens het lezen een jagende onrust in me die ik herkende van al die keren dat ik eerder in dit boek had gelezen. Het zweet brak me uit en ik voelde me plaatsvervangend schuldig. Hoewel ik me veilig voelde bij Mama, voelde ik ook dat ik op het punt stond in paniek uit te breken. Ik wilde het boek dichtslaan, maar Mama hield me tegen. Het was alsof ze het haar van mijn voorhoofd streek, terwijl ze me troostend liet weten dat ik onschuldig was. Net als Adam. En net als Eva. Ik ademde diep in en besloot nog even verder te lezen.

Maar zonder het mij zo vertrouwde schuldgevoel, welde een ander gevoel in mij op. Ik werd boos. Woedend zelfs.

Ik voelde dat Mama me omringde met meer zachtheid dan anders, alsof ze me de boodschap gaf dat ze zowel mij als mijn woede droeg en ook wilde dragen. Ik voelde in al mijn cellen dat ik mocht.

Het was nieuw voor me om met verontwaardiging te lezen in een boek dat ik tot dan toe slechts met schuldgevoelens las. Vroeger voelde ik me klein en leek dit boek oneindig groot wanneer ik erin opging. Nu leek het boek klein en voelde ik hoe ik groeide, samen met mijn boosheid.

Wat is dat voor vrije keuze wanneer je ervoor gestraft wordt? “Je mag zelf kiezen, maar als je een keuze maakt die mij niet aanstaat, zal ik je zwaar straffen.” Dat ís geen keuzevrijheid!

En wat is dat voor buitenproportionele straf? Voor het eten van zoiets onnozels als nét het verkeerde snoepje, krijgen niet alleen Adam en Eva, maar ook hun volledige nageslacht een leven lang ellende te verduren. Bovendien worden ze verdreven van de plek waar ze het liefst zijn. Ik voel hevige verontwaardiging. Iedereen weet dat wanneer je tegen kinderen zegt dat ze ergens niet van mogen eten, ze naar niets zo nieuwsgierig worden als naar de smaak van juist deze verboden vrucht. Het was nooit de vraag óf Adam en Eva ervan zouden eten, maar hooguit wanneer. Hun zogenaamde ‘Schepper’ komt me ineens nogal sadistisch over.

En dan gaat het verhaal ook nog verder. Degene die zojuist met de buitenproportionele straf kwam, laat nu weten dat hij hen zal redden van zijn wraakzucht. Hoe? Door zijn zoon te laten vermoorden. Dat stilt zijn woede blijkbaar. Deels. Want de mensheid moet hem daar wel oprecht dankbaar voor zijn en ze moeten zich ook intens schuldig blijven voelen vanwege deze moord, die ‘nodig’ zou zijn geweest om hen te ‘redden’ van de ‘straf’ die ze eigenlijk ‘verdienden’. En ook nog altijd zullen krijgen wanneer ze niet dankbaar en nederig genoeg zijn.

Om een blauw snoepje. Zittend op Mama’s veilige schoot besef ik dat mij is wijsgemaakt dat onze Schepper een sadistische narcist is. Nee, zo werd ‘ie natuurlijk niet genoemd. We hadden het niet eens in de gaten dat het zo was. We waren gegijzeld door een verhaal. We noemden onze zogenaamde ‘Schepper’: ‘een liefdevolle Vader’. We hadden geen flauw idee meer wat liefde eigenlijk was en welke uitingsvormen van liefde normaal en gezond zijn. Ik voel hoe mijn boosheid plaatsmaakt voor verdriet. Het is niet gek dat ik – en met mij vele andere gegijzelden – zo in de war ben geraakt en zo diep doordrenkt met schuldgevoel. Ik heb simpelweg geloofd in een verhaal dat totaal niet lijkt op wat ik nu ervaar, zittend bij Mama op schoot.

Mama streelt mijn rug. Ik voel dat ze me opnieuw herinnert aan mijn onschuld. Voor de bron van alles wat is uit te drukken is niets ‘fout’ of ‘slecht’. Het zijn gewoon opties, die allemaal hun eigen consequenties hebben. Dat is geen straf, maar een logisch oorzaak-gevolg verhaal. Zoals dat je van het eten van een blauw snoepje hooguit tijdelijk een blauwe tong krijgt. Meer niet.

Meer niet. De rest is een verhaal. Ik klap het boek dicht en lach. Ik voel me vrij en zwierig en pak Mama’s uitgestoken hand om met haar te dansen, de rest van de nacht.


Op Dogmavrij kan je lekker gratis lezen zonder reclame of betaalmuur. Zo sluiten we niemand buiten. Neemt niet weg dat er – met alle liefde – veel tijd en geld in deze website wordt gestoken. Heb jij misschien iets (gehad) aan de artikelen, de series, de steungroep of andere projecten? Zou je dan willen overwegen om dit werk te steunen? Dat kan via http://petje.af/ingebosscha Dank je wel!

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.