Bevrijding | Terug naar de kerk

 

 

De meeste kerkverlaters worden vroeg of laat geconfronteerd met een uitnodiging voor een begrafenis, trouwerij of doopdienst. Afhankelijk van de reden van kerkvertrek en in hoeverre men zich gehoord en erkend voelt door de kerkblijvers, kan dit soms een moeilijke opgave zijn. Alleen al de gedachte aan het weerzien van mensen die jou mogelijk als ‘afvallig’ beschouwen en het opnieuw ervaren van de kerksfeer, kan veel spanning geven.

15 jaar geleden verliet ik zelf de kerk. Enkele weken geleden was ik aanwezig in een afscheidsdienst, notabene in de kerk waarin ik gedoopt ben, belijdenis van mijn geloof deed, trouwde, en tot mijn 20ste lid was.

Aan dit kerkbezoek ging een lange weg vooraf. Ik denk dat het goed is wanneer ik hier meer inzicht in geef. Niet omdat het dé weg is en ook niet omdat ik uitkwam op een punt waarvan ik vind dat eigenlijk elke kerkverlater daar zou moeten uitkomen.

Ik deel dit, omdat ik denk dat er mensen zijn voor wie dit herkenbaar is. En misschien wel inspirerend. Niet in de zin van ‘oh, zo moet het dus’, maar meer als een soort erkenning voor de -volgens sommigen rare en onbegrijpelijke- fasen waar je doorheen kunt gaan en dat je dit op je eigen manier en in je eigen tempo mag doen.

Mijn ‘eindpunt’ in deze reeks gebeurtenissen rondom het bijwonen van een kerkdienst, hoeft zeker niet die van een ander te zijn. Met net zoveel recht onderga je een heel ander proces met een totaal andere uitkomst (bijvoorbeeld de stellige overtuiging dat je nooit en te nimmer nog een voet over welke kerkdrempel dan ook zult zetten, ongeacht wie er wordt begraven, gedoopt of getrouwd).

 

Het gaat mij om de vrijheid waarin je jezelf volledig serieus neemt om je eigen pad en tempo te vinden en te volgen. En de uitkomst oké te vinden.

 

Goed, ik ben dus naar de kerk van mijn jeugd geweest en woonde daar een dienst bij. Geen gewone dienst, dat maakte het op een bepaalde manier gemakkelijker, maar ook moeilijker, want het betrof een begrafenisdienst van een zeer jong en geliefd persoon.

Het voelt een beetje raar en ongepast om deze dienst, die uiteraard geheel in het teken stond -en ook hoorde te staan- van de overledene en diens familie, te plaatsen in een rijtje waarin ik het over mezelf en mijn proces heb.

Toch was deze dienst, achteraf bezien, voor mij een soort mijlpaal, waarin ik mezelf heb overwonnen.

Er waren namelijk eerder begrafenissen en trouwerijen geweest in de afgelopen 15 jaar.

Ik zie duidelijk een ontwikkeling in hoe ik hiermee ben omgegaan. En ik weet dat elke stap voor mij noodzakelijk was om de bevrijding te voelen die ik tijdens de laatste stap heb ervaren.

Ohja, eerst nog even dit: dit zijn mijn stappen. Ze gaan in mijn beleving niet van laag naar hoog of van slecht naar steeds wat beter. De stap die ik momenteel beschrijf als ‘mijn laatste stap’ heeft deze positie puur vanwege het chronologische aspect. Niet omdat dit gegarandeerd het eindstation is waar ik voor altoos en immer zal verkeren of zo. Ik heb geen idee. Over nog eens 15 jaar is deze ‘laatste stap’ voor mij misschien alweer een tussenstap op een weg in een totaal andere richting. Ik bedoel maar.

En toch deel ik het. Om inzichtelijk te maken welke fasen je eventueel tegen kunt komen rondom het proces van ‘kerkgang door kerkverlaters’.

 

De fasen die ik als kerkverlater doorliep rondom het opnieuw ter kerke gaan

 

1. Ik ga niet en voel me daar heel rot onder

 

Het is de begrafenis van mijn lieve oma. In de familie is nog niet bekend dat ik ben afgehaakt. Ik weet dat ik niet kan toneelspelen en zelfs al zou ik dat kunnen, toneelspelen op de begrafenis van mijn oma voelt alsof ik alles bezoedel met mijn heidense gedachten. Ik voel me onwaardig en voel in mijn gedachten de schaamte die mijn oma en verdere familie zal hebben over mij, als ze zouden weten hoe ik écht over dingen denk. Ik voel me niet vrij om erbij te zijn, om deel te nemen.

 

Ik zie mezelf als schandvlek en eer in mijn beleving mijn oma en familie door er niet te zijn.

 

Het voelt op dat moment alsof ik geen andere keuze heb. Toch heb ik veel last van gedachten als:

‘Wat zullen ze wel niet denken over me…? Wie gaat er nou niet naar de begrafenis van zijn oma! Kan ik me er nou niet gewoon overheen zetten? Waarom til ik er zo zwaar aan? Wat ben ik voor een loser, dat ik altijd alles moet verpesten? Het draait toch niet om mij?? Hoe kan ik zo egoïstisch zijn!?”

Het duurt lang voor ik mezelf de erkenning kan geven dat ik mijn keuze maakte uit respect en liefde voor mijn oma. Dat het goed is. Dat ik op mijn manier afscheid van haar heb genomen. Het duurt lang voor ik mezelf heb vergeven.

 

2. Ik ga niet en ben daar oké mee

 

Ik vind dat ik niet hóef te gaan en begrijp dat ik niet het uiterste van mezelf hoef te vragen.

 

Zelfs al begrijpt niemand het, dat is dan maar zo. Ik heb mijn redenen en die neem ik serieus.

 

Vergeleken met de begrafenis van mijn oma is dit een verademing. Toch voel ik ook iets van rouw, omdat het blijkbaar zo moeilijk ligt dat ik me er niet toe kan zetten om te gaan. Verdriet omdat ik iets misloop. Ik voel me buitengesloten, maar besef heel goed dat ik hier zelf voor kies. Tegelijk begin ik af en toe woede te voelen, omdat ik heel goed begrijp waarom ik me niet welkom voel en om de pijn die daaraan vast zit.

 

3. Ik ga naar een andere kerk en voel me gemanipuleerd

 

Ik ga naar een andere kerk dan die waarin ik ooit zelf lid was, maar ik voel me daar heel ongemakkelijk en gemanipuleerd door de dingen die gebeuren. Ik voel dat ik mijn hakken in het zand zet. De meeste psalmen zing ik niet mee. Ook doe ik niet mee met het zingen van de geloofsbelijdenis. Meedoen voelt als instemmen en dat is het laatste dat ik wil. Terwijl iedereen om me heen staat en zingt, blijf ik zwijgend zitten. Ik kijk ongemakkelijk naar de grond. Ik hoop maar dat mensen zullen denken dat ik niet lekker ben ofzo.

 

4. Maar dan voel ik woede opkomen

 

Niet lekker? Ik ben kiplekker! Ik wil alleen niet meedoen met iets dat in mijn beleving alleen maar buitensluiting teweegbrengt. Ik kijk op. Ik zie mensen naar me kijken. Provocerend kijk ik terug.

 

Het voelt als een soort machtsstrijd. Alsof ik terugpak wat me ooit ontnomen is. Ik realiseer me dat ik niks verkeerd doe. Ik hóef nergens mee in te stemmen.

 

Ik voel me wel wat ongemakkelijk, omdat het een trouwdienst is, alles gefilmd wordt en ik het gevoel heb dat ik in mijn eentje de film aan het verpesten ben met mijn recalcitrante gedrag, maar ik ben tenminste niet gaan schreeuwen of gaan vloeken. Ik gedraag me relatief gezien bijzonder netjes. Ik doe wat ik kan. Het is oké.

Achteraf voelt het als een overwinning. Het in een kerk aanwezig zijn zonder mee te doen, heeft me een stuk vrijheid gegeven die ik nooit eerder had ervaren.

 

5. Ik ga naar mijn eigen kerk van vroeger

 

Er is een begrafenis en ik kom condoleren. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik niks hoef en weg mag gaan wanneer ik wil.  Vóór de dienst begint, ben ik weer vertrokken. Ik zie het niet zitten om deze uitdaging aan te gaan. Ik vind het oké. Ik zag oude bekenden, heb handen geschud, merkte dat ik het zelfs leuk vond om mensen weer te spreken, maar voelde mijn hart als een razende tekeer gaan en had het zweet op mijn rug staan. Het werd me teveel, ik wilde weg. Ik ben tevreden over mijn poging en de manier waarop ik mezelf hierin serieus heb genomen.

 

6. Ik ga en ik blijf

 

Ik voel me vrij.

 

Omdat ik ervaren heb dat ik mezelf volledig serieus kan nemen, voel ik me rustig en sterk in mijn eigen nabijheid.

 

Ik kijk de kerk rond en zie veel mensen die ik nog ken van vroeger. Het ontroert me. Daar zitten ze. Trouw. Elke week zien ze elkaar hier. Wat bijzonder is dat eigenlijk. Ik zie mensen terugkijken, elkaar aanstoten. Ik zie iemand wegkijken. Ik zie ook mensen vriendelijk knikken. Daar zitten we dan, met hetzelfde doel: de afscheidsdienst bijwonen.

 

Ik voel me heel sterk op een manier die ik niet hoef te bevechten of te demonstreren. Ik laat me onderdompelen in de sfeer van toen, geen moment bang dat ik erin zal verzuipen. Het voelt zowel vertrouwd als vervreemdend.

 

Wanneer ik geraakt wordt door het onuitsprekelijke verdriet van de familie, huil ik met hen mee. Ik zie andere mensen ook met betraande ogen. We delen samen iets. Het ontroert me. Ik voel me intens verbonden met deze mensen. Misschien voelen zij dat niet zo, maar dat geeft niet. Ik voel het en dus beleef ik het zo. Het voelt ongelooflijk vrij om puur met mijn eigen gevoel te zijn en me niet druk te maken om wat anderen denken.

Er zijn geen zware teksten, maar dat had me niet eens zoveel uitgemaakt. Dit is hun terrein, hier bepalen zij wat er beleden wordt. Ik ben slechts te gast en mag het meemaken als was het folklore. Zo ervaar ik het ook wel een beetje. Maar ook als een herinnering uit een ver verleden, als een warm bad. Ik ken de liederen. Ik zing mee zonder naar de tekst te hoeven kijken. “Eens als de bazuinen klinken”… hoe wonderlijk dat ik dit lied zing en couplet na couplet weet terug te halen in mijn geheugen.

Ik geloof er niet meer in, maar ik begrijp de troost die erin gevonden wordt en ik voel me op een bepaalde manier blij, omdat ik deze mensen die troost gun. Ik voel ook verdriet. Want wat is het een mooi concept, wat is het een briljant idee. Die zekerheid dat je elkaar ooit weer terug zult zien. Zouden ze dat nou echt allemaal geloven of zouden zij het ook niet allemaal even zeker weten? Ik kijk rond. Dit is een gemeente met individuen, ze hebben allemaal hun eigen verhaal en misschien ook wel allemaal hun eigen geloof.

 

Terwijl we zingen “Roep hen die men dwong te zwijgen”, gaan mijn gedachten heel even terug naar het onrecht dat ik zelf meemaakte binnen de kerk. Ik denk aan de vele verhalen vol onrecht die me zijn verteld door andere kerkverlaters. Ik denk aan hen terwijl ik zing: “Richt omhoog wat wist te buigen, kroon wat aanzien heeft ontbeerd.” In gedachten kroon ik hen allemaal.

 

Het voelt bizar en vreemd om dat hier en nu te doen, terwijl mensen om mij heen met hun gedachten waarschijnlijk heel ergens anders zijn. Weer voel ik die enorme vrijheid door me heen stromen. Dat ik mag zijn. En dat zij mogen zijn.

“Als de graven openbreken en de mensenstroom vangt aan om de loftrompet de steken en Uw hofstad in te gaan…”

Ik zou op dit moment willen dat het zo was en dat ik het nog net zo zeker wist als ooit. Tegelijk besef ik ook dat ik het door mijn huidige bril beleef als naïef. Ik zeg het hier maar gewoon en bedoel dit allerminst kwetsend naar de mensen voor wie dit waarheid is. Ik zie mijn eigen ‘waarheid’ niet als hoger of lager of zo. Het is anders. Ik kan die oude bril in mijn fantasie nog wel opzetten, maar het voelt heel onwerkelijk, alsof ik mezelf onderdompel in de sfeer van een oud, maar geliefd sprookje.

 

Ik voel vooral enorm veel ruimte in mij en om mij heen. Al mijn gedachten, al mijn gevoelens, het mag er allemaal zijn. En al deze mensen, wat zij ook denken en voelen en door welke bril ze ook kijken, zij mogen er ook zijn.

 

Vandaag kruisten onze paden weer even. Ik kijk dankbaar terug op een ontroerende afscheidsdienst van een geliefd persoon en op verrassende ontmoetingen en gesprekken.

 

Ja, ik voel mij vrij.

 

 

 

 

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

3 Responses

  1. Maria

    Dankjewel, Inge, dat je dit met ons deelt. Binnenkort trouwt een familielid, ik zag en zie er tegenop om die kerkdienst mee te maken. Maar door jouw omschrijving van fase 6 heb ik er meer vertrouwen in. De woorden folklore, een sprookje en vooral: ik mag zijn wie ik wil zijn zullen me houvast bieden. Dank. X

  2. Mooi en aanvoelend geschreven, Inge. Je kunt inderdaad niemand, ook jezelf niet, dwingen om je emoties op een bepaalde manier onder controle te krijgen. Wel is het een opluchting om je zo vrij te voelen dat je niet meer bedreigd wordt door de religieuze gevoelens van de mensen om je heen, maar ze begrijpt en accepteert. Ik vind het ook nog wel eens fijn om maar mee te zingen ook als is het “Welk een vriend is onze Jezus” en ook al geloof ik al lang niet meer dat die vriend er is, een beetje, maar ook weer niet helemaal als “zie de maan schijnt door de bomen” (een beetje verheffender, wellicht)…..

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.