Coach voor kerkverlaters – praktijkverhaal: “Een hekel aan Jezus”

 

Let op: In dit artikel worden heftige, pure gevoelens geuit die lang onderdrukt zijn geweest. Sommige mensen kunnen de manier waarop deze gevoelens zijn verwoord als schokkend en kwetsend ervaren. Het is absoluut niet mijn bedoeling om mensen pijn te doen. Ik heb er desondanks bewust voor gekozen de (bij Janna) reeds bestaande pijn zo authentiek mogelijk weer te geven, om daarmee enerzijds te laten zien hoe diep ingrijpend het kan zijn wanneer gevoelens geen ruimte krijgen en anderzijds te tonen hoeveel positieve, helende impact het toestaan van deze gevoelens op een mens kan hebben.

 

 
Janna: “Ik groeide op binnen een groot bevindelijk gereformeerd gezin. Negen jaar geleden stopte ik met naar de kerk gaan. Ik geloof nog wel in God, maar niet meer in religie. Ik heb niet echt nare dingen meegemaakt binnen de kerk, maar toch zit me blijkbaar iets dwars, want ik merk steeds vaker dat ik me erger aan refo’s. Ook reageer ik ronduit allergisch wanneer ik iets zie of hoor over Jezus. Via Facebook komt er nogal eens iets voorbij van mijn gelovige familie. ‘Rot toch op met die Jezus van je’, denk ik dan. Ik schaam me daarvoor. Eigenlijk vind ik mezelf maar hysterisch en obstinaat. Ik probeer het steeds weg te drukken, maar ik merk dat het niet echt verdwijnt. Ik zou die boosheid er wel eens uit willen laten, maar durf dat niet goed in m’n eentje. Ik ben op zoek naar iemand die me begrijpt en die niet schrikt van schelden of vloeken. Een vriendin vertelde over een soort ‘vloek- en tiersessie’ (zo noem ik het maar even) die ze bij jou had gedaan en waar ze veel aan heeft gehad. Zoiets zou ik ook wel willen. Kunnen we een keer afspreken?”

 

Toestemming

 

En zo kwam het dat ik op een druilerige dinsdagmorgen met Janna over een verlaten Zeeuws strand liep. Van tevoren had ik haar gevraagd of ze wilde nagaan wat haar vroegste herinneringen zijn waarbij zij zelf dacht – of van haar omgeving de boodschap kreeg – dat ze ‘hysterisch’ of ‘obstinaat’ was. Hoe heeft ze leren omgaan met boosheid? Heeft ze belemmerende overtuigingen over het voelen en uiten van boosheid?
Ze vertelde dat ze zich niet kon herinneren dat haar ouders ooit boos waren.

“Ze spraken over boosheid als iets lelijks. Ze zeiden dan: ‘doe niet zo lelijk’ of: ‘kijk niet zo lelijk’. Ik denk ook dat het geloof ermee te maken heeft. Als het in de bijbel over een boos of een kwaad persoon gaat, dan wordt daar meestal het tegenovergestelde van een goed persoon mee bedoelt. Alsof boosheid van de duivel komt. Volgens mij denken mijn ouders dat. En misschien denk ik het zelf ook wel, want ik heb niet voor niets moeite met boosheid.”

 

“En toch wil je er iets mee doen. Is dat misschien omdat je met je verstand inmiddels anders tegen boosheid aankijkt?”

“Ja, ik denk het wel. Ik zie boosheid als een normale emotie, maar heb er tegelijkertijd moeite mee. Gevoelsmatig kan ik er niet ontspannen mee omgaan. Toch merk ik dat negeren, bagatelliseren en ontkennen de boosheid niet doet verdwijnen. Ik denk zelfs dat ik in de loop van de jaren onderhuids steeds bozer ben geworden. Daarom wil ik het goed aanpakken.”

Janna vertelt dat ze bang is voor een angstaanval tijdens of na het uiten van haar boosheid, omdat ze dit mogelijk onbewust koppelt aan het idee dat ze op dat moment in de greep van de duivel zou zijn. Ook geeft ze aan dat ze zich schaamt, omdat haar boosheid zich richt op personen die zij tegelijkertijd ervaart als goed en liefdevol. Loyaliteit lijkt haar in de weg te staan.

Ik leg uit dat mensen hun frustratie en boosheid soms projecteren op één persoon of figuur, bijvoorbeeld op een predikant, een ouderling/oudste, een ‘typische refo’, een kerkgebouw, Jezus of God. Achter de woede zit vaak veel verdriet, die lang niet altijd (alleen) te maken heeft met de persoon waar de woede zich op richt. Ik vertel dat ik haar boosheid zie als een uiting van haar gevoel zoals ze het op dat moment ervaart.

“Ook al geef je misschien iemand de volle laag, wat je zegt gaat voor mij niet over die persoon en ook niet over jou. Het is slechts een uiting van samengebalde emoties die onder hoge druk eruit knallen. Ik zal jou niet veroordelen. Ik ben getuige en kijk naar wat het mogelijk laat zien over onrecht, onmacht, pijn, teleurstelling en je behoeften en wensen.”

 

Ze zucht. Ik meen een zweem van opluchting op haar gezicht te lezen en besluit haar een klein beetje aan te moedigen. “Vertel… wat vind je zo irritant aan sommige refo’s en aan de Jezusfiguur zoals je die op Facebook voorbij zag komen? Vertel maar gewoon wat in je opkomt, er hoeft geen lijn in je verhaal te zitten, en gebruik gerust de woorden die passen bij hoe jij het voelt. Ga maar lekker los, je mag!” In haar glimlach zie ik een tikkeltje ondeugende lef, maar ook wat verlegenheid. Nog maar een klein beetje aanmoedigen dan. “Ik kan me voorstellen dat het iets in het uiterlijk is? Is het de kleding? De houding?”

 

Uitbarsting

 

“Het is alles!” Haar stem klinkt helder en ik verwelkom met een glimlach de kracht, waarvan ik me voorstel dat die nu door haar aderen stroomt. Ik zie aan haar hele houding dat de rem eraf gaat. “Die rokken, dat haar, dat lijzige! Geen hoge hakken, geen make-up, de deugdzaamheid druipt er vanaf. En dat lijdzame! Er zit totaal geen pit in! Ik vind het gewoon fokking irritant dat je dus echt van grote afstand al kunt zien dat het refo’s zijn. En daar zijn ze trots op he, ‘gij geheel anders’, maar waarom moet het zo suf? Ik zou ze wel door elkaar willen schudden. Doe nou eens normaal! Of nee, doe nou eens gek! Het moet allemaal zo fokking keurig, meneer in een Terlenka broek en mevrouw in een rok die nooit in de mode zal komen of juist uit een dure boetiek komt, maar dan wel eentje waar leuke mensen nog niet dood gevonden willen worden en waar een refodame met grijze knot verkoopster is. Ons soort mensen. Ik moet ervan kotsen, echt! Vrouwen van 30 die qua kledingstijl een kopie van hun moeder zijn. En van hun oma. Hoe kan het!? En dat ze je dan zien en een kort knikje geven met hun stijve hoofden. Minzaam en lijdzaam. Ik ben immers degene die het mis heeft en die verantwoordelijk is voor het verdriet van mijn ouders. Kijk ze lijden dan, het is allemaal mijn schuld. #$%@^&, ik haat dat!! Vieze vuile #$%^&^$%#^!!”

Terwijl ze scheldt en vloekt en tegen schelpen op het strand schopt, steek ik af en toe een duim op en zeg dat ze het heel goed doet. Ze verontschuldigt zich niet eens! Ze zorgt nu alleen maar voor zichzelf, precies wat ik haar als opdracht had gegeven. Zorg dat jíj het straks kwijt bent en zorg niet voor mij, je ouders, Jezus, of je omgeving. Dit gaat om jóu!

 

Die irritante lijdzaamheid!

 

“Is dat ‘lijdzame’ misschien ook wat je irriteert aan Jezus?”

“Ja! Hoe die daar maar een beetje hangt aan dat kruis! Hoe die in de kribbe ligt! Ik ken de verhalen natuurlijk wel, maar hoe ze dat dan tekenen, met die zachte, heilige ogen, dat fokking lijdzame erin. Ik voel me daardoor zo beschuldigd. ‘Ik doe dit allemaal voor jou, omdat jij zo gruwelijk slecht bent tot op het bot, daarom zal Ik voor jouw zonden boeten.’ Keek hij maar boos ofzo, maar nee hoor, Jezus kijkt altijd maar verdrietig en zacht! Die keert je zelfs nog doodleuk de andere wang toe. Sla deze ook maar hoor, Ik lijd wel. Ja, inderdaad, het is die lijdzaamheid waaraan ik me echt kapot erger! Ik haat het!”

 

“Doet het je aan iemand denken? Ken je iemand die ook zo lijdzaam kan doen?”

Met een schok kijkt ze me aan. “M’n moeder!” Ze vloekt en schopt een schelp weg. “M’n moeder is dus ook nooit boos, hè. Als ik stout was geweest en haar vroeg: ‘bent u boos?’ dan zei ze altijd: ‘ik ben niet boos, maar wel verdrietig’. En dan zuchtte ze, alsof ik altijd alles fout deed en zij daar altijd voor moest boeten. Als m’n moeder zuchtte, huilde of niet lekker in haar vel zat, dan kwam dat altijd door ons. We waren dan vervelend geweest of we hadden niet genoeg geholpen.”

 

“Heb je het gevoel dat je verantwoordelijk werd gemaakt voor de gevoelens van je moeder?”

“Ja, dat klopt inderdaad. Ik ben daarvoor een paar jaar geleden nog in therapie geweest, omdat ik mijn grenzen moest leren ontdekken en bewaken. Dat had ik dus nooit geleerd hè… Ik voelde me overal maar verantwoordelijk voor. Vooral als er zo achterlijk lijdzaam werd gedaan door anderen. Eigenlijk ben ik zo ontiegelijk fokking kwaad!”

Terwijl ze over de zee tuurt, lees ik in haar ogen iets anders en vraag haar voorzichtig wat haar zo verdrietig maakt.

Ze breekt. En wat er dan volgt vind ik te teer om woorden aan te geven. Het is puur, intens en zowel heftig als heilig. Zij is meisje en vrouw tegelijkertijd en ik ben coach en moeder. Helende rollen. Terwijl haar schouders schokken van het huilen, is het of het licht haar gekwetste kinderziel streelt. De pijn verdwijnt niet, maar de pijn slaakt een zucht van ver-lichting. Janna en ik zijn getuige.

 

Oneerlijke ontmoeting

 

Een week later mailt Janna me dat ze haar moeder onverwacht tegenkwam in de stad en ze daar achteraf erg door van streek raakte. Of ze weer een keer mag komen praten. Deze keer wandelen we door het bos. Daar vertelt Janna dat toen ze haar moeder in de HEMA opmerkte, ze in een reflex vrolijk haar hand opstak, maar toen pas zag dat haar moeder met een afkeurende blik naar Janna’s broek keek. Haar moeder gaf enkel een kort knikje met haar hoofd en liep toen snel door. Janna was hierdoor van binnen zo van streek geweest dat ze meteen naar huis was gegaan om daar een potje te janken. “Weet je wat het is? Normaal gesproken zouden we dan gezellig ergens wat gaan drinken of zo, en nu deed ze zo onderkoeld! Ik voel het nog. Het voelt zo oneerlijk!”

“Wat maakt het zo oneerlijk voor jou?”

“Dat ik het nooit goed kan doen! Het is toch míjn leven!? En weet je, altijd als ik naar m’n ouders ga, draag ik een rok. Ik houd ontzettend veel rekening met hen! En eigenlijk wil ik hen dat eens goed duidelijk maken. Daarom wilde ik met je praten, want ik durf niet goed. Vertellen wat je écht bezig houdt is bij ons thuis not done. Aangeven dat je iets niet fijn vindt… pffff… ze zien me aankomen! Ik vrees dat ik in hun ogen altijd een snotneus zal blijven die haar ouders moet eren. En verder niets. Ik wil hen duidelijk maken dat ik óók iemand ben en dat ik recht heb op het maken van mijn eigen keuzes, ook wanneer zij het daar niet mee eens zijn.”

 

Tijdens de wandeling bespreken en spelen we diverse scenario’s en oefent Janna wat ze wil zeggen. Ze ontdekt dat ze zich erg kwetsbaar voelt, omdat ze zoveel van zichzelf laat zien. Ze wil precies datgene laten zien waarvan ze van tevoren al vermoed dat haar ouders dat niet wíllen zien. “Het voelt alsof ik me op vijandig gebied begeef en me dan ook nog eens fokking kwetsbaar opstel. Terwijl ik wéét hoeveel pijn het doet als ze me afwijzen… ”

“Is het een beetje als je linkerwang toekeren nadat je op je rechterwang geslagen bent…?”

Janna grinnikt. “Eigenlijk is dat wel een beetje zo ja…”

 

Linkerwang

 

Na een paar weken krijg ik een mail van Janna.

“Ik heb erg geworsteld met die linkerwang. Het idee dat ik mijn ware zelf zou laten zien aan mensen die mij zo vaak de boodschap hebben gegeven dat ze me niet willen zoals ik écht ben, maakt me bang. Maar ik voel dat ik de keuze heb. Of ik zwijg en blijf in de gunst, maar dan zullen ze me nooit echt kennen en betekent ons contact misschien wel niets, of ik spreek me uit, met alle risico’s van dien, maar met ook alle kansen die dat biedt op écht contact. Ik voel zo duidelijk dat ik twee wegen kan wandelen. De weg van de schijnvertoning, van de buitenkant, en de weg van de binnenkant, van mijn hart. Ik weet al wat ik kies, maar ik heb meer voorbereidingstijd en ook steun nodig. Kunnen we binnenkort weer een keer afspreken?
Weet je wat ik trouwens merk? Dat ik die zachtheid in de ogen van Jezus nu kan verdragen. Het lijkt wel iets te weerspiegelen van de zachtheid en de kwetsbaarheid die ik van binnen ook voel. Ik denk dat ik nu pas merk hoe goed het me heeft gedaan om dwars door mijn woede naar de pijn daarachter te gaan. Het ging me dus helemaal niet om Jezus. Het ging me om mijn moeder en het contact met mijn ouders. Mijn boosheid vanwege de ‘lijdzaamheid’ was eigenlijk een schreeuw om en een verlangen naar echtheid.
Ik ben bang voor en tegelijkertijd benieuwd naar de toekomst. Ik voel me sterk, omdat ik voel dat ik mijn eigen keuzes zal maken en dat ik bereid ben de uitkomst te accepteren.”

 

 

Het komt wel goed met Janna. Het ís al goed met Janna. Sterker nog, er was nooit iets mis met haar. Ook niet toen ze vloekend en huilend op het strand stond.

 
Noot: De twee wegen die Janna ziet liggen, kunnen andere wegen zijn dan de wegen die jij misschien ziet liggen. We hebben verschillende karakters, verschillende inzichten, verschillende rollen te spelen en zijn hier misschien niet allemaal om eenzelfde reden. Het verhaal van Janna is illustratief voor het feit dat het van groot belang is om je houding en je weg te kiezen in vrijheid en verantwoordelijkheidsbesef. Wat voor Janna goed is, is dit mogelijk niet voor jou. En andersom geldt dat wat jij kiest, een keuze kan zijn die Janna misschien nooit zou maken. Wat Janna als een ‘schijnvertoning’ ervaart, kan voor jou de meest heilige, liefdevolle weg zijn die je kiest. En wat jij ervaart als kwetsende botheid is misschien voor Janna de weg waarmee zij haar liefde uitdrukt. Kies met je hart. Kom je er niet uit, vraag dan hulp aan iemand die je vertrouwt.

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

4 Responses

  1. Hans Feddema

    Ben bang dat er heel veel psychologisch lijden is over het aspect hierboven. De ingetogenheid, niet openstaan in de wereld.en het ergste,denk vooral niet dat je wat bent! Om hier vanaf te komen is veel kracht voor nodig en blijf in gesprek met open mensen. Zonder je zeker niet af!

  2. Desiree

    zo herkenbaar. Dank je wel. en ja, ik heb ook momenten dat ik heel erg boos wordt op iemand, mijn buurvrouw die naar de kerk gaat, viool speelt, altijd maar aardig is tegen iedereen. grrr. of ook op mijn moeder, omdat ze in een martelaarsrol zit, o vaak dat mijn boosheid op de gekste dingen naar bovenkomt. En ik vind het ook moeilijk om dat te delen met iemand, en om me even lekker te laten gaan. net zoals vloeken, mocht ook nooit, soms doe ik dat zachtjes tegen mezelf. Mijn ouders en vooral mijn moeder ontkende ook altijd dat ze boos was. En ik mocht vooral niet chacharijnig kijken, nee ik moest altijd een braaf gehoorzaam meisje zijn. o ik laat me nu even gaan hoor. maar zo herkenbaar.

  3. Suus

    Wow, heel herkenbaar! Ik ben zo dankbaar dat ik, mede door de artikels en aanvullende reacties op deze website, heb geleerd het afgelopen jaar dat ik mag zijn wie ik wil zijn! Dat dat gewoon kan, voor iedereen! Dat het goed is om je emoties te tonen: als ik boos ben gewoon even lekker boos mag zijn en daarna weer verder gaan, blij zijn, verdrietig zijn, sacherijnig zijn…. Het hoort gewoon bij het leven! En als je dat niet kan uiten, dus niet jezelf kan zijn en altijd maar een clown moet spelen, aah….. dat houd je niet vol! Het voelt echt als een verlossing/bevrijding om alles te hebben losgelaten en mijn leven te gaan leven zoals dat voor mij het fijnste is. Man, wat ben ik gelukkig in het mezelf zijn en te kiezen voor die dingen die mij blij en gelukkig maken! Ik moedig iedereen aan om net als Janna, even heerlijk los te gaan en daarna je eigen keuze te maken, gewoon omdat dat mag en kan!

Laat een reactie achter bij Suus Reactie annuleren