Gedichten van Eliza Simons

Dogmavrij is een platform waar niet alleen inzichten, maar ook ervaringsverhalen rondom het thema kerkverlating, geloofstwijfel en geloofsverlies worden gedeeld. Dit gebeurt regelmatig in de vorm van reacties, citaten en gastblogs, maar deze keer trakteert Eliza Simons ons op verhalen in de vorm van gedichten.

Heb je zelf ook één of meerdere gedicht(en) of tekst(en) gemaakt rondom het thema kerkverlating en/of geloofsverlies, overweeg dan eens ze te delen met andere ervaringsdeskundigen. Meer info vind je hier: >KLIK< . Bij voldoende enthousiasme kunnen we misschien een keer met enkele dichters/schrijvers samenkomen om ons werk met elkaar te delen. Lijkt dat jou leuk, stuur me dan even een berichtje! 🙂

Gods plannenmakerij BV

Voet voor voet beklim ik de berg,
de almachtige.
Op de top een burcht,
de ontzagwekkende.

Voor de poort sta ik stil,
hier worden de plannen gesmeed
voor het lot, het leed en de liefde voor ons allen.
Ik besluit via een onderdeurtje te gaan,
de onaanzienlijke, de nederige.

Kom in een hal
met een wapenrusting:
een schild, een tweesnijdend zwaard.
Loop langs een zaal,
zie de glans van een kroon,
de schitterende.

Dan dwaal ik verder,
zaal na zaal,
na zaal, na zaal.
Trap op, naar rechts,
trap op, naar links,
zaal na zaal, na zaal,
een eeuwigheid.

Sta voor een deur die ik voorzichtig open,
zie een enorm eikenhouten bureau, een stoel,
een rechterhand
en eindeloos veel laden met namen,
de ontelbaren, de zandkorrels.

Ik sta met open mond,
hoor driftig gekras
en in een vloek en een zucht
is weer een plan klaar,
de voorbestemden.

Er vliegt een vogel langs het raam,
even is het stil.
Stiekem verwissel ik Zijn pen
voor één met onzichtbare inkt
en gooi bestaande plannen weg,
de kiesgerechtigden.

Terwijl ik zachtjes de deur sluit
hoor ik een zucht van opluchting,
de bevrijde.

©Eliza Simons

In de put

Daar zit ik dan,
diep in het donker.
Verdriet, wanhoop.
Ik schreeuw,
ik kras met mijn nagels langs de put,
mooi rond, geen opening.

Ik kijk naar boven,
ik zie een gezicht.
Dan zie ik Hem:
Jezus, de Verlosser.
Hij werpt een touw,
Hij komt mij redden.
Het touw is te kort,
ik sta op mijn tenen,
het touw is te kort.
Ik kijk naar boven,
Hij verdwijnt,
bedenksel, verhaal van mensen.

Dan zie ik handgrepen,
die voeren naar boven.
Ik pak ze vast.
De tocht is zwaar,
halverwege rust ik uit.
Ik stap uit de put
en hef mijn gezicht naar het licht.
Ik voel vreugde, ik voel redding.
Ik zie Gods glimlach.
God zegt: ‘Wees gezegend, mijn kind,
jij hebt gedaan waartoe je bent voorbestemd: jezelf redden’.

©Eliza Simons

Ontheemd

Wie biedt mij heem,
waar kom ik thuis?

Losgelaten,
Vader God, die zijn werk voleinden zal in mij.
Vader God met het plan voor mijn leven.
Wie biedt mij heem,
waar kom ik thuis?

Vroegere veiligheid,
zekerheid, geborgenheid,
een huis met vele kamers,
ook één speciaal voor mij,
want hij had mij gewild,
precies mij.
Wie biedt mij heem,
waar kom ik thuis?

Geen Jezus die mij verlost,
weg zijn al die onzekerheden,
twijfels die kwellen,
rust door zijn lijden.
Wie biedt mij heem,
waar kom ik thuis?

Mijn levensscheepje op de woeste zee,
uiteindelijk toch ontvangen door hem,
behouden aankomst.
Wie biedt mij heem,
waar kom ik thuis?

Genezing, want hij is machtig.
Aan de goede kant staan,
want hij is de enige ware.

Verlossing, verlossing, ver domme mij,
maar nu niet meer.
Alleen ik.
Wie biedt mij heem,
waar kom ik thuis?

©Eliza Simons

Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?

Alleen sta ik boven op de verlaten berg.
Om mij heen dor landschap.
Geen toevlucht, geen bescherming,
geen troost, geen steun,
geen oor die mijn geween hoort,
geen arm om mijn pijn.

Dan opeens stromen van alle kanten de mensen toe, de massa.
Ze roepen mij iets toe.
Verlaten, roepen ze, verlaten?
God verlaat je niet,
God is liefde,
God is barmhartig,
God is er altijd.
Ik keer hen mijn rug toe
en laat de zweep striem voor striem op mijn rug knallen.
Verlaten, nooit verlaten, zegt elke slag,
elke bloeddruppel klaagt mij aan.
De pijn zegt: toevlucht, toevlucht, Hij is je toevlucht.

Alleen sta ik verlaten in een drukke stad.
Geen herberg voor mij, geen onderdak,
geen ruimte voor mijn pijn,
voor de zwarte stukken in mijn ziel.
Niemand en toch allen.

Opeens komen de mensen toegestroomd.
Ze schreeuwen:
verlaten, verlaten?
God verlaat je niet,
God is liefde,
God is barmhartig.
God is er altijd.

Alleen sta ik verlaten in een warme kerk.
Van binnen is het koud,
het is leeg,
niemand die het ziet.
Geen erbarmen, geen kribbe, maar verlaten.
De mensenmassa’s zingen:
verlaten, verlaten?
God verlaat je niet,
God is liefde,
God is barmhartig.
God is er altijd.

Woedend keer ik hen mijn gezicht toe
en ik schreeuw: verlaten, ja, verlaten!
Jezus zag dat,
Zijn verhaal is erkenning voor verlatenheid,
geen vonnis met gedeeltelijke vrijspraak
geen doekje voor het bloeden.

De mensenmassa’s lossen op.
Één blijft er over.
Ik kijk haar aan en zie mijzelf.
Geen schuld meer, zeg ik tegen haar,
geen schuld meer.

Dan ben ik alleen,
gelukkig.

©Eliza Simons

Dat ís niet waar!

De waarheid, de waarheid,
te vuur en te zwaard.
De waarheid, de waarheid,
hoog zittend te paard.

De waarheid, de waarheid
in weer en in wind.
De waarheid, de waarheid,
daar draait het om, mijn kind.

De waarheid, de waarheid,
daar wil ik voor sterven.
De waarheid, de waarheid,
maakt duizenden scherven.

De waarheid, de waarheid,
snijdt dwars door mijn ziel.
De waarheid, de waarheid,
maakte dat ik in de afgrond viel.

Mijn waarheid, mijn waarheid,
te vuur en te zwaard.
Mijn waarheid, mijn waarheid
vergaat.

Trouwens, het is lente.

©Eliza Simons

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

1 Response

  1. Piet van Dijk

    mooie krachtige taal die je doet beseffen dat alle werkelijkheid in je door taal wordt geschapen. religie is een taaluniversum.

Laat een reactie achter bij Piet van Dijk Reactie annuleren