Hoe ik als kind God te slim af was

Ik was zeven en kon niet slapen. Alle trucjes die ik kende om slaperig te worden, had ik al geprobeerd. Eerst had ik gefantaseerd over de hemel. Dat deed ik heel vaak. Mama had gezegd dat de hemel een plek is die nog veel mooier is dan je je kunt voorstellen. Dat leek me geweldig. Als ik me de hemel voorstelde als een plek met honderd katten, dan kon het best wel eens zijn dat er honderd-en-één katten waren of misschien wel tweehonderd!

Maar Mama zei dat dieren niet naar de hemel gaan, omdat dieren geen ziel hebben. Mama houdt niet van dieren. Papa wel. En hij had gezegd dat het best zou kunnen dat er speciaal voor de hemel nieuwe dieren worden gemaakt. Ik wist het niet. Het idee dat er in de hemel misschien geen katten zijn, maakte me ongerust en verdrietig. Ik moest iets anders proberen om in slaap te komen.

Ik probeerde me de smaak van het lekkerste ijs in te beelden. Pistache. Ik proefde het echt. En ik kreeg een grote glimlach om mijn mond bij de gedachte dat pistache-ijs in de hemel nog veel lekkerder zou smaken. Ik voelde me ineens zo blij. En ongeduldig. Was het maar vast zover. Stopte dit aardse leven maar vast. Als het nu stopte, maakte ik mijn schuld voor God ook niet meer elke dag groter. Nee, niet aan denken, dan kwam dat nare gevoel in mijn buik en kon ik voorlopig niet slapen.

Ik besloot dat het tijd was voor de volgende truc: nadenken over de eeuwigheid. Ik sloot mijn ogen en zuchtte. Eeuwig. Dat was zonder einde. Hoe langer ik daaraan dacht, hoe meer het leek of mijn denkvermogen zich rechts van mijn hoofd bevond. Mijn gedachten wilden verder reizen dan ik kon. Het duizelde me. Ik probeerde te focussen op de duizelingen. Als ik dit lang genoeg zou doen, zou ik vanzelf slaperig worden. Maar ik nam per ongeluk de verkeerde afslag in mijn hoofd. Ik dacht aan wat er kon gebeuren als ik niet naar de hemel mocht. Nu zou ik voorlopig nog niet in slaap vallen.

Als je de zonde tegen de Heilige Geest had gedaan, had je iets onvergeeflijks gedaan en mocht je niet naar de hemel. Dan moest je naar de hel. Niemand wist wat deze zonde precies was, maar het had te maken met het bewust lasteren van God. En met expres zondigen. Ik had expres gezondigd toen ik drie weken geleden een koekje uit de kast had gestolen. Ik had goed opgelet of Mama niet binnen zou komen en had dus heel goed geweten dat dit niet mocht. Ik had het toch gedaan. Mijn hart bonsde nu in mijn keel. Niet aan denken! Niet aan denken!

Ik vouwde mijn handen en smeekte of God mij wilde vergeven. Ik moest bijna huilen. Zou God meer van mij houden als ik echt moest huilen? Misschien lukte het als ik mijn best deed. Maar was dat dan wel oprecht? Ik voelde in al mijn vezels dat ik, ellendig mens, op geen enkele manier iets goeds kon doen voor God. Nu huilde ik. Echt. Zou God blij zijn met deze tranen? Hij telde ze, dat wist ik. En hij bewaarde mijn tranen in een kruik. Hoe groot zou die kruik zijn? Had hij voor iedereen een aparte kruik of bewaarde hij alle tranen bij elkaar?

Ik moest echt proberen om zo weinig mogelijk te zondigen. Het zou me niet lukken, maar ik moest desondanks toch mijn uiterste best doen. Het offer van Jezus was groot genoeg voor alle zonden. Precies genoeg. Als ik meer zou zondigen, zou er misschien wel een extra doorn aan de kroon van Jezus komen. Mijn schuld zou dat zijn. Maar dat was het toch al.

Nee, ik mocht niet zondigen. En zeker niet bewust en lasterend! Godslasterlijk was een moeilijk woord voor vloeken. Dan zei je iets waar de naam of een gedeelte van de naam van God of Jezus in voorkomt. Ik moest goed weten wat ik niet mocht zeggen. ‘Goh’ mocht niet. En ‘Jeetje’ ook niet. En … NEE! Niet aan denken! God kon mijn gedachten horen. Ik wilde niet meer denken. Niks meer. Bestond er maar een manier om onzichtbaar te zijn voor God. Eventjes, zodat ik in slaap kon vallen.

Nu was ik veel te bang dat mijn gedachten de verkeerde kant op zouden gaan. Als ik ontspande gleed ik weg. En als ik niet oplette en niet vocht, kon de duivel me in zijn greep krijgen. Dat zou ik eerst niet eens merken, zo geleidelijk zou het gaan. Maar het zou van kwaad tot erger worden, net zolang tot ik op een dag een heiden zou zijn geworden. Dat was het doel van de duivel: mensen bij God wegtrekken.

“Verlaat niet wat Uw hand begon, o Levensbron, wil bijstand zenden”, zong ik zachtjes. Ik wilde dat God me hielp. Maar nog meer wilde ik dat Hij me niet kon zien. Even. Zodat ik Hem niet langer teleur zou stellen. Zodat ik slapen kon.  

En toen ontdekte ik mijn beste truc ooit. Ik bedacht een manier om God te slim af te zijn. Ik gebruikte mijn verbeeldingskracht en schiep een koepel over mij heen. Een koepel waardoor God mij niet meer kon waarnemen. Ik wist wel dat het niet kon, en dat dit alleen maar fantasie was, maar ik kon ook fantaseren dat het wél kon en dat het echt was.

Het lukte me uiteindelijk om me volledig ongezien te voelen. Toen mijn lichaam eindelijk ontspande, voelde ik hoe moe ik eigenlijk was. Ik nam mijn lievelingsslaaphouding aan. Op mijn buik, met mijn linkerknie hoog opgetrokken. Mijn arm onder het kussen. Wat rook het lekker. Mama had mijn bed verschoond. Ik dacht aan bloemen en aan dat er in de hemel nog veel mooiere bloemen zouden zijn. Ik was niet meer bang om per ongeluk iets verkeerds te denken. Ik lag veilig in mijn koepel, verstopt voor Gods alziend oog.

Ik zou heerlijk slapen. En morgen zou ik bidden om vergeving.


Wist je dat veel gelovigen en ex-gelovigen last hebben van chronische stress doordat ze voortdurend probeerden of (onbewust) proberen God niet teleur te stellen en/of niet in de greep van de duivel te komen? Dit geldt ook voor gelovigen met een positief godsbeeld! Je kunt hierover lezen op deze website: www.religieustraumasyndroom.com


Vond je dit artikel waardevol? Deel het dan gerust met iemand waarvan je denkt dat die er ook wat aan kan hebben. Openbaar delen (bv op social media) mag natuurlijk ook, graag zelfs! Je weet nooit wie je daarmee helpt. 

Graag delen met bronvermelding en niet op een plek waar eerst ingelogd en/of betaald moet worden om dit te kunnen lezen. Mijn doel is namelijk dat dit soort informatie voor iedereen vrijblijvend beschikbaar is, zodat niemand ergens toe verplicht of buitengesloten wordt.


Heb jij misschien iets (gehad) aan de artikelen, de series, de steungroep of andere projecten? Zou je dan willen overwegen om dit werk te steunen? Dat kan periodiek of eenmalig via http://petje.af/ingebosscha. Alle beetjes helpen en worden zeer gewaardeerd! 🙂

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

4 Responses

  1. John Mieras

    Mooi verhaal Inge, je schreef: Mama had gezegd dat de hemel een plek is die nog veel mooier is dan je je kunt voorstellen! Hoe weet jouw mama dat? Is jouw mama in de hemel geweest? Is er ergens in het universum een andere planeet waar wij mensen kunnen leven? oh ja ze had dit verhaal natuurlijk van haar mama gehoord….. en van haar oma en opa…. nu weet ik het bedankt mama van Inge voor uw verhaal van oma wat u steeds aan Inge vertelde…..fijn weekend John

  2. Kees Stikkers

    Het is heel herkenbaar.
    Een knoop die steeds ingewikkelder wordt.
    Je wordt geboren.
    Je bent schuldig, want je bent mens en dus alleen maar door en door slecht en verrot.
    De straf wordt verschrikkelijk en eeuwigdurend.
    Maar..er is 1 weg. Bij ons is het Jezus.

    Wat mij heeft getroost en uiteindelijk heeft verlost is dit:
    Deze knoop is door mensen verzonnen.

    “Alles over boven komt van beneden.”
    (Harrie Kuitert)

  3. Maaike

    Wist jij toen maar dat ik net zo in mijn bed lag. Wist ik maar dat jij hetzelfde dacht als ik. En dat er veel meer kinderen zo waren. Dan waren we misschien minder alleen geweest in het donker. Het spijt me voor jou dat je zo in de knel zat. Het spijt me voor mij dat ik zo in de knel zat.

    Ik ben blij dat je dit deelt, woorden en beelden geeft aan hoe kinderen al heel jong kunnen worstelen met wat ze geleerd krijgen, en met de voortdurende observatie door een alziend en alwetende god.

  4. Heel herkenbaar, Inge. Jij werd sluw, ik werd agressief. 🙂
    Onze moeder had ons geleerd dat er bij elke “zonde” (dus ook bij “slechte” gedachten), een zwart vlekje op ons hart verscheen. Dat was niet goed, het hart zou volledig zwart kunnen worden. Je kunt je wel indenken wat dit doet met een kind. Wel handig om brave kinderen te hebben.

    De angst werd me te veel en ik ging in mijn bed het volgende gesprek aan met “God”:
    “God, ik heb niet gevraagd om geboren te zijn. Ik weet ook niet wat ik moet doen om niet te zondigen. Daarom vraag ik opnieuw dat je je kenbaar maakt en me rechtstreeks aanspreekt.”

    Natuurlijk kreeg ik geen antwoord, want “God” uit de bijbel bestaat niet, maar dat wist ik toen nog niet. Mijn volgende gesprekken met “God” werden wat agressiever:
    “God, je geeft me nog steeds geen begeleiding. Je weigert om je kenbaar te maken. Hoe kan ik dan leren het juiste te doen? Daarom heb ik besloten om er mijn kloten aan te vegen. Als jij je niet kenbaar wil maken en me niet wil begeleiden, kan ik ook niet leren het juiste te doen. Ik heb niet gevraagd om geboren te zijn en je wil mij niet helpen, je kwelt mij liever. Je kunt me niet verwijten dat ik iets verkeerd doe als je weigert om je kenbaar te maken en me te helpen.”

    Toen ik een jaar of 12-13 oud was, werd ik heel agressief naar alles wat de kerk, geloof en de bijbel aanging. Ik werd als een kind van de duivel aanzien door de gelovigen. Ik was een “verloren” zoon. Wat vonden ze dat jammer voor mij ouders. Onze moeder kon niet anders dan met dat geloof (jehovah-getuigen) te breken als ze haar zoon niet kwijt wilde. Het mooiste geschenk dat ik ooit gekregen heb. 😀 Toen die kerk uit mijn leven verdween, ging het alleen maar beter, ook met mijn ouders.

    Grappig, ik slaap al heel mijn leven op mijn buik met één knie opgetrokken. Als jongen en als man, was en ben ik genoodzaakt om een knie op te trekken, ik zou anders niet weten waar ik mijn klokkenspel kwijt kan. 😀 Inderdaad een zeer aangename slaaphouding. 🙂
    Veel mensen kijken me raar aan als ik zeg dat ik op mijn buik slaap, terwijl het voor mij de enige manier is om goed te slapen. Slaap jij nog steeds op je buik? 🙂

    Vriendelijke groet

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.