‘Homogenezingen’ slechts een topje van de ijsberg

Woensdagavond 24 april zond RTL5 een documentaire uit over ‘homogenezingen’ in Nederland. Eerder die avond waren programmamaker Ewout Genemans en Femke van Hattema, die te maken kreeg met ‘homogenezing’, live te gast in het programma ‘M’ op NPO1. Genemans vertelde daar dat hij in eerste instantie een docu over ‘homogenezingen’ in Amerika wilde maken, maar er toen tot zijn verbijstering achterkwam dat hij daarvoor ‘gewoon’ in Nederland kon blijven. Ook hier komen dit soort praktijken namelijk voor, en zelfs op grotere schaal dan veel mensen denken.
Omdat de gevolgen zeer ernstig kunnen zijn – daarvan getuigde onder andere Femke, die hier nog dagelijks mee worstelt – werd al snel de vraag gesteld of de politiek hier niet moet ingrijpen en ‘homogenezingen’ moet verbieden, zoals in veel andere landen ook het geval is.

Ik volgde de uitzending op het puntje van mijn stoel. Als coach voor kerkverlaters spreek ik vrijwel dagelijks mensen die binnen een religieuze groepering zwaar onderdrukt zijn in hun persoonlijkheid. Relatief veel van hen behoren tot de lhbtq-community. Wanneer ik hun soms zeer schokkende verhalen hoor over wat hen is aangedaan, denk ik regelmatig: ‘dit zou verboden moeten worden’.

Ingewikkeld

Vrijheid van levensovertuiging/godsdienst is volgens velen een groot goed, zowel voor de religieuze als de niet-religieuze mens, maar als dit betekent dat kinderen en jongeren opgroeien binnen een groepering die schadelijk is voor hun identiteitsvorming, zouden zij daartegen beschermd moeten kunnen worden. Zoals ouders strafbaar zijn wanneer zij hun kinderen aan fysieke onveiligheid blootstellen, bijvoorbeeld wanneer zij hen niet veilig vervoeren, zo zouden zij ook strafbaar moeten zijn wanneer zij hun kinderen aan psychische onveiligheid blootstellen.

Alleen: wie bepaalt wat een psychisch onveilige situatie is? En op grond waarvan? Dit is moreel gezien een zeer ingewikkelde kwestie, waarbij dezelfde vraagstukken voorbij komen die bij vrijheid van onderwijs een rol spelen.


Het gaat in deze vraagstukken niet alleen om het recht onze kinderen aan te leren wat wij denken dat goed voor hen is, maar ook om de zorgen die er zijn wanneer anderen, die van ditzelfde recht gebruik maken, hun kinderen dingen aanleren waarvan wij menen dat dit hen schade toebrengt.

Dat religieuze dogma’s soms tot ernstige schade kunnen leiden is mijns inziens een onderschat maatschappelijk probleem. Ook binnen hulpverlenende instanties is over het algemeen te weinig specifieke kennis en ervaring aanwezig om deze problematiek in alle facetten te doorgronden.

Walgelijk

Wat ‘homogenezingen’ zo schadelijk maakt is de onderdrukking van de identiteit. De boodschap dat jij, zoals je van nature bent, niet goed bent, niet Gods bedoeling, ‘geestesziek’ of ‘demonisch bezeten’. Er is hoe dan ook iets gruwelijk mis met jou.
Deze boodschap is mensonterend en kan ernstige psychische en emotionele schade veroorzaken.

En daar bovenop komt dan nog eens dat deze identiteitsonderdrukkende boodschappen worden gebracht onder het mom van ‘goddelijk gezaghebbend’. Dit houdt in dat men verkondigt dat men namens God spreekt en dat ook Gód – bezien als schepper van de mens en tevens diens hoogste vorm van autoriteit – walgt van homoseksualiteit.

Neem even de tijd om dit tot je door te laten dringen. Denk je in dat je gelooft dat je zorgvuldig, cel na cel, geschapen bent door een god die eindeloos goed is en geen fouten maakt. En dat je hebt geleerd om je leven te wijden aan deze god, die je als vader beschouwt. Alles in jouw leven draait om het volgen en de wil van deze god. En op een dag krijg je te horen van een medegelovige, iemand met gezag binnen de groepering – dat wil zeggen: iemand waarvan je hebt geleerd te denken dat hij (of zij, maar meestal een hij) beter dan jij weet wat de wil van God is – , dat jouw maker van jou walgt.


Denk je dat eens in. Dat niet alleen je eigen familie- en kerkleden, maar ook je schépper van jou walgt. Denk je eens in hoe het voelt om verstoten te worden door je eigen bron en afkomst.

En zelfs dit is nog niet alles. Want deze boodschap wordt ook nog eens gekoppeld aan leven of dood. Sterker nog: eeuwig leven of eeuwige dood. Denk je de (doods!)angst eens in wanneer je hebt geleerd dat je voor eeuwig vervloekt zult zijn als je die persoon blijft waar God van zou walgen.
Zou je je dan niet in paniek wenden tot je groepsgenoten (vooral degenen die menen namens God te spreken) en er alles voor over hebben om gered te worden van jouw ‘walgelijke zelf’?

Veelomvattend

Het is (levens!)belangrijk dat er steeds meer aandacht komt voor de lhbtq-verwerpende en – onderdrukkende cultuur binnen sommige (!) religieuze groeperingen. Niemand zou beschadigd mogen raken door identiteitsonderdrukking. En dan komen we bij een volgend probleem.

De onderdrukking van de lhbtq-community is helaas slechts een topje van de ijsberg als het gaat om identiteitsonderdrukking binnen sommige (!) religieuze groeperingen.

Er zijn in Nederland groeperingen waarbij kinderen van jongs af aan wordt geleerd dat zij in- en in-slecht zijn en niet in staat tot enig goeds. Ze leren dat zelfs hun allerbeste eigenschappen, woorden en daden, ‘bevlekt’ zijn met hun bewuste en onbewuste fouten en tekortkomingen (zonden).
Omdat uit henzelf niets goeds zou kunnen komen, leren ze om hun eigen gedachten en gevoelens te wantrouwen. Ze leren dat het er niet om gaat wat je voelt, maar wat je weet. Het gaat niet om hen, het gaat erom dat zij gehoorzamen aan de leer, die hen wordt verkondigd door anderen. Anderen bepalen hoe zij (‘volgens Gods wil’) behoren te leven.

Dit heeft tot gevolg dat deze kinderen al heel jong leren om met hun aandacht alleen bij de ander te zijn. Zij leren leven met vragen als: ‘Wat wordt er van me verwacht?’ en ‘Wat hoor ik hiervan te vinden?’ Voor het antwoord op deze vragen wenden zij zich tot anderen, precies zoals zij geleerd hebben.
Wanneer je niet in contact staat met je eigen gevoelens en behoeften, kan je deze onmogelijk serieus nemen en dus bijvoorbeeld ook niet je grenzen aangeven. Dit kan zeer ingrijpende gevolgen hebben, ook op relationeel gebied. Lees bijvoorbeeld het verhaal van Marieke: >KLIK<

In sommige kringen leren kinderen dat er een voortdurende geestelijke strijd gaande is tussen God en Satan. Ze leren wantrouwend in het leven te staan, omdat Satan ‘rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden’. Zelfs al behoor je bij de ‘juiste groepering’, dan nog kan je in een ‘val’ van Satan lopen. Altijd op je hoede zijn, de juiste strijd strijden, in je gedachten, je woorden, je daden en in je omgeving, kan een chronische stressstoornis veroorzaken. Je kunt er zelfs PTSS door ontwikkelen, wat in dit geval ook wel RTS (Religieus Trauma Syndroom) wordt genoemd, omdat de oorzaak religie gerelateerd is.
Lees bijvoorbeeld wat Maroeska daarover vertelt: >KLIK<

Chronische spanning en een emotioneel ongezonde ‘programmering’ kunnen ernstige gevolgen hebben voor de levens van mensen. Zelfs wanneer zij dergelijke schadelijke groeperingen verlaten, kunnen de klachten intens blijven en zelfs sterk verergeren door allerlei aangeleerde angstmechanismen. Zo heeft men bijvoorbeeld geleerd dat men, door de groepering te verlaten, op weg gaat naar de eigen ondergang en verdoemenis. En daarnaast bestaat er dikwijls een sterk wantrouwen naar de ‘wereld’ en is men niet zelden wereldvreemd opgevoed, wat tot ernstige onzekerheid, faalangst en problemen kan leiden.

Bovendien komt het niet zelden voor dat de contacten die er eerst waren met de voormalig groepsleden, verslechteren of zelfs helemaal verdwijnen. Er zijn mensen die door familie en vrienden worden verstoten.

Over wat aangeleerde, belemmerde, op religie gebaseerde overtuigingen met iemand kunnen doen, vind je op de website dogmavrij.nl een handig overzicht. >KLIK<

We moeten het hier dus over hebben. Over de bestaande vrijheid om kinderen voor het leven te verminken met bepaalde ideeën.

We moeten net zo lang praten, tot elke groepering voor iederéén een veilige, pedagogisch gezonde plek is om op te groeien. Laten we daarbij vooral luisteren naar degenen die aangeven dat de groepering hen beschadigd heeft. Luister naar ex-leden.
Zij gingen niet weg omdat zij dwars, arrogant, ‘ziek in het hoofd’ of ‘bezeten’ waren. Zij gingen niet weg omdat ze ‘verkeerde’ ideeën hadden, ‘verkeerde’ boeken lazen of ‘foute’ vrienden hadden. Zij gingen omdat zij zich niet welkom en gezien voelden. Ze gingen omdat ze zich veroordeeld, onderdrukt en afgewezen voelden. Ze gingen omdat ze het gevoel hadden dat ze wel móesten.

En velen zullen nooit de groepering verlaten. Omdat alleen al de gedachte daaraan wordt bezien als ‘zondig’ en ‘levensgevaarlijk’. Zij blijven. En voeden de nieuwe generatie met dezelfde schadelijke ideeën op als waarin zij ooit hebben leren geloven en waaraan zij zich angstvallig vastklampen, uit angst om ‘verloren’ te gaan.

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

1 Response

  1. Kees Stikkers

    Men kan mensen levensbeschouwelijk conditioneren zoals Pavlov zijn honden. Er zijn hier alleen maar slachtoffers. Ook onder de gelovigen. Ik zou tenminste niet graag in de schoenen van dit soort ‘gelovigen’ staan. Wat een kortzichtige, gefrustreerde en gemanipuleerde stakkers.

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.