“Ik ben hier om mama te redden”

Al mijn hele ‘bewuste’ leven heb ik diep in mij het vage, maar tegelijkertijd heldere gevoel en/of idee dat ik hier ben om ‘mama’ te ‘redden’. Ik weet niet waar dit vandaan komt en ik weet ook niet wat het betekent, maar ik herinner me dat ik dit als zeer jong kind al zo beleefde. ‘Mama redden’ keert ook steeds terug in de (therapie)thema’s van mijn leven. Vaak reageerde ik lacherig of verwerpend op de gedachte dat ik ‘mama’ zou moeten ‘redden’. Hoezo ‘redden’? Naast dat dit nogal pretentieus op me overkomt, lijkt het me ook vreselijk vermoeiend. Maar omdat ik leef met chronische pijn en – vermoeidheid, heb ik mezelf regelmatig kwalijk genomen dat ik zoiets ‘stoms’ in mijn systeem heb zitten. Dit krankzinnige idee was natuurlijk de reden dat ik altijd zo moe ben. Ik had vast een messiascomplex en was te stom om dat door te hebben. Ik heb regelmatig geprobeerd om van ‘redden’ bijvoorbeeld ‘helpen’ te maken, maar het leek wel of ik mezelf op dit vlak met geen mogelijkheid kon ‘resetten’. Het hóórde gewoon ‘redden’ te zijn. Maar waarom? En waarvan? En wat bedoelt mijn laag(of hoog?)bewuste met ‘mama’?  

Niet dat ik hier nou zo erg mee worstelde. Het was meer iets dat af en toe voorbij kwam en waarvan ik vervolgens concludeerde dat ik er nog niets mee kon. Ik liet het maar een beetje voor wat het was: een vaag, maar altijd aanwezig gevoel. Ik liet me er niet (bewust) door sturen, maar meende soms wel met terugwerkende kracht te zien dat ik mogelijk bezig was met de voorbereidingen op ‘de grote reddingsactie’. Toen ik bijvoorbeeld een tijd vrijwilligerswerk deed en later ook stage liep op een afdeling met dementerende bejaarden, ontstond het idee dat ik later, bijvoorbeeld als mijn vader overleden was en mijn moeder de diagnose ‘alzheimer’ had gekregen, mijn moeder in huis zou nemen en tot haar dood voor haar zou zorgen. Zoiets zou het dan misschien wel zijn. Lekker praktisch.  

Toen ik ging bloggen over het loslaten van aangeleerde religie, besefte ik dat ‘mama’ voor mij zoveel meer is dan alleen mijn biologische moeder. Als ik aan ‘mama’ denk – of eigenlijk moet ik zeggen: als ik ‘mama’ vóel – dan denk ik aan een soort veilig, geborgen ‘nest-gevoel’, dat me vertelt dat ik thuis, welkom én geliefd ben. De kerk was voor mij ook een soort ‘mama’. En God. Ook mijn gezin van herkomst was ooit als een ‘mama’, een ‘veilig nest’ waarvan ik alles nog normaal en goed vond, omdat ik niets anders kende en niet beter wist. In die tijd realiseerde ik me dat ik vele, vele pogingen had gedaan om mijn ‘nest’ te ‘redden’. Vooral in de periodes dat ik in therapie een (totaal) andere visie kreeg op wat ik eerder nog normaal en goed had gevonden.  

Ik ben regelmatig het ‘nest’ binnengestormd terwijl ik riep: “Jongens, we hadden het mis! Dit klopt niet en dat is niet oké!” Ik heb ellenlange lijsten gemaakt met alles wat anders moest, wilde het ‘gezond’ en ‘helpend’ zijn. Maar telkens wanneer ik met nieuwe inzichten kwam en deze wilde delen, sloot het ‘nest’ zich hermetisch voor mij af en kreeg ik te horen dat ik aan nestbevuiling deed. Men vond dat ik nou eindelijk maar eens moest vergeven en vergeten. Maar ik – fanatiek als ik was, mede doordat ik was opgegroeid met de gedachte dat er maar één juiste manier was – liet me niet afschepen en bleef bonken op de ‘ramen’ en ‘deuren’ van het ‘nest’. Kijk dan! Luister dan!  

Ik stak mijn nek uit, haalde de toorn van vrijwel alle gezinsleden op de hals, maar geloofde dat ik deed wat moest en voelde een enorme bereidheid tot het brengen van offers in mijn hart branden. Het gaf niet als ze me niet meer lief zouden vinden. Als ik hen maar kon ‘redden’.  

“Wat mij drijft is een diepe liefde voor mijn moeder, mijn afkomst, mijn bron”, staat er op mijn profielfoto. Zo beleef ik het. Mijn werk, mijn leven, alles. De intense liefde die ik voor mijn ‘nest’ voel, heb ik met tranen steeds opnieuw moeten verwerven. Elke keer wanneer ik wilde schrijven vanuit frustratie of boosheid, moest ik van mezelf éérst aan mezelf werken (rouwen), net zolang tot ik weer kon schrijven vanuit gevoelens van (verlangen naar) verbinding. Ik ben hier om ‘mama’ te redden. En ‘mama’ is lief.  

Vrijdenkers

Maar sinds de uitzending van Vrijdenkers is er veel veranderd in mijn leven. Ik ging – en ga – opnieuw door processen van rouw en verwerking. Interpretaties van gebeurtenissen uit het verleden zijn in een ander licht komen te staan en het lijkt wel alsof ik daardoor helderder zie wat er altijd nog speelde onder het oppervlak, maar wat ik voor mijn gemoedsrust (onbewust) negeerde.  

Ik dacht aan al die keren dat ik niet geloofd was en beschuldigd werd. En wanneer ik probeerde mijn pijn te delen, kreeg ik steevast terug dat wat ik zei niet klopte, overdreven of te lang geleden was. Bovendien ging het dan meteen over de pijn die ik hén deed, door me zo te uiten. De boodschap die ik kreeg was deze: we hebben geen ruimte voor jou, we zijn te druk met onszelf.  

Toen mijn ouders de afleveringen van Vrijdenkers bekeken, deden ze dit om te zien hoe ze er zélf vanaf kwamen. Wat zei ik over hen? Welk beeld werd geschetst? Klopte dit wel met hoe zij het beleefden? Hun conclusie – die mij in eerste instantie verbijsterde – was dat ik overdreven en zelfs gelogen had. Deze beschuldiging was niet nieuw. Ik herkende met terugwerkende kracht hoe ik dit altijd gevoeld heb, sinds ik in de clinch was komen te liggen met het kerkelijk gezag en mijn familie door mijn scheiding dóór te zetten, terwijl zij vonden dat dit niet de wil van God was.  

Ze meenden dat ik met alles wat ik vertelde de familie ‘zwaar beschadigd’ had. Dat ik het woord ‘vrouwenopvang’ had gebruikt, vonden ze schandelijk, omdat ik daarmee leek te suggereren dat ik in een Blijf-van-mijn-lijf-huis had gezeten en dit ‘alleen maar de suggestie van geweld oproept’. In één klap werd me duidelijk dat ze dus nog altijd niet geloofden en/of ten volle beseften dat ik in een gewelddadig huwelijk had gezeten. Ik zát in een vrouwenopvanghuis (geen Bvml-huis, omdat daar toen geen plek was) en er wás sprake van geweld. Dat was niet slechts een suggestie mijnerzijds, maar de realiteit waaraan ik ontsnapt was.  

“Door hoe je het zei leek het net alsof we je wilden terugsturen naar een plek waar geweld was.” Dat is waar. Sterker nog, dat léék niet alleen zo, dat wás ook zo. “Maar we namen het voor je op bij de kerkenraad!” Ja, dat klopt ook. M’n ouders hebben in die tijd de kerkenraad gesmeekt of er in mijn geval een uitzondering gemaakt kon worden en ik alsjeblieft toch mocht scheiden. Maar toen de conclusie van de kerkenraad was dat de mishandeling niet erg genoeg was (want geen ziekenhuisopname en geen aangifte bij de politie), hebben m’n ouders zich daarbij neergelegd en meenden ze dat ik dat ook behoorde te doen, aangezien zij (en ik toen ook nog) geloofden dat de kerkenraad met goddelijk gezag sprak. Vanaf toen drongen ze er herhaaldelijk bij mij op aan om terug te keren.  

Overigens werd het geweld niet alleen door mijn omgeving, maar ook door mezelf toen nog gebagatelliseerd. In de loop van de jaren ben ik de ernst – dankzij meerdere therapeuten – pas gaan beseffen. Ik realiseer me nu pas – nu ik de afwijzende reacties van mijn familie incasseer naar aanleiding van mijn verhaal in Vrijdenkers – dat ik hierin een ontwikkeling heb doorgemaakt die zij niet hebben doorgemaakt. Zij geloven nog altijd dat ‘het’ wel meeviel (omdat dit de conclusie van de kerkenraad was) en dat ik alles heb aangedikt omdat ik graag wilde scheiden. Ze menen dat de reden voor mijn echtscheiding mijn verliefdheid op mijn 2e man was, ondanks dat ik altijd heb gezegd dat dit er niks mee te maken had. Nu ze mijn verhaal ‘overdreven’ en ‘leugenachtig’ noemen, besef ik pas dat ze meer waarde hechten aan hun eigen oude ideeën over wat er (in mijn leven!) gebeurde, dan aan wat ik daar zélf over vertel. In plaats van te zeggen: “We wisten niet dat dit jou is aangedaan”, zeggen ze: “we vinden het heel erg dat je ons dit aandoet.”  

Door het gedoe met mijn familie baalde ik hevig van mijn deelname aan Vrijdenkers en vooral ook van hoe ik mijn verhaal had verteld. Ik wilde dat ik helemaal niks had gezegd over mishandeling en een opvanghuis. Ik verweet mezelf dat ik het niet gewoon had gelaten bij: ‘na een conflict met de kerkenraad en mijn familie was ik bij iedereen uit de gunst geraakt en daardoor ontstond er ruimte om vragen te stellen.’ Dan hadden we vervolgens kunnen inzoomen op het proces van loskomen uit een geloofsgroepering en was het niet gegaan over al die shit die daaraan voorafging. Ik baalde dat ik dit niet eerder had beseft en nam me voor in het vervolg het verhaal van de aanleiding buiten beschouwing te laten. Tegelijkertijd kreeg ik heel veel reacties van mensen die zich juist in dat verhaal over mishandeling hadden herkend en die aangaven blij te zijn dat ze ‘hun eigen verhaal’ op tv hadden kunnen horen. Dat zij het als helend ervaarden, ervoer ik als helpend. Langzaam maar zeker kreeg ik vrede met hoe de serie was geworden en wat mijn aandeel daarin was geweest.  

En het gedoe met mijn familie? Dat heeft me opgeleverd dat ik eindelijk weet wie ‘mama’ is en waar ik haar van moet ‘redden’.  

Verwerping

Nadat mijn ouders en ik een goed gesprek hadden gehad over hoe we de serie Vrijdenkers hadden ervaren, was ik in de veronderstelling dat ik had kunnen verhelderen dat hun ongenoegen gebaseerd was op oude ideeën over wat er zich ruim 20 jaar geleden had afgespeeld in mijn – maar ook in hun – leven. Een week later belde ik hen op om te vragen hoe het met hen ging en hoe ze terugkeken op ons laatste gesprek. Had ik misschien dingen gezegd die ze bij nader inzien niet fijn of niet juist vonden? Voelden ze zich gehoord en begrepen door mij? Verwachten ze nog iets van mij of hebben ze nog iets nodig van mij? Wilden ze het nog ergens over hebben of was het voor hen inmiddels ‘klaar’? Ik ben overigens gewend dat mijn ouders dit soort dingen niet aan mij vragen. Voor hen is het niet gebruikelijk om in te zoomen op wat iemand voelt en/of nodig heeft.  

M’n moeder gaf aan – na het ook even gecheckt te hebben bij m’n vader – dat alles goed was en dat ze er verder niet meer over hoefden te praten. Vervolgens merkte ze nog even op dat ze het toch wel erg lastig vond om steeds met mensen uit de kerk – die de serie hadden gezien – in gesprek te raken en dan elke keer zoveel te moeten ‘rechtzetten’. Huh? Rechtzetten? “Ja, van dat ‘vrouwenopvanghuis’ en van dat ‘geweld’.” Ook zei ze nog dat ze hoopten dat het gezin spoedig zou herstellen van de schade die ze hadden opgelopen door de serie. Oké. Blijkbaar hadden ze het gesprek alleen gevoerd om mij te laten weten wat ik allemaal ‘verkeerd’ had gezegd. Was het niet in hen opgekomen dat ze het zélf misschien mis hadden? Hadden ze me überhaupt serieus genomen? Het raakte me dieper dan ik wilde.  

Het duurde een paar dagen voor ik woorden had gevonden voor het onrecht dat ik hierin ervoer. De intense pijn van wéér en nog stééds niet geloofd worden voelde als een diepe miskenning en afwijzing van wie ik ben. Ik herinnerde me ineens hoe m’n moeder een tijd terug enthousiast had verteld dat mijn ex in hun kerk was geweest en dat ze zo fijn met hem hadden gesproken. “Wat is hij toch aardig!” Haar enthousiasme had ik geïnterpreteerd als heling. Ze had hem blijkbaar ook vergeven. Maar nu begreep ik dat ze hem misschien wel nooit iets (ernstigs) kwalijk heeft genomen en misschien zelfs met hem te doen heeft, omdat hij in de steek is gelaten door hun ongehoorzame dochter.  

Doordat de pijn die ik voelde zo hevig was en samenviel met een diepere pijn vanuit mijn kindertijd, voelde ik me te kwetsbaar en niet in staat om hierover face to face met mijn ouders in gesprek te gaan. Omdat ik hen toch graag wilde laten weten wat hun houding met mij deed, stuurde ik een mail. Onderaan vroeg ik hen of ze per mail wilden reageren en ik legde uit waarom dit was. Ook vroeg ik hen of ze me wilden laten weten welke opmerkingen van mij ze precies als ‘beschadigend’ hadden ervaren en wat ik in hun beleving dán had moeten zeggen, omdat ik hen graag wilde begrijpen. Beide ouders reageerden kort. M’n moeder zei dat het allemaal te lang geleden was, dat hun ervaringen haaks stonden op die van mij, en dat ze geen zin had het allemaal weer op te rakelen. En m’n vader zei dat hij geen zin had om zijn woorden zorgvuldig te moeten wegen, zoals je dat nou eenmaal doet in een mail. Toen ik aangaf dat ik het onbegrijpelijk vond dat hij niet die moeite voor mij wilde doen, was zijn reactie: ‘dan vind je het maar onbegrijpelijk’. Beiden hadden ze dus geen zin. Geen zin om moeite te doen voor mij en voor onze relatie.  

Geen zin, geen zin, geen zin… het zinnetje bleef hangen in mijn hoofd en in mijn hart. Ik voelde het schrille contrast tussen hoe ik me zelf altijd heb ingespannen voor hen en gericht was geweest op hun emoties en behoeften. Ze hadden me daardoor vaker van zich afgeduwd. Ik was dat kind dat moeilijk deed en altijd maar doorvroeg en doorging. Ze wisten niet goed wat ze met me moesten. Ik zocht verbinding op een level waar zij nooit komen en waar ze ook niet de weg kennen. Hun ontreddering raakte me. Ik heb zó m’n best gedaan om hen niet meer lastig te vallen vanuit mijn eigen behoeften tot verbinding en ben me steeds meer gaan aanpassen naar het level waar ze wél uit de voeten kunnen.  

Geen zin, geen zin, geen zin. De oude pijn van verwerping drong zich in alle hevigheid aan me op.  

Mama

Toen ik jaren geleden aan m’n moeder de vraag stelde of ze zich wel eens afvroeg of ik wel gelukkig was, was haar luchtige antwoord: “Oh nee hoor kind, dat interesseert me werkelijk niets!” Het gaat mijn ouders om mijn ‘ziel’ en om de ‘eeuwigheid’. Gehoorzaamheid aan God is belangrijker dan hoe ik me daarbij voel. Liever ongelukkig en gehoorzaam aan God, dan gelukkig, maar onderweg naar de hel. Ik meende daarin een vorm van liefde te herkennen. Dezelfde liefde die ik dacht op te merken toen ze me wilden terugsturen naar een omgeving met geweld. De veiligheid van mijn lichaam was ondergeschikt aan de veiligheid van mijn ziel. Ze zochten mijn behoud. Dat leek me toch een vorm van liefde. Inmiddels weet ik meer over cognitieve dissonantie, het stockholmsyndroom en de enorme loyaliteit van kinderen naar hun ouders en herken ik de verwerping die ik hierin óók altijd heb gevoeld.  

Als moeder is er weinig dat ik zo belangrijk vind als het kennen van de behoeftes van mijn (volwassen) kinderen. Ik wil weten hoe het met hen gaat en of ze voldoende steunbronnen en steun ervaren in hun leven als het wat minder gaat. Ik wil weten of ze op sommige vlakken nog iets van mij nodig hebben of verwachten of zouden willen. Ik wil hen recht doen. Ik stel lastige vragen en hoor soms pijnlijke antwoorden, omdat ik wil dat er volop ruimte is voor hún beleving. Ik moedig hen aan om met anderen te spreken over alles wat ze lastig en stom vinden aan mij(n manier van opvoeden). Ik heb er alles aan gedaan om te voorkomen dat ze – op wat voor manier ook – voor mij zouden gaan zorgen. Ik wil voor hèn zorgen, want ík ben de ouder. Ik wil wezenlijk bijdragen aan hun geluk en gezondheid. Dat interesseert me mateloos.  

Om deze interesse te kunnen voelen en ontwikkelen, moest ik dwars door de pijn van het feit dat ik ouders heb die het niet interesseert hoe ik me voel en daar ook nooit naar vragen. Ik moest de pijn voelen om de kind-behoefte te begrijpen en te kunnen herkennen in mijn eigen kinderen. Alleen door mijn eigen pakketjes onrecht uit mijn jeugd/leven niet langer te ontkennen maar te openen, kon ik voorkomen dat ik deze ongeopend doorgeef aan mijn kinderen. Zij hebben zich nooit afgevraagd of ik wel in hen geïnteresseerd was. Ze hadden wel te maken met een moeder die veel te weinig energie had om uiting te geven aan haar interesse in hen. Ze vertelden me uitgebreid over hun dagje naar de Efteling, maar ze hadden ook het verdriet omdat ik daar niet bij was geweest. Ik heb de cirkel kunnen doorbreken, maar ik heb niet kunnen voorkomen dat er geen onrecht en verdriet was in de levens van mijn kinderen. De prijs van voelen en onrecht erkennen is hoog. Generaties lang. 

En nu? De confrontatie met ouders die het volkomen normaal vinden om zich niet te verdiepen in de emoties en behoeften van hun dochter deed me met een schok beseffen hoe groot het verschil is met hoe ik dit zelf doe. Niet alleen naar mijn eigen kinderen, maar dus ook naar mijn ouders. Emotioneel gezien is het bij ons op dit vlak altijd de omgekeerde wereld geweest. Ik zorg voor hen, zij niet voor mij. Ik realiseerde me ineens dat ik intergenerationeel op het gebied van emoties en behoeften twee kanten op geef. Ik draag zorg voor mijn kinderen én ik zorg voor mijn ouders. Het eerste vind ik volkomen normaal en wenselijk, het tweede doet me concluderen dat ik functioneer als de ouder van mijn ouders. Ik ben een geparentificeerd kind. En dan realiseer ik me met een schok dat ík de ‘mama’ ben die gered moet worden.  

Het regent kwartjes. Ik voel intens en met mijn hele lijf. De last op mijn schouders. Mijn rug die zich kromt onder de zwaarte. Zo zwaar, zo zwaar…  

En dan recht ik mijn rug. “Ik heb geen zin meer!” hoor ik mezelf zeggen. Ik herhaal de zin tot ik huil. Eerst zijn het tranen van machteloosheid en verdriet. Daarna worden het tranen van opluchting. Ik hóef niet meer. Ik stop ermee. Het is klaar.  

Met een heldere rust neem ik me voor de vraag ‘heb ik hier zin in?’ als uitgangspunt te nemen in de relatie met mijn ouders. Ik wil achter mezelf blijven staan en me niet langer meer afvragen wat zij nodig hebben. Ik stop met ‘mama’ zijn. De last die van me afvalt is onbeschrijflijk en verbijstert me tegelijkertijd. Ik had geen idee en toch heb ik dit ergens altijd geweten.  

Heb ik hier zin in? Ik heb geen zin om uit te leggen waarom ik zwijg nadat mijn ouders hebben aangegeven geen zin te hebben. Ik heb geen zin voor hen te zorgen, bijvoorbeeld door hen te zeggen dat ‘ik momenteel wat met mezelf worstel en daarom wat afstand houd, maar heus nog wel van hen houd’ ofzo. Ik heb gewoon geen zin. Krijg ik daar ooit wel weer zin in? Geen idee. Ik weet wel dat ik mag handelen naar míjn behoefte en dat ik me ook heb voorgenomen dat te doen. Alleen maar dat. Kind zijn. Kinderen redden hun ouders niet. Het hoort andersom te zijn. Ze horen aan mij te vragen hoe het met me gaat en waarom ik zo stil ben. Maar dat zullen ze niet doen. Dat hebben ze nog nooit gedaan. Ik verwacht dat ook niet meer. Ik heb gerouwd om vaardigheden die ze niet bezitten en die ze ook niet proberen aan te leren. 

Ik mag kind zijn zónder hen te redden. Ik red nu enkel en alleen mezelf. En waar dit mij brengt of waar dit mij brengt in relatie tot mijn ouders is iets dat zich vanzelf zal ontvouwen. Ik heb me in elk geval voorgenomen om me hierin niet weer een versuffing te werken of om koste wat kost te blijven streven naar verbinding en herstel. Ik weet dat ik dit altijd heb gedaan en gewild. Maar mijn nieuwe missie is niet langer om te gaan voor verbinding, maar om te gaan voor mezelf, het kind dat zo nodig ‘mama’ moest redden en dat zelf als kind verworpen werd, omdat haar ouders op wezenlijke vlakken niet haar ouders konden zijn, maar eisten dat zij voor hen zorgde en deed wat zij nodig hadden en zweeg over wat zij moeilijk vonden. Ik ben hier om ‘mama’ te redden. En eindelijk weet ik wie ‘mama’ is. Ik ben het zelf.  

Inge Bosscha, 5 jaar

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

3 Responses

  1. Voor zover je in hem gelooft, mag je onzelieveheer op zijn blote knieën danken dat je uit dat milieu bent losgeraakt. Hoe giftig en hoe verraderlijk omdat het op zich aardige mensen zijn met de beste bedoelingen. Maar van het evangelie hebben ze niets begrepen. Trek vooral je eigen plan, Inge, en geniet van het leven. Jij bent niet verantwoordelijk voor hun keuzes en als de omgang met hen zulk soort gevoelens oproept, hou dan vooral afstand want jij noch zij schieten er iets mee op dat jij je zo voelt. Mens, durf te leven!

    Het bijpassende muziekfragment https://youtu.be/pPp0I4fA6Lw

  2. Wim Aalbers

    Wat een rust moet dat geven Inge. Dat je er niet meer aan hoeft te werken. Dat je het mag laten voor wat het is, zoals het is. En dat er daardoor ruimte komt voor nieuwe dingen.

  3. Elzesje

    Yes!!! Wetende hoe bevrijdend dit proces is, ben ik zo blij voor je. Vrijheid om je eigen mooie zelf te zijn en in diepe verbinding met jezelf te staan. Waar anderen zich mee kunnen verbinden als zij dat willen en kunnen, maar niet langer is wat jij nodig hebt om je goed te voelen.Verbinden in vrijheid en liefde, gewoon omdat het kan en omdat dat zo fijn is. En als de ander dat niet kan (om welke reden dan ook), ook prima, maar zo heerlijk dat je dat dan ook compleet bij de ander kan laten. En wat mooi ook weer dat je dit prachtige, maar ook diepe en kwetsbare proces met ons deelt. Dankjewel lieve Inge 💗

Laat een reactie achter bij Wim Aalbers Reactie annuleren