Morgen doe ik het beter (gastblog!)

Dit is een gastblog van Joost. Joost is medebeheerder van de steungroep DogmaVRIJplaats.

Afwijzing, machteloosheid, depressie en eenzaamheid

Na een periode van subtiele en minder subtiele afwijzing op diverse aspecten van het mens zijn, ging ik enorm twijfelen aan het nut van nog bezig te zijn met verbinding te zoeken.

Het hoefde van mij niet meer, want misschien doe ik er geen goed aan als deze dingen mij zo hard raken en moet ik – en ook mensen die met afwijzing te maken krijgen – gewoon niet zo zeuren.

Telkens als ik daarmee geconfronteerd word, vreet ik het op, vreet het mij op, uit angst om opnieuw in conflict te raken.

Uiteindelijk zijn het dan niet mijn afwijzende uitspraken, maar voel ik wel intens de schadelijkheid in het ontkennen van het bestaansrecht van mijn gevoelens en ervaringen.

En dat gaat niet alleen om mijzelf, maar ook om lotgenoten.

Het is het weg relativeren van vooral andermans problemen wat bij mij niet alleen hard naar binnen slaat, maar ook erg veel boosheid en haat oproept jegens personen die zo doen.

Dus ach, waarom nog al die negatieve signalen opvangen van slachtoffers en mensen die de problemen veroorzaken en/of bagatelliseren.

Daarbij is bijvoorbeeld de wang toekeren, naastenliefde, geduldig een kruis dragen een christelijke aangelegenheid, een overblijfsel uit het verleden, waar toch alleen maar misbruik van gemaakt wordt. En buiten de diverse religies om dezelfde zogenaamde deugden, andere woorden met hetzelfde resultaat. Het is één pot nat en ik ga daar niks aan veranderen, toch?

De gevoelens die dan loskomen laten zich dan het best beschrijven als wanhoop, onmacht en schuldgevoel.

Eisen stapelen zich op, zoals: ik mag niet oordelen, ik moet het goed doen, ik moet het juiste zeggen en ik weet niks. Zo liep ik vast in mijzelf en begon depressieve gedachten te krijgen dat alles zinloos is. Wat overblijft is eigenlijk eenzaamheid wat in ieder geval zorgt dat het niet erger wordt, althans dat hoop je dan, maar het gevoel van zinloosheid voedt zich juist met ontkenning. De ontkenning van het er mogen zijn en het hebben van gevoelens en een redelijk verstand.

Wat dan kan gebeuren, en wat mij wel vaker overkomt, is dat ik dan een visioen of droom krijg als ik dreig te verzuipen in depressieve gedachten. Ik wil nu een gedeeltelijke beschrijving delen van een droom die ik onlangs had. Voor mij is een dergelijke droom, visioen of dagdroom een beschermingsmechanisme wat mij helpt om niet (opnieuw) in een depressie te belanden.

De droom

Ik was met een groep mensen buiten op een open plek en liep zonder iets te zeggen weg van de groep, naar de rand van iets wat op een doodgewone woonwijk leek. Daar liep ik een steeg uit mijn jeugd in.

Ergens halverwege stond een imposante zwarte man van minstens twee meter dertig die me vrolijk aansprak. “Kijk eens hier!” En wijzend naar een boom: “Moet je zien, man!” Zonder verder af te wachten begon hij samen met mij te kijken en te zien.

Hij vertelde honderduit over hoe mooi de natuur was en liet dat ook in detail zien. We keken samen naar de schijnbaar gedachteloze bruutheid en eerlijkheid die alleen in de natuur lijkt te bestaan. Steeds beter begrijpend en met bewondering aanschouwend dat dit alles, in zijn ruwe schoonheid afhankelijk van alle organismen en de aarde zelf, een eenheid vormde die ik zelf zo mis, wat me eenzaam doet voelen.

Eigenlijk kon ik er geen genoeg van krijgen, maar ik moest naar de groep terugkeren anders zouden ze me misschien gaan missen, want ik was zomaar bij ze weggelopen. De goedlachse en vriendelijke kerel zei dat hij dat best begreep en ik begon mijmerend weer terug te lopen naar de groep. Het was een overweldigende ervaring maar er zat me nog teveel dwars waardoor er weinig leek veranderd.

Ik was nog net niet de steeg uit toen ik een jongeman van hetzelfde postuur en met dezelfde vrolijkheid als de boomlange figuur tegen het lijf liep. Hij zei uitbundig: “Hij kan goed vertellen hè, maar weet je wat ik altijd doe?” Het was geen vraag, want hij pakte m’n hand en riep: ”Kom méé!” We gingen rechtstreeks terug naar de boomlange kerel die daar nog altijd stond.

Vriendelijk, maar nu ook groots en veilig. Het voelde zo goed, dat je het zou kunnen beschrijven als een soort warmte, zoals hoort bij intens geluk.

De jongeman die mij had meegenomen legde zich als het ware in de binnenkant van de linkerarm van de enorme man, want zo was dat, en als in één vloeiende beweging legde de grote kerel nu zijn beide armen om ons heen, zodat we met zijn drieën in een omhelzing stonden. Hij begon te spreken met een warme stem, zoals sommige voorgangers dat kunnen. Het leek wel een gebed een zegening ik weet het niet goed maar het klonk vertrouwd.

Wat hij toen zei was het meest verlossend wat ik sinds lange tijd had gehoord.

Het ging niet over een bepaalde religie, over een groep, een god, dat deed er niet toe. Het ging over ons, over de mens, over de waanzin die we onder elkaar verspreiden en de pijn de we elkaar doen met wat we vinden wat anderen ook moeten zijn en wat ze moeten voelen, moeten ervaren, moeten doen, moeten accepteren, moeten, moet…

Ik weet lang niet alle woorden meer maar ik begreep het maar al te goed, het was bepaald geen zondaarsgebed maar het meest profane (ondeugende, niet deugende) gebed ooit, waarin gespot werd met alles wat zogenaamd heilig is voor mensen met hun ideeën daarover. Vervloekt wat mensen, alle mensen, daardoor elkaar aandoen in woorden en daden.

En alles kwam eruit in één stroom, zonder schroom, zonder een moment van stilte en bloedserieus. De laatste woorden zoals ik ze mij nog herinner waren: “…opdat een ieder die zo doet en daarin volhardt tot in het oneindige met hunne koppen in het diepste van het eigen holletje blijven mogen.” Direct afsluitend met een luid:”Aaaaadém!”

Hij deed zijn beschermende armen weer open in een gebaar van, wees vrij, ga maar. Schaterend van de lach om de soms hilarische woorden tijdens deze zegening liepen we beiden weg.

Terug bij de groep riep een gezichtsloos iemand tegen mij: ”Kom, kom hier zitten dan eten we samen!” En hoewel ik niet kon ontwaren wie het was, was het een geliefde, een echte vriend die iedereen kon zijn. Nu rende ik, ik vloog bijna, om samen te gaan eten en samen te genieten van hetgeen ik net had gehoord.

Ik was bevrijd, ik was ontgift, ik kan weer, ik mag weer!

Dankbaar herstarten

Wat bijzonder eigenlijk en een natuurlijk geluk dat mijn brein deze boodschap bij elkaar had geraapt om af te rekenen met de negatieve gedachten die mijn ondergang zouden kunnen worden.

Ga ik nu na deze ervaring niet meer de verkeerde dingen zeggen en fouten maken? Ik zou er niet op rekenen. Misschien heb ik het nu al mis, maar dat hoort bij mij, zo mag ik zijn, niks bijzonders, niks ongewoons, maar hoopvol en misschien soms wat moeizaam en altijd voor verbetering vatbaar.

We kunnen onze omgeving niet ontlopen, die is er nu eenmaal. Maar laten we ons vergiftigen met oordelen, met onwetendheid, met meedogenloosheid, met het eeuwig moeten van anderen? Alles verpakt in onwaarschijnlijke kennis en valse liefde, alsof dat zou helpen, met dat wat eigenlijk niet meer is dan jezelf en anderen voor de gek houden.

Ook alles afdoen met: ‘jouw geloof’, ‘jouw god’, ‘jouw boek’, ‘jouw probleem’, doet geen recht aan de werkelijkheid.

Desondanks mogen we juist onze eigen weg gaan. Sterker nog: er is geen andere. Met alles wat daarbij hoort, gevoel, emotie, verstand en alles wat ons menselijk maakt en houdt.

Ik geloof dat daardoor vanzelf ruimte ontstaat om samen op weg te gaan en te blijven. Om te luisteren, om te spreken, om raakvlakken te delen, om het goede in elkaar te zien, om naar vermogen het beste uit ons zelf te halen, om een vooruitstrevende samenleving in stand te houden.

Niet “gij geheel anders” maar samen, omdat we uiteindelijk van dezelfde soort zijn, onderdeel van nature en de natuur, homo sapiens, mens de wijze.

©Joost

Eerder schreef Joost In den beginne was er het gevoel en Woede en tranen om veroordeling (gastblog!).

Ben je geraakt door deze gastblog? Wil je reageren? Je kunt je reactie plaatsen onder dit bericht (even omlaag scrollen). LET OP: Opbouwende, verbindende en steunende reacties zijn zeer welkom, kritiek en felle discussies worden niet geplaatst of verwijderd. Gastbloggers op Dogmavrij wordt op deze manier een beschermde omgeving geboden om hun verhaal te vertellen.


Op Dogmavrij kan je lekker gratis lezen zonder reclame of betaalmuur. Zo sluiten we niemand buiten. Neemt niet weg dat er – naast veel liefde – tijd en geld in deze website wordt gestoken. Heb jij misschien iets (gehad) aan de artikelen, de series, de steungroep of andere projecten? Zou je dan willen overwegen om dit werk te steunen? Dat kan via  http://petje.af/ingebosscha Dank je wel!


Meer lezen?

Een gastblog van Jan, over hoe hij omgaat met zijn depressie: >KLIK<

Een artikel over het vernieuwen van je denken: >KLIK<

Zoek je hulp bij het loskomen van aangeleerde religieuze overtuigingen en/of de impact daarvan? >KLIK< voor een lijst met ervaringsdeskundige professionals.

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

4 Responses

  1. Ype Akkerman

    Prachtig verhaal. Een ervaring die je zo goed doet moet je blijven koesteren. Klaarblijkelijk is het brein van Joost in staat zoiets te bedenken. Laat hij dat vooral bij zich houden want van het een kan weer het ander komen.

  2. Piet van Dijk

    Heel raak! Het bepaalt me bij de nadruk die er op je leven als christen wordt gelegd: ‘Gij geheel anders’. Wil je dat eigenlijk wel? Als mens wil je zo graag mens onder de mensen zijn en niet ‘geheel anders’, maar meedoen, samen rondhuppelen op deze aarde waar we als lotgenoten elkaar kunnen vasthouden.

    1. Joost

      Zeker te weten want we hebben elkaar als mens harder nodig dan we soms beseffen.
      Hoe anders zal het zijn als het ingebouwde groepsdenken wordt losgelaten binnen allerlei religies zodat we allemaal kunnen genieten en delen in ons bestaan, gelovig of niet.

  3. Edward Apcar

    De mens is als kuddedier geëvolueerd. Groepsdenken is inherent aan het mens-zijn. Alleen binnen de groep kan de mens goed functioneren. Buiten de groep gesloten kwijnt hij weg.
    Het groepsdenken loslaten is daarom onmogelijk. Het is zoveel als het mens-zijn zelf ontkennen.

    Het probleem bij religie zit hem in het wij-zij-denken: ‘“wij” tegen de rest van de wereld. Alleen “wij” volgen het Ware Pad zoals Onze God dat wijst. Alle anderen volgen het dwaalspoor van de Vijand. Zij zijn een gevaar. Zij moeten vermeden worden’.
    Deze manier van denken is ingebakken in alle abrahamitische geloofsrichtingen. Het is een basisingrediënt van het geloof. Dit loslaten betekent de ziel uit het geloof halen. Dit denken veroorzaakt enerzijds een soort onverdraaglijke hovaardij en minachting tegrenover andersdenkenden. Een gevoel van uitverkoren zijn. Een beter zijn dan alle anderen. (Wij hadden vroeger gereformeerde buren. Die verwoordden het zo: ’Aardige mensen (dat was ons gezin dus). Jammer dat ze niet gereformeerd zijn’. Tegelijkertijd verborg een van hun zoons, een fanatiek amateurwielrenner, elke zaterdagavond zijn racefiets achter het schuurtje, zodat hij zondag na de kerk stiekem kon trainen). Anderzijds is dit denken de bron van een uitgebreid assortiment aan angsten en fobies.
    Tegelijkertijd maakt het geloof zijn volgelingen onverdraagzaam tegenover andersdenkenden. Dit kan extreme vormen aannemen. In het klein met het wegpestenn van andersdenkende buren of dorpsgenoten tot gevolg, met verscheurde gezinnen, met ouders (en kinderen) die in een morele spagaat raken als een kind de (lees hun) kerk verlaat of een “verkeerde” seksuele geaardheid heeft. enzovoort enzovoort. Maar ook in het groot: kettervervolging, inquisitie, grootschalig bloedvergieten, complete godsdienstoorlogen. hele culturen die vernietigd worden.
    Religie is het ultieme wij-zij-denken, verworden tot vijanddenken.
    Pas als deze manier van denken losgelaten wordt kunnen ‘we allemaal genieten en delen in ons bestaan, gelovig of niet’ zoals Joost dat verwoordt.
    Maat ik ben pessimistisch. “Wij” tegenover “zij” is een van de bouwstenen van religie. Het is het uitgangspunt, de identiteit van elke geloofsrichting, stroming of sekte. Zonder dit onderscheid geen religie.
    Verdraagzaamheid is onreligieus. Anti-religieus zelfs

Laat een reactie achter bij Joost Reactie annuleren