Voor degene die denkt dat het slecht met me gaat/afloopt…

Voor degene die denkt dat het slecht met me gaat/afloopt…

Ik begrijp dat je dat denkt, echt. Tuurlijk, ik heb toch ook geleerd om zo te denken!? Dat zwart-witte, dat geloven dat je óf het juiste doet óf ‘fout’ bent, dat je óf gehoorzaam óf ongehoorzaam bent. En we weten allemaal wat dat betekent. Ja toch, niet dan? Er is één juiste leer. Daar geloof je in en dan word je behouden. Geloof je daar niet in, zoals ik, ja, dan loopt het slecht met je af. Dan wacht er de eeuwige verdoemenis oftewel: de hel. Het staat er immers duidelijk.

Nee sorry, ik wil niet de spot met je drijven. Maar feitelijk komt het hier toch op neer? Of laat ik het zo zeggen: ík heb dit zo geleerd en precies dít is waar ik altijd doods- en doodsbang voor ben geweest: dat ik het op een dag niet meer zou geloven EN DAT HET DAN VERKEERD MET ME ZOU AFLOPEN!

En ik begrijp en waardeer ook dat je mijn ouders bloemen stuurde en dat je met hen meeleeft, als was ik overleden, toen ik publiekelijk bekend maakte dat ik dit niet meer geloof. Dit is tenslotte voor jullie érger dan de dood, want dit is de ééuwige dood.

Iemand zei tegen m’n ouders dat ze het zo erg vond van mij, dat ik vroeger zo’n lief meisje was. WAS. Nu niet meer. Nu ben ik stout/fout/falend. IN ZONDE ONTVANGEN EN GEBOREN. Zo was het toch? En beter geloofde je dat, want dan geloofde je tenminste ook dat je het offer van Jezus nodig had, dan bleef je geloven en dan bleef je bij de juiste kerk. En dan kwam je in de hemel.

Weet je, het zal je misschien verbazen, maar ik begrijp werkelijk dat ‘het juiste doen’ belangrijk is. Sterker nog, nog altijd geloof ik dat het béter met me gaat wanneer ik ‘het juiste’ doe dan wanneer ik dit níet doe. Het punt is alleen dat ik anders ben gaan denken over wat dit ‘juiste’ precies inhoudt.

Net als jij voel ik verdriet wanneer ik iemand zie die niet op ‘de juiste manier’ het leven leeft. Net als jij geloof ik dat het belangrijk is om je bezig te houden met ‘de dingen áchter de dingen’. Jij noemt dat God. Ik heb daar geen woorden voor, maar ik begrijp en herken en voel de noodzaak, echt.

Lang heb ik gewenst – en m’n knieën stukgebeden – om weer te gaan geloven zoals vroeger. Ik verlangde vurig naar de vanzelfsprekende verbondenheid zoals ik die vroeger met jou en andere broeders en zusters heb ervaren. Ik wéét en ik begrijp dat ik niet meer word gezien als een ‘schaap van de kudde’, maar dat ik een ‘bok’ of een ‘wolf’ ben geworden, een gevaar voor de gemeenschap, iemand waartoe je afstand bewaart. Je wil niet weten hoe vaak ik hierom heb gehuild. Simpelweg omdat ik je zo mis. Omdat ik me blijkbaar verbonden voel met mensen die zich niet verbonden voelen met mij. Want schaap of bok, we zijn toch allemaal dieren? Maar voor jou is het belangrijk dat je het júiste dier bent. En ja, ook dat begrijp ik. Want ook dat werd mij ooit zo aangeleerd.

Weet je, ik waardeer het ook gewoon heel erg dat je zo meeleeft met mijn ouders. Je weet zelf ook dat mijn moeder zei dat ze liever had gehad dat ik dood was gegaan. Dit, dit ‘afvallig zijn’, dit is immers veel en veel erger!? Wees hen alsjeblieft nabij waar ik dat niet meer kan. Hun verdriet is zo groot. En jij, jij begrijpt dat, en je geeft daar uitdrukking aan. Dat helpt hen. En daarvoor ben ik je zo dankbaar.

En weet je, ergens is er een kant in mij die redelijk nuchter kan denken: ‘ach ja, ieder mag over mij denken wat ‘ie maar wil, ik ga daar immers niet over en het zegt meer over de bril waardoor iemand kijkt dan dat het werkelijk iets over mij zegt’. Maar er is ook een kant die onrecht ervaart en die zou willen schreeuwen: ‘ik ben wél lief! Ik ben wél goed!’

Ik weet óók wat het is om me verbonden te voelen met iets dat zoveel groter is dan jij en ik bij elkaar. Iets of Iemand die je zou kunnen beschouwen als de Bron van al het leven. Wij mensen kunnen immers helemaal geen leven maken? We kunnen hooguit de condities waarbinnen leven zich kan vormen optimaliseren, we kunnen een zaadcel en een eicel samenbrengen onder de meest ideale omstandigheden, maar we kunnen de celdeling niet ‘aan’ zetten, we hebben maar af te wachten of ‘het wonder’ zich voltrekt. Wie of Wat slingert het leven aan? Net als jij geloof ik dat daar een grote scheppende kracht achter zit. Net als jij buig ik mij vol eerbied voor deze kracht.

Ik prijs mezelf gelukkig omdat ik een uitdrukkingsvorm ben van deze scheppingskracht. Weet je, ik houd ook van scheppen. Ik teken en schilder graag. En stel dat ik maar 1 wit vel papier had, dan zou ik dat barstensvol scheppen met allerlei creaties, waar ik vervolgens intens van zou genieten. Maar ik zou op een dag ook een gum pakken zodat ik het plezier van scheppen weer opnieuw kan beleven. Als schepper ken ik geen groter plezier dan het scheppen zelf. Mijn creaties zouden tijdelijk zijn. Ik zou de ‘dood’ en het ‘verval’ inscheppen, zodat er steeds weer ruimte komt voor nieuwe variaties.

Ik denk dat wij onderdeel zijn van een scheppingsproces, van het Leven met een grote L. Jij noemt dit God. Ik ben gestruikeld over die naam en kwam zoveel interpretaties tegen dat ik liever de naam God niet meer gebruik, maar dat doet niks af aan de kracht van de Schepper, van de Levensbron. Wij hebben toch alleen maar namen, godsbeelden, ideeën over hoe het is… over wie Hij/Zij/Het is… en het maakt – voor mij tenminste – niet uit of we deze ideeën vonden in een oud – heilig verklaard – boek of dat we het zelf hebben bedacht, het blijven menselijke ideeën, pogingen om te verklaren wat misschien wel nooit te verklaren valt…

Ik zie jou en mij als een uitdrukkingsvorm van het Leven. Als een variatie. We drukken beiden iets anders uit. Maar ik geloof niet meer dat we kunnen falen of dat we gered moeten worden. Ik begrijp wel dat er mensen zijn die dat denken. En dat is dan – in mijn beleving – ook een variatie op de soort.  

Weet je, ik weet het gewoon niet. Er zijn zoveel religies en claims over wat/wie God zou zijn. Ik besloot maar gewoon naar de natuur te kijken. Daarin openbaart de Levensbron en Schepper zich tenslotte volop? En ik zag dat een bloem die in een grasperk opschiet zich niet aanpast omdat ‘een groene spriet zijn’ blijkbaar de norm is in haar omgeving. Ik zag hoe alles, ALLES, zichzelf uitdrukt, schaamteloos. En ik besloot dat ik ook zo wilde zijn. Schaamteloos mezelf uitdrukken. Omdat ik denk dat ik zó het best uitdruk wat de bedoeling is van de Schepper.

Dus ik liet los. Alles wat mensen me hadden geleerd. Alles wat je zou kunnen beschouwen als een ‘regel’ of als een ‘wet’. Ik verviel tot iemand waarvan men schande spreekt. En nogmaals, nee, dat geeft niet, ik begrijp dat heel goed. Ik sprak zelf ook zo vaak schande van andersdenkenden. We zijn echt niet zo verschillend.. jij en ik. Ach, wat willen we het toch graag ‘goed’ doen! En wat worden we graag ‘goed’ bevonden!

Ik weet dat je gaat voor wat ‘heilig’ is. Weet je dat ik dat ook doe? Dat ik zó vaak met tranen op m’n wangen zou willen schreeuwen tegen iedereen die meent het te weten: “doe die stevige stappers van je voeten, want de grond waarop je staat is heilig!”?

Ik wéét dat je leerde dat je niet op je eigen overtuigingen mag leunen. Ik leerde dat opvatten als: alles wat in de kerk wordt geleerd is wáár en alles wat je zélf ooit bedenkt en wat daar mogelijk tegenin gaat is níet waar. Maar wat zijn nou eigenlijk die overtuigingen waarop je niet mag leunen? Dat is toch alles waarvan je nú denkt dat het absoluut waar is? In mijn geval waren dat dus de overtuigingen die me vanuit de kerk werden aangeleerd. Zou het kunnen dat ‘God‘ veel groter is dan we denken? Dat het niet alleen ons voorstellingsvermogen, maar ook ons geloof voorbij gaat?

Ik denk het.

En daarom heb ik, net als jij, een vaag verdrietig gevoel als ik me indenk hoe jíj in het leven staat. Het raakt me dat je zo zeker meent te weten hoe het zit en het raakt me dat je daarmee zoveel levensvormen moet afwijzen. Het raakt me omdat ik onrecht ervaar in jouw manier van denken, net zoals jij dat ervaart in mijn manier van denken.

Lieve zus, lieve broer…

Vanuit pure hartstocht zeg ik je dit.. ik mis je. Ik mis de verbondenheid, het besef en de erkenning bij ons beiden dat we slechts proberen om het juiste te doen en het juiste te geloven…

En tegelijkertijd begrijp ik dat je dit niet zo kunt zien vanuit jouw perspectief.

Lieve zus.. lieve broer…

Ik hoop dat er een tijd komt waarop we beiden voorbij de woorden, voorbij de regels, voorbij de aannames kunnen kijken en elkaar oprecht in de ogen kunnen zien… en in elkaar oprechte liefde en trouw zullen herkennen aan wat waarachtig is en goed…

Lief schaap, ik houd van je.

Wolfie.

DAG LATER TOEGEVOEGD:

Omdat ik toch een beetje bang ben dat ik met mijn stukje onbedoeld een verkeerd beeld heb gegeven van mijn familie – zowel mijn biologische als mijn geestelijke/kerkelijke – wil ik er nog graag op terugkomen. 

Ik noem een aantal keer de woorden ‘broer’ en ‘zus’. Ik bedoel daarmee niet mijn negen biologische broers en zussen, maar mijn ‘geestelijke’ broeders en zusters. En dan besef ik heel goed dat velen van hen mij NIET zien als een ‘bok’ of een ‘wolf’.  

Integendeel. Ik voer regelmatig gesprekken met zowel kerkgangers als kerkwerkers/predikanten, waarbij oprechte belangstelling is voor de vele verhalen vol onrecht die mensen mij hebben verteld. Ik ervaar bij hen de oprechte intentie om dergelijk onrecht in de toekomst te voorkomen. 

Zij erkennen mij als een vriend/medestander en zijn verontwaardigd wanneer iemand mij als vijand (‘wolf’) van de ‘kudde’ ziet. Ze wéten dat ik deze verhalen niet deel om pijn te doen, maar om pijn te voorkomen. 

En wat ik schreef over mijn moeder (dat ze ooit heeft gezegd dat ze liever had gehad dat ik dood was gegaan) dat heb ik vaker verteld (nadat ik daar bij de 1e keer ooit overleg over had gehad met mijn ouders) en dat heb ik met haar/hen ook goed kunnen uitpraten. Ook dat heb ik vaker verteld, alleen niet in het stuk van gisteren. Ik houd heel veel van mijn ouders en van mijn broers en zussen. En zij van mij.  ♡ 


Op Dogmavrij kan je lekker gratis lezen zonder reclame of betaalmuur. Zo sluiten we niemand buiten. Neemt niet weg dat er – naast veel liefde – tijd en geld in deze website wordt gestoken. Heb jij misschien iets (gehad) aan de artikelen, de series, de steungroep of andere projecten? Zou je dan willen overwegen om dit werk te steunen? Dat kan via  http://petje.af/ingebosscha Dank je wel!

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

5 Responses

  1. Moi

    Dit. Alsof het regelrecht uit mijn hart komt. Wat ik al een aantal jaar ervaar en voel heb je in woorden gevat. Heel mooi, het ontroerd én sterkt me enorm!

  2. Edward Apcar

    Mooi stuk, Inge. Heel mooi
    Deze ouwe atheïst was echt ontroerd (en dit is níét cynisch bedoeld. Zelfs niet ironisch)
    Je maakt zo glashelder op een bijna poëtische manier zichtbaar dat het verlies van je geloof ook voor jou een moeizaam en pijnlijk maar uiteindelijk onontkoombaar proces was met veel twijfel en verdriet.
    Één lange, emotionele roep om begrip en liefde. Het raakte me echt.
    Één dingetje: Ik zie jou niet als de ‘bok’ of de ‘wolf’ die een gevaar is voor de ‘schapen’ in de kudde. Ik zie jou meer als de gevangen vogel die de moed had uit te breken en de ‘veiligheid’ van de kooi te verlaten en die nu diep bedroefd is om hen die achterbleven en het niet begrijpen.
    Heel veel sterkte toegewenst

    Edward

Laat een reactie achter bij Edward Apcar Reactie annuleren