Ze kon zich niet herinneren ooit blij te zijn geweest met haar naam. “Dolly? Dolly Parton?” Nee, ze leek in de verste verte niet op de rondborstige countryzangeres naar wie ze vernoemd was. Het feit dat haar vader en naamgever dol was op vrouwen als Dolly Parton, had haar altijd een minderwaardig gevoel gegeven. Ze vroeg zich af of hij ook zo dol was op de Dolly-versie die zij geworden was. Desalniettemin werd ze door hem altijd liefkozend ‘Poppetje’ genoemd.
Ik kon me stiekem geen toepasselijker naam bedenken dan juist de naam ‘Poppetje’, maar dat zou ik haar nooit zeggen. Het woord ‘pop’ is sowieso taboe in onze gesprekken. Ik vergeet nooit meer de onthutste uitdrukking op haar gezicht, toen ik jaren geleden verbaasd uitriep: “Hè?? Speel jij nog met een pop??”
(Voor wie niet van verhalen houdt, of meer uitleg wil over onderstaande metafoor: >KLIK<)
Wonderkind
Ik moest één ding goed begrijpen. HET WAS GEEN POP. Wat ik in elk geval meteen begreep was dat ik daar beter niet tegenin kon gaan. Ik besloot te luisteren.
In de hoek van de kamer stond een badje, waar ze elke zondag liefdevol het Kind in badderde.
Gek genoeg was ik al snel aan dit ritueel gewend, evenals aan het feit dat het te allen tijde door moest gaan, of ze nou bezoek had of niet.
Na het badritueel opende Dolly de gordijnen, waardoor het zonlicht vrij spel kreeg in haar woonkamer. Ze kon me soms met een verheerlijkt gezicht aankijken, wanneer het zonlicht precies op haar pop of op mij viel. Volgens mij dacht ze dat het Kind verantwoordelijk was voor de warmte en het licht in de kamer.
Ik noemde haar pop nooit ‘Kind’ en ik deed nooit ‘kielekiele’ als ik de pop even vast moest houden, omdat ze een handdoek vergeten was. Voor mij was het gewoon een pop, dat veranderde niet omdat zij er een Kind in zag. Gelukkig vroeg ze me nooit om met de pop te praten of om rekening te houden met de pop.
Ik hield wel rekening met Dolly. Ik zou haar Kind nooit schoppen om te bewijzen dat het Kind niet huilde en dus een pop was. Overigens vermoed ik dat Dolly het Kind zou horen huilen of, wanneer ze dit niet zou horen, dat ze zou menen dat het Kind een reden had om niet te huilen, bijvoorbeeld omdat het een Wonderkind was.
Ontbinding
Ik wilde haar ervan overtuigen dat ze het badwater dringend moest verversen. In al die jaren dat ik bij haar over de vloer kwam, was het badwater nog niet één keer ververst. Er dreven bruine, glimmende vellen op en onderin lag zwarte drab. Het was de laatste tijd zo erg, dat wij in de keuken onze gesprekken voerden, omdat de stank in de kamer niet te harden was.
Maar Dolly wilde het water niet verversen. Ze was ervan overtuigd dat haar Wonderkind het water had ‘geheiligd’ en dat het dus geen gewoon water was.
Het vieze uiterlijk en de stank zouden ongetwijfeld een bedoeling hebben. Ik merkte op dat de bedoeling toch niet kon zijn dat zij, of mensen in haar omgeving, gezondheidsklachten zouden krijgen. Maar Dolly was ervan overtuigd dat dit niet kon gebeuren en bovendien voelde ze zich zo gezond als een vis.
“Als mensen ziek worden, dan was hun weerstand slecht en dan zal het heilige water dat juist aan het licht brengen”, zei ze. Ze meende werkelijk dat er niets dan goeds kon voortkomen uit de stinkende drab in het babybadje.
Strijd
Dat Dolly behoorlijk uitgesproken ideeën had over wat zich in het babybadje moest bevinden, bleek ook wel uit haar sterke afkeuring betreffende haar plaatsgenoten, die op een andere manier hun poppenbadjes vulden. Nee, Dolly was niet de enige die met een pop speelde. Er waren er meer.
Het kan toch niet, dat zoveel mensen met poppen spelen en er allemaal van overtuigd zijn dat zij met een Kind rondlopen? Zou er misschien iets mis zijn met mijn waarneming?
Ik weet niet of het daardoor kwam, maar ik voelde mij die dag beroerd en ben eerder naar huis gegaan. Ik had echter nog net meegekregen dat er een hevige discussie gaande was over de juiste inhoud van de poppenbadjes. Er was een mannelijke collega van Dolly, met een grote, stoere draagzak voor zijn pop, die zwoer bij rozemarijnoliebaden. Hij zei dat hij ergens had gelezen dat dit goed zou zijn voor de huid en de longetjes en dat het bovendien de kwaliteit van het badwater ten goede zou komen.
Ik weet nog dat Dolly er ontdaan van was. En hoe de zweetdruppeltjes op haar voorhoofd een vrolijk dansend krulletje hadden veroorzaakt aan de grens van haar strak gestijlde haren. Ze zou niet blij zijn wanneer ze straks in de spiegel keek. Maar voorlopig was ze te overstuur om met haar uiterlijk bezig te zijn. Met rode wangen en drukke gebaren sprak ze over ‘zuiver water’, ‘geen toevoegingen’ en ‘vertrouwen in het wonder’. Ik had met haar te doen, maar ik kon echt niet blijven. Een uur later lag ik met stevige migraine op bed.
Olie
Enkele dagen daarna vroeg ik haar wat er nou precies aan de hand was op haar verjaardag en waarom het zo erg was als iemand olie aan het badwater toevoegde.
Er bleek veel verdriet achter te zitten, want al gauw kwamen er tranen. “Ik vind het zo erg! We hebben duidelijk instructies gekregen en… Wacht, ik pak het er even bij.” Ze stond op, pakte een klein boekje, waar zo te zien veel in gelezen was, en bladerde er kort in. Ze wist wat ze zocht.
Weggegooid
Ik zei niets, maar dacht aan de putlucht waar ik even daarvoor met dichtgeknepen neus voorbij was gesneld, op weg naar de keuken. Als ik straks weer thuis zou zijn, zou ik dat ‘zuivere water’ nog altijd onder mijn nagels kunnen ruiken. Ik snakte naar de zoete geur van rozen of de frisse, kruidige geur van rozemarijn, terwijl ik verder luisterde naar Dolly’s verhaal.
Onrecht
Terwijl Dolly steeds drukker begon te praten, dacht ik onwillekeurig terug aan een vrouw, die jaren geleden naast me had gewoond. Ik weet niet meer of ze nou zes of zeven kinderen had, maar ik weet nog wel dat ik hen vaak hoorde huilen. Ik had de indruk dat ze stuk voor stuk aandacht tekort kwamen en daarom nam ik er wel eens eentje mee naar de kinderboerderij of de speeltuin. Door de verhalen van Dolly herinnerde ik mij ineens de geur van lavendel, die altijd in het huis van mijn buurvrouw had gehangen en hoe ze ontzettend veel tijd doorbracht met het baden van haar pop in lavendelolie. Wat was dat toch, met die poppen en die badjes? Waarom was dit zo belangrijk dat het tot zoveel onrecht kon leiden? Hoe was het in vredesnaam mogelijk dat een moeder wel volledige aandacht geeft aan een pop, maar niet aan haar kinderen?
Dwalingen
Ondertussen bleef Dolly maar praten over ‘dwalingen in de badleer’, zoals ze dat noemde. Ze sprak geëmotioneerd over de dwaling van het badzout, de dwaling van de onderdompeling, de dwaling van de besprenkeling, de dwaling van het ‘badglijden’, het laten vallen in het bad met behulp van grote hoeveelheden olie, en het allerergste: de dwaling der badloosheid. En hoewel ik zo goed mogelijk probeerde te begrijpen waarom deze ‘dwalingen in de badleer’ allemaal zo erg zouden zijn, lukte het me niet om Dolly’s achterliggende èchte pijn te doorgronden.
Verversing
Met een triest gevoel keek ik naar Dolly. Ik mocht haar zo graag en merkte aan alles dat ze het zo goed bedoelde. Maar ik had ook enorm met haar te doen. Ik vond het zo naar dat ze zich zo verdrietig voelde naar aanleiding van de afwijkende keuzes van anderen.
Nog erger vond ik het, dat ze in deze ongezonde omgeving bleef, zonder te beseffen hoe erg de stank was.
Maar wat kon ik doen, om Dolly ervan te overtuigen dat het badwater zó ongezond was geworden, dat het al het leven erin had verstikt? Hoe kon ik haar laten zien dat er niets zuiver meer was aan het ‘heilige water’ in haar teil? Hoe kon ik haar doen horen dat zelfs haar pop ‘schreeuwde’ om verlossing?
