Mijn dierbare zwager, net zo oud als ik (38 jaar), kreeg enkele weken geleden te horen dat hij terminale kanker heeft. Hij is samen met mijn zusje thuis, waar ze zich zo goed mogelijk voorbereiden op zijn sterven. Een zeer heftige periode die ons ook als familie dichter bij elkaar brengt.
Rouwen is een heftig en soms ook onbegrijpelijk en raar proces. Ik merk dat de meeste mensen er wel eens last van hebben dat je verstand je dan zomaar een loer draait. ‘Terminaal’ is op zich een duidelijk woord zonder ook maar een sprankje hoop. En dat je dan, ik ook, met je brein toch ‘hoop’ weet te construeren komt op mij zowel vreemd als zeer vertrouwd over.
Misschien hebben ze het mis. Misschien gebeurt er een wonder.
In de reguliere geneeskunde is er de chemotherapie. Niet dat ze zeggen dat hij er beter van zal worden, maar wel dat het zijn leven mogelijk nog iets zal verlengen omdat het de groei van de kankercellen hopelijk zal vertragen.
Wanneer je eenmaal de wereld van de chemo binnengestapt bent, bevind je je op een soort slagveld. Er wordt keihard gestreden en de wapens zijn giftig en hebben heftige bijwerkingen. Radicaler ergens voor gaan staan, ergens voor vechten, kan bijna niet.
De strijd om leven.
Ondertussen worden we met onze neuzen steeds vaker op artikelen gedrukt die een andere weg wijzen. Geen chemo, maar een alternatieve behandeling. Zo is er bijvoorbeeld de medicinale cannabisolie en zijn er de diëten en lichaamsreinigingen die soms zelfs claimen terminale kanker te kunnen genezen.
Als leek moet je je weg zien te vinden in een wereld vol met mensen die claimen ‘de ware weg’ naar het leven te hebben gevonden. En allemaal zeggen ze dat je bepaalde dingen absoluut wel en andere dingen absoluut niet moet (laten) doen. Allemaal komen ze met ervaringsverhalen, boeken en tabellen waarmee ze hun eigen inzichten lijken te onderstrepen.
Overtuigde gelovigen.
Op verschillende websites lees ik hoe ze elkaar tegenkomen. Mensen met een persoonlijke geschiedenis en achtergrond die verschillende inzichten hebben ontwikkeld over hoe te strijden tegen het kwaad in de vorm van (terminale) kanker.
Ik lees er woorden die me zo bekend in de oren klinken, dat het soms net lijkt of ik maar mijn ogen dicht hoef te doen en ik ben in een verhitte discussie tussen gelovigen en ongelovigen beland.
Alsof ik luister naar emotionele debatten over het wel of niet bestaan van leven na de dood. Mensen die erin geloven komen met verhalen van ‘bijna-dood-ervaringen’.
Maar een ‘bijna-dood-ervaring’ is niet per definitie gelijk te stellen aan een ‘dood-ervaring’.
Zo is het verhaal van eerst door de doktoren opgegeven, maar nu volledig genezen Piet, niet per definitie gelijk te trekken aan het verhaal van mijn zwager.
In ons onbehagen bij het ‘niet weten’ klampen we ons zo vaak vast aan verhalen die claimen het wel te weten. We trekken parallellen die er misschien niet eens zijn. We creëren onze eigen hoop. Maar soms is ‘hoop’ alleen maar ‘shit’.
En terwijl de eerste chemo een feit is, worstelen we ons koortsachtig door informatie over de juiste THC en CBD-percentages in medicinale wietolie.
Er worden ingrijpende beslissingen genomen, zeer veel moed getoond en hartverscheurend gelachen en gehuild.
Zolang we nog kunnen vechten, vechten we door.
In respect laten we het nemen van beslissingen bij de mensen waar ze horen en wiens leven het betreft.
Wat ons te doen staat is helpen en steunen op de weg die, misschien wel en misschien ook niet, een zeker einde heeft en waarop ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden.
Wij zullen deze keuzes respecteren.
Omdat we diep van binnen weten dat we uiteindelijk niet kunnen bepalen voor elkaar, en soms ook niet eens voor onszelf, wat het juiste is om te doen of te geloven.
Het gaat er misschien alleen maar om dat mensen zich geaccepteerd (en het liefst gesteund) voelen op de weg die ze zelf kiezen.
Met diep respect en liefde voor mijn lieve zwager en mijn lieve zusje, die samen, en ook ieder apart, zo’n zware weg hebben te gaan en deze zo dapper bewandelen. Stap na stap.

