Site icoon Dogmavrij

Waar doe ik goed aan?

Sinds ik niet meer zwijg over mijn verhaal, krijg ik reacties op het feit dat ik erover spreek.
De reacties zijn zeer divers:

Je bent een egoïst! Wat je doet is haatdragend en walgelijk! Je denkt alleen maar aan jezelf! Je verkloot mijn leven! Je had onder een andere naam moeten schrijven! Ik heb last van je!

Je bent een lichtbrenger! Je bent openend en verbindend! Ik zie Jezus in jou! Je bent liefdevol! Ik heb heel veel aan wat je schrijft! Je bent moedig! Ik ben je zo dankbaar!

Wat ik probeer, wanneer ik iemand iets hoor zeggen over mij(n functioneren), is in de eerste plaats om te voelen hoe het voelt. Welke emoties roepen de woorden van de ander in mij op? Als ik hier rustig naar kan kijken, zonder mezelf te veroordelen, dan geeft het me een gevoel van ruimte. Ik mag gewoon zijn wie ik ben en doen wat ik doe, ongeacht wat de ander ervan vindt.

Ik probeer ook te luisteren naar wat de ander zegt. Naar het gevoel en de behoefte daarachter.
Het levert vaak hele fijne, verbindende gesprekken op. Maar soms ook niet. Soms willen mensen niet luisteren, maar alleen hun eigen zegje doen. En soms wil ik niet naar anderen luisteren. Stel dat iemand aanbelt, en mij vervolgens de huid vol scheldt, dan hoef ik die persoon niet binnen te laten onder het mom van “ach, heb je zoveel pijn en voel je je zo gekwetst, kom binnen, dan praten we erover.” Een houding die ik meestal heb (gehad), maar die me ontzettend veel (ge)kost (heeft). Ik haalde daarmee soms letterlijk agressie en onderdrukking binnen. Ik deed dat zelf, door mezelf niet te begrenzen op de momenten dat dit wel nodig was. Door (zoals me geleerd was) meer belang te hechten aan de emoties en behoeften van de ander, dan aan die van mezelf.

Mijn behoefte aan veiligheid en erkenning maakt echter dat ik nu kan beslissen om in sommige gevallen mijn deur dicht te doen. Dicht te slaan zelfs. Ik kan heel gedecideerd zeggen dat ik best wil praten, maar niet op deze manier mij laat afbekken en dat die persoon het maar moet laten weten wanneer hij of zij in staat is om mij op een respectvolle wijze te woord te staan. Ik kan ook boos roepen: ‘Opgedonderd!’ en ondanks de paniekaanval die daarop volgt (want: ‘zo ga je niet met mensen om, jij moet het goede voorbeeld geven, nu doe je precies hetzelfde, je moet wijzer zijn, je bent verkeerd bezig, hoe durf je, wie denk je wel dat je bent?’), is er ook toestemming. Toestemming om een mens te zijn met gevoelens, met grenzen, met macht èn met onmacht. Waarom zou ik altijd ‘de sterkste’ en ‘de wijste’ moeten zijn wanneer ik dat helemaal niet ben!?

Ik ben ook maar een mens. Ik ben onderweg, ik maak fouten, ik ben onhandig, ik struikel, ik ben me niet overal van bewust, ik vergeet, ik ben onduidelijk, ik mis het overzicht, en ik ga ook gewoon wel eens keihard op m’n bek.

Daarom ben ik meestal erg blij met feedback, ongeacht of deze ‘positief’ of ‘negatief’ is. Het geeft me het gevoel dat er mensen zijn die met me willen meedenken en meelopen en dat ik er niet alleen voor sta.

Het geeft me ook veel inzicht in hoe het werkt met menselijke behoeften en emoties. Met wat er kan gebeuren wanneer verschillende manieren van zorgen en belangen met elkaar in conflict zijn.

Veel van de kritiek die ik krijg, gaat over het feit dat ik praat over pijn. Er zijn mensen die me vanuit het diepst van hun hart bedanken, omdat ik woorden geef aan hun stille verdriet. Ze voelen zich gehoord, erkend en bemoedigd. Er zijn ook mensen die vinden dat je nooit ‘lelijk’ mag praten over ‘de groep’. Groepsbelangen gaan dan voor individuele belangen. Het individu hoort zich te voegen naar de meerderheid en anders te zwijgen uit respect voor de groep. Zo niet, is deze persoon al snel egoïstisch, narcistisch of gewoon ‘boos’ en destructief.

Dat iemand die praat over pijnlijke dingen misschien een constructieve bijdrage probeert te leveren komt in deze mensen niet op. Het druist teveel in tegen wat zij als ‘goed’ ervaren en waar zij belang aan hechten.

Een dominee, voorganger of pastor die gaat twijfelen, mag dit niet openbaar doen. Dat zou namelijk kunnen resulteren in groeiende twijfels bij de meest kwetsbare groepsleden. Dat er binnen diezelfde groep nog meer mensen in stilte dezelfde twijfels hebben en hier bijna in stikken, omdat het zo eenzaam is er niet over te kunnen spreken, doet niet ter zake, want dat dient het ‘groepsbelang’ niet.
Wat doe je dan, als goede ‘herder’? Voor welke belangen kom je op? Welke weg je ook kiest, er gaan altijd deuren voor je open en deuren voor je dicht. En wat doet het soms pijn wanneer een deur voor je neus dicht geknald wordt. Wat kan je je miskend voelen in je goede bedoelingen!

Waar doe ik goed aan?

Ik probeer zo goed mogelijk te doen waarvan ik geloof dat goed is. Ik wil aandacht geven aan wat pijn doet. Ook als ik geen oplossing heb voor die pijn. Ik geloof in erkenning en openheid. Maar of het werkelijk helpend is wat ik doe, weet ik niet. Ik denk het. En daarom ga ik door. Omdat ik geloof dat het nodig is. Mensen die ook geloven in ‘openheid’ en ‘aandacht geven aan pijn’, kunnen er iets aan hebben. Mensen die geloven in ‘daar praat je niet over’, zullen zich misschien miskend en beledigd voelen.

Ik volg zo goed als ik durf mijn eigen hart en gevoel.

En ik hoop dat iedereen dat doet.

Mobiele versie afsluiten