Site icoon Dogmavrij

Waar zijn de herders?

Bij mijn bril kreeg ik gratis een 2e bril, waar ik roze glazen in liet zetten. Een doe-es-gek-idee, dat verrassend fijn uitpakt, want ik vind het heerlijk dat de wereld nu gefilterd binnenkomt.  

Ook figuurlijk draag ik graag een roze bril. Ik focus op wat lukt en wat er wél is en minder op wat hapert of ontbreekt. Vermijding als coping strategie: het werkt wel maar het helpt niet.  

Want als je onrecht bespreekbaar wilt maken, moet je dit onrecht (her)kennen. Je moet er juist wél naar kijken, ook als dat pijnlijk is.  

Onrecht bestrijden

Degenen die vechten en zich uitspreken tegen onrecht, weten hoe ingewikkeld dit kan zijn. Je begeeft je altijd ergens tussen woede en hoop. Tussen walging en verbinding. Tussen onbegrip en begrip. En vaak stuit je op weerstand, traagheid of onverschilligheid.  

Duizenden verhalen vol onrecht werden me de afgelopen jaren verteld door kerkgangers en kerkverlaters. Persoonlijke ervaringen over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma. Verhalen die me diep raakten.  

Soms wordt me gevraagd hoe ik daarmee omga. En als ik eerlijk ben speelt mijn roze bril hierbij een grote rol. (De figuurlijke dan, die andere is alleen voor veraf😉) Ik focus steeds weer op signalen van hoop. En die zijn er gelukkig volop.  

Signalen van hoop

Regelmatig word ik benaderd door predikanten die echt luisteren. Die steeds weer manieren zoeken om mensen wérkelijk en belangeloos bij te staan. Die niet verdedigen, maar zich verdiepen. Predikanten en voorgangers met een warm, pastoraal hart. Van sommigen zag ik zelfs hun tranen. Tranen om het onrecht dat ook zij (h)erkennen.  

Het voelt vaak alsof ik deel uitmaak van een team dat binnen en buiten geloofsgroeperingen werkzaam is en zich gezamenlijk inspant om geestelijke schade aan individuen en groepen te (h)erkennen en te voorkomen.  

Maar soms valt die figuurlijke roze bril ineens van m’n neus. En dan zie ik ook de andere kant. Een kant die me doet huiveren. Want ja, er reageren predikanten. Maar wanneer ik eerlijk kijk naar de omvang van het probleem en het aantal herders in Nederland, is daar ook een andere werkelijkheid: de stilte is oorverdovend. 

Stilte

De afgelopen maanden heb ik af en toe een stukje geplaatst over oorzaken en gevolgen van geloofsstress in de Facebookgroep voor Predikanten en Pastores. Daar kwam geen of nauwelijks respons op. Dat dit juist dáár gebeurt, of dus eigenlijk niet gebeurt, raakt me.   

En ook op mijn artikelen over geloofsstress op Theologie.nl komt nauwelijks respons. Terwijl ik het normaalgesproken gelijk merk als ik ergens iets publiceer, omdat ik dan (veel) meer mails krijg.  

Als meerdere schapen lijden, waarom blijft het dan onder herders zo stil? 

Als de stilte me weer eens opvalt, denk ik al snel: nou ja, dan maar niet. Ik haal gelaten m’n schouders op en ga door. Ik wil mijn energie niet verspillen aan ‘trekken aan een dood paard’ of ‘parels voor de zwijnen werpen’. Maar soms raakt het me diep en voel ik verdriet. Juist omdat het hier niet over paarden of zwijnen gaat, maar over herders.  

Delicaat onderwerp

En ik begrijp heel goed dat dit onderwerp delicaat is. Dat het moeilijk laveren is tussen de belangen en de vaak intense emoties van degenen die verantwoordelijk zijn voor of geraakt zijn door geloofsstress en kerkpijn. Ik vermoed en hoop ook dat er veel meer gesprekken zijn dan waar ik weet van heb. Maar ik vrees ook dat hier weer mijn roze bril spreekt.  

Ik begrijp dat mijn positie als voormalig insider – oftewel buitenstaander – voor sommigen nou niet direct vertrouwenwekkend is. Misschien ben ik daarom niet de meest ideale boodschapper.  

Maar mijn positie helpt juist degenen die zich binnen geloofsgroeperingen niet gehoord en begrepen voelden. Degenen die het vertrouwen in de kerk, het geloof en/of God zijn kwijtgeraakt. Ik hoor verhalen die predikanten niet horen, maar die wel degelijk bestaan.  

En ik wil daar iets goeds mee doen. Iets dat werkelijk helpt. Maar ik kan dit niet alleen. Er zijn herders nodig! 

Want als een deel van de kudde chronische angst, schuldgevoelens, identiteitsverlies of psychische schade overhoudt aan geloof of religieuze opvoeding, hoe kan dit dan geen onderwerp van gesprek zijn onder herders? 

De velden zijn wit om te oogsten

Ik heb het niet over een paar mensen die teleurgesteld zijn in een kerk. 

Ik heb het over mensen die jarenlang bang zijn (geweest) voor God. Mensen die hun eigen gevoelens niet meer vertrouwen. Mensen die vastlopen door spanning tussen geloofsleer en ervaring. Mensen die dreigen te bezwijken onder de druk van ‘de geestelijke strijd’ en in voortdurende keuzestress leven. Mensen die – gehoorzamend aan anderen – zichzelf zijn kwijtgeraakt. 

En daarom wil ik predikanten, voorgangers, pastors en pastoraal werkers iets vragen. 

Wat maakt dit onderwerp zo moeilijk? Als er zoveel leed is, als de velden bij wijze van spreken zwart zijn van onrecht en stil verdriet of – om Bijbelse beeldtaal te gebruiken – wit om te oogsten, waarom lijken er dan zo weinig arbeiders te zijn?

Geloofwaardigheid

Is het angst dat erkenning van schade automatisch een aanval op geloof betekent? Speelt loyaliteit een rol? Is het handelingsverlegenheid? Want wat doe je als datgene wat voor velen troost en betekenis biedt, anderen juist beschadigt? 

Religie heeft een unieke positie in het leven van mensen. Geloof raakt niet alleen gedrag, maar ook identiteit, relaties, schuld, hoop, seksualiteit, opvoeding en het beeld van goed en kwaad. Juist daarom kan religie diep troosten. Maar ook diep verwonden. 

Dat erkennen hoeft geloof niet waardeloos te maken. Integendeel. Een geloofsgemeenschap die alleen ruimte heeft voor getuigenissen van hoop, maar niet voor verhalen van beschadiging, verliest uiteindelijk haar geloofwaardigheid. 

Want overal waar macht, afhankelijkheid en overtuigingen samenkomen, ontstaat het risico op schade. Dat geldt voor gezinnen, scholen, politieke bewegingen, maar net zo goed voor religieuze gemeenschappen.  

Toch lijkt het gesprek hierover vaak vast te lopen zodra de psychische gevolgen serieus benoemd worden. Er worden dingen gezegd als: “Het ligt aan de mensen zelf, die hebben gewoon een moeilijke jeugd en een verkeerd godsbeeld”, “Dat was vroeger, maar gebeurt nu niet meer” of: “Dat gebeurt alleen in andere kerken”. Alsof erkenning van geestelijke schade voelt alsof er iets heiligs wordt bedreigd.  

Maar zwijgen beschermt het geloof niet. Het beschermt vooral de bestaande orde. 

Buiten de kerkmuren 

Ondertussen groeit buiten kerkelijke muren een groep mensen die geen taal vindt voor wat zij heeft meegemaakt. Mensen die hun geloof soms wel en soms niet verloren, maar de angst hielden. Mensen die de kerk verlieten, maar niet de innerlijke spanning. Mensen die zich jarenlang afvroegen waarom niemand benoemde wat er met hen gebeurde. 

Juist daarom is het opvallend dat veel van deze gesprekken inmiddels buiten de kerk plaatsvinden: bij coaches, psychologen, lotgenotengroepen en online platforms zoals dogmavrij.nl. Niet omdat mensen per se van geloof af willen, maar omdat zij ergens woorden zoeken voor ervaringen die binnen hun eigen omgeving moeilijk bespreekbaar bleken. 

Een belangrijke vraag lijkt me dan ook: wat gebeurt er met een geloofsgemeenschap wanneer degenen die beschadigd raken hun verhaal vooral buiten de gemeenschap kwijt kunnen? 

Van herders wordt niet gevraagd dat zij perfect zijn. Wel dat zij luisteren wanneer schapen pijn hebben. Ook wanneer die pijn mede veroorzaakt werd door overtuigingen, structuren of vormen van geestelijk gezag binnen de eigen kring. 

Want geloof dat geen ruimte meer heeft voor zelfonderzoek, loopt het risico zichzelf belangrijker te gaan vinden dan de mensen die het zegt te dienen.  

Waar zijn de herders?

Het boek Mantel van angst gaat over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma. Het toont aan de hand van tientallen casussen hoe dit kan ontstaan, wat de gevolgen kunnen zijn en hoe het te voorkomen is. Momenteel is het te koop voor de actieprijs van 16,99. Vanaf 16 mei zal dit weer 23,99 zijn.

Mobiele versie afsluiten