Waar zijn de herders?

Bij mijn bril kreeg ik gratis een 2e bril, waar ikย roze glazen inย lietย zetten.ย Eenย doe-es-gek-idee, datย verrassendย fijn uitpakt, want ik vind het heerlijk datย de wereldย nuย gefilterdย binnenkomt.ย ย 

Ook figuurlijk draag ik graag een roze bril. Ik focus op wat lukt en wat er wรฉl is en minder op wat hapert of ontbreekt. Vermijding als coping strategie: het werkt wel maar het helpt niet.  

Want als je onrecht bespreekbaar wilt maken, moet je dit onrecht (her)kennen. Je moet er juist wรฉl naar kijken, ook als dat pijnlijk is.  

Onrecht bestrijden

Degenen die vechten en zich uitspreken tegen onrecht, weten hoe ingewikkeld dit kan zijn. Je begeeft je altijd ergens tussen woede en hoop. Tussen walging en verbinding. Tussen onbegrip en begrip. En vaak stuit je op weerstand, traagheid of onverschilligheid.  

Duizenden verhalen vol onrecht werden me de afgelopen jaren verteld door kerkgangers en kerkverlaters. Persoonlijke ervaringen over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma. Verhalen die me diep raakten.  

Soms wordt me gevraagd hoe ik daarmee omga. En als ik eerlijk ben speelt mijn roze bril hierbij een grote rol.ย (De figuurlijke dan, die andere is alleen voor veraf๐Ÿ˜‰)ย Ik focusย steeds weerย opย signalen van hoop. En die zijn er gelukkig volop.ย ย 

Signalen van hoop

Regelmatig word ik benaderd door predikanten die echt luisteren. Die steeds weer manieren zoeken om mensen wรฉrkelijk en belangeloos bij te staan. Die niet verdedigen, maar zich verdiepen. Predikanten en voorgangers met een warm, pastoraal hart. Van sommigen zag ik zelfs hun tranen. Tranen om het onrecht dat ook zij (h)erkennen.  

Het voelt vaak alsof ik deel uitmaak van een team dat binnen en buiten geloofsgroeperingen werkzaam is en zich gezamenlijk inspant om geestelijke schade aan individuen en groepen te (h)erkennen en te voorkomen.  

Maar soms valt die figuurlijke roze bril ineens van m’n neus. En dan zie ik ook de andere kant. Een kant die me doet huiveren. Want ja, er reageren predikanten. Maar wanneer ik eerlijk kijk naar de omvang van het probleem en het aantal herders in Nederland, is daar ook een andere werkelijkheid: de stilte is oorverdovend. 

Stilte

De afgelopen maanden heb ik af en toe een stukje geplaatst over oorzaken en gevolgen van geloofsstress in de Facebookgroep voor Predikanten en Pastores. Daar kwam geen of nauwelijks respons op. Dat dit juist dรกรกr gebeurt, of dus eigenlijk niet gebeurt, raakt me.   

En ook op mijn artikelen over geloofsstress op Theologie.nl komt nauwelijks respons. Terwijl ik het normaalgesproken gelijk merk als ik ergens iets publiceer, omdat ik dan (veel) meer mails krijg.  

Alsย meerdereย schapenย lijden, waarom blijft het dan onder herders zo stil?ย 

Als de stilte me weer eens opvalt, denk ik al snel: nou ja, dan maar niet. Ik haal gelaten m’n schouders op en ga door. Ik wil mijn energie niet verspillen aan โ€˜trekken aan een dood paardโ€™ of ‘parels voor de zwijnen werpenโ€™. Maar soms raakt het me diep en voel ik verdriet. Juist omdat het hier niet over paarden of zwijnen gaat, maar over herders.  

Delicaat onderwerp

En ik begrijp heel goed dat dit onderwerp delicaat is. Dat het moeilijk laveren is tussen de belangen en de vaak intense emoties van degenen die verantwoordelijk zijn voor of geraakt zijn door geloofsstress en kerkpijn. Ik vermoed en hoop ook dat er veel meer gesprekken zijn dan waar ik weet van heb. Maar ik vrees ook dat hier weer mijn roze bril spreekt.  

Ik begrijp dat mijn positie als voormalig insider – oftewel buitenstaander โ€“ voor sommigen nou niet direct vertrouwenwekkend is. Misschien ben ik daarom niet de meest ideale boodschapper.  

Maar mijn positie helpt juist degenen die zich binnen geloofsgroeperingen niet gehoord en begrepen voelden. Degenen die het vertrouwen in de kerk, het geloof en/of God zijn kwijtgeraakt. Ik hoor verhalen die predikanten niet horen, maar die wel degelijk bestaan.  

En ik wil daar iets goeds mee doen. Iets dat werkelijk helpt. Maar ik kan dit niet alleen. Er zijn herders nodig! 

Want als een deel van de kudde chronische angst, schuldgevoelens, identiteitsverlies of psychische schade overhoudt aan geloof of religieuze opvoeding, hoe kan dit dan geen onderwerp van gesprek zijn onder herders? 

De velden zijn wit om te oogsten

Ik heb het niet over een paar mensen die teleurgesteld zijn in een kerk. 

Ik heb het over mensen die jarenlang bang zijn (geweest) voor God. Mensen die hun eigen gevoelens niet meer vertrouwen. Mensen die vastlopen door spanning tussen geloofsleer en ervaring. Mensen die dreigen te bezwijken onder de druk van โ€˜de geestelijke strijdโ€™ en in voortdurende keuzestress leven. Mensen die โ€“ gehoorzamend aan anderen – zichzelf zijn kwijtgeraakt. 

En daarom wil ik predikanten, voorgangers, pastors en pastoraal werkers iets vragen. 

Wat maakt dit onderwerp zo moeilijk?ย Als er zoveel leed is, als de velden bij wijze van spreken zwart zijn van onrecht en stil verdriet of – om Bijbelse beeldtaal te gebruiken – wit om te oogsten, waarom lijken er dan zo weinig arbeiders te zijn?

Geloofwaardigheid

Is het angst dat erkenning van schade automatisch een aanval op geloof betekent? Speelt loyaliteit een rol? Is het handelingsverlegenheid? Want wat doe je als datgene wat voor velen troost en betekenis biedt, anderen juist beschadigt? 

Religie heeft een unieke positie in het leven van mensen. Geloof raakt niet alleen gedrag, maar ook identiteit, relaties, schuld, hoop, seksualiteit, opvoeding en het beeld van goed en kwaad. Juist daarom kan religie diep troosten. Maar ook diep verwonden. 

Dat erkennen hoeft geloof niet waardeloos te maken. Integendeel. Een geloofsgemeenschap die alleen ruimte heeft voor getuigenissen van hoop, maar niet voor verhalen van beschadiging, verliest uiteindelijk haar geloofwaardigheid. 

Want overal waar macht, afhankelijkheid en overtuigingen samenkomen, ontstaat het risico op schade. Dat geldt voor gezinnen, scholen, politieke bewegingen, maar net zo goed voor religieuze gemeenschappen.  

Toch lijkt het gesprek hierover vaak vast te lopen zodra de psychische gevolgen serieus benoemd worden. Er worden dingen gezegd als: โ€œHet ligt aan de mensen zelf, die hebben gewoon een moeilijke jeugd en een verkeerd godsbeeld”, โ€œDat was vroeger, maar gebeurt nu niet meerโ€ of: “Dat gebeurt alleen in andere kerkenโ€. Alsof erkenning van geestelijke schade voelt alsof er iets heiligs wordt bedreigd.  

Maar zwijgen beschermt het geloof niet. Het beschermt vooral de bestaande orde. 

Buiten de kerkmuren 

Ondertussen groeit buiten kerkelijke muren een groep mensen die geen taal vindt voor wat zij heeft meegemaakt. Mensen die hun geloof soms wel en soms niet verloren, maar de angst hielden. Mensen die de kerk verlieten, maar niet de innerlijke spanning. Mensen die zich jarenlang afvroegen waarom niemand benoemde wat er met hen gebeurde. 

Juist daarom is het opvallend dat veel van deze gesprekken inmiddels buiten de kerk plaatsvinden: bij coaches, psychologen, lotgenotengroepen en online platforms zoals dogmavrij.nl. Niet omdat mensen per se van geloof af willen, maar omdat zij ergens woorden zoeken voor ervaringen die binnen hun eigen omgeving moeilijk bespreekbaar bleken. 

Een belangrijke vraag lijkt me dan ook: wat gebeurt er met een geloofsgemeenschap wanneer degenen die beschadigd raken hun verhaal vooral buiten de gemeenschap kwijt kunnen?ย 

Van herders wordt niet gevraagd dat zij perfect zijn. Wel dat zij luisteren wanneer schapen pijn hebben. Ook wanneer die pijn mede veroorzaakt werd door overtuigingen, structuren of vormen van geestelijk gezag binnen de eigen kring. 

Want geloof dat geen ruimte meer heeft voor zelfonderzoek, loopt het risico zichzelf belangrijker te gaan vinden dan de mensen die het zegt te dienen.  

Waar zijn de herders?

Het boek Mantel van angst gaat over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma. Het toont aan de hand van tientallen casussen hoe dit kan ontstaan, wat de gevolgen kunnen zijn en hoe het te voorkomen is. Momenteel is het te koop voor de actieprijs van 16,99. Vanaf 16 mei zal dit weer 23,99 zijn.


Ontdek meer van Dogmavrij

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

About Inge Bosscha

-Voorlichter over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma -Initiatiefnemer van platform www.dogmavrij.nl en kennisbank www.religieustraumasyndroom.com -Auteur van Mantel van angst (2024, KokBoekencentrum/VBK media) -Aandachtig, openhartig en verbindend

4 Responses

  1. Anneke Bakker

    Wat mooi verwoordt Inge.
    Zo waar
    Wat je schrijft raakt mij erg.
    Precies de door de pijnplek.
    Vaak, heel vaak wordt het verloren schaap niet gezocht.
    Verloren door hun toedoen.
    Als je hier iets over loslaat ben je ook nog een nestbevuiler.
    Dat ook nog eens.
    Nog een schuldgevoel er bij.

  2. Ype Akkerman

    Het is trekken aan een dood paard, zoals je terecht zegt. Waarom zoveel geestelijke leiders niet reageren? Ze zijn dat dode paard, vandaar.

    Dat dit soort gesprekken vooral buiten de gelooifsgemeenschap plaatsvindt is niet anders. En maar beter ook.

    Mijn advies, blijf paarden fluisteren waar nog leven in zit. Is veel plezieriger en bevredigender ook. We leven toch niet om moeilijk te doen?

  3. Hans van der Waal

    Moest ik weer zo’n klootzak tegen het lijf lopen!

    Ik ben 83 en heb mijn hele leven een pleuris hekel aan religies en vooral dominees. Ik was ernstig gevallen op de tramhalte Circus Theater in Den Haag, Bij het uitstappen van de tram was ik door mijn linkerbeen gegaan. En lag ik daar heel alleen er was verder niemand en de tram was al weg op die tramhalte. En kon me nergens aan vastpakken om me op te trekken en kon ook niet meer bewegen. Gelukkig had een Engels sprekende man vanuit zijn flat mij zien vallen en kwam vanuit zijn huis naar de tramhalte gerend en vroeg me buiten adem een paar dingen en belde 112 en de politie. Het politie bureau is vlak bij de tramhalte en er was zo hulp. En op zo’n moment wordt je geconfronteerd met hoeveel aardige mensen er nog in deze wereld zijn. Deze man natuurlijk -ik zal zijn identiteit waarschijnlijk nooit achterhalen- maar ook de politieagenten, de broeders van de ambulances de mensen op de eerste hulp in het Westeinde. Gelukkig niets gebroken maar wel zware kneuzingen aan knie en heup-zware hamstring blessure-. Vandaar naar een verpleeghuis ook weer een hoop aardige verplegende en mede bewoners. Er was echter 1 mede bewoner waar ik me enorm aan irriteerde. Een gedistingeerde heer die toch redelijk op uiterlijk vriendelijke wijze maar in wezen zeer autoritair het hoogste woord voerde. Op een dag had ik het ongeluk, dat hij bij mij aan tafel werd geschoven door de verpleging. Hij had de gewoonte om iedereen luidkeels te bevragen in een soort standaardriedeltje over zijn leven en daar dan over zijn koninklijke hoogheidscommentaar op te geven. Zo ook bij mij ik gaf hem keurig antwoord maar vroeg aan hem, maar wat heb jij eigenlijk in je leven gedaan. Raad eens zei hij ik antwoorde met bankier of advocaat. Nee zei die mis -dominee-. Was helemaal niet in me opgekomen, want in mijn wereldje bestonden die niet meer. Ik zei tegen hem zat ik er niet veel naast, want net als die andere twee verkoop jij ook gebakken lucht. Nou toen waren de rapen gaar. Hij zei op luide toon ik concludeer u bent dus niet gelovig. Integendeel ik ben zeer gelovig, ik geloof absoluut in God en heb meerdere malen per dag gesprekken met hem. Maar ik moet helemaal niets van religies en dominees hebben welke naam ze ook mogen hebben, ik haat die lui. En de bijbel dan vroeg die ik zeg een gedateerd sprookjesboek, dat x keren door pausen en andere machtshebbers is herschreven en x keren bewust verkeerd is vertaald. Nou toen kwam Pasen ter sprake. Ik zeg dat vier ik niet. Ik ga geen misdaad vieren, want die kruisiging was een afschuwelijke misdaad waar in het verhaal door mensen een wonderlijke draai is aangegeven. Maar geen enkele vader staat toe, dat zijn kind zo afschuwelijk moet lijden en zo afschuwelijk ter dood wordt gebracht. Het is allemaal je reinste bullshit. Dat vond ik als kind van zes -zeven jaar al toen ik door mijn moeder naar de zondagsschool werd gestuurd en al die onzin moest aanhoren. Ik ben twee keer geweest en toen zei ik, ik ga nooit meer deze onzin wil ik nooit meer horen. Nou de mattenklopper stond al weer klaar om me in het gareel te krijgen. Maar gelukkig greep mijn vader in en zei die jongen heeft groot gelijk en hoefde ik niet meer te gaan. Helaas kan je dominees, pastoors en imams niet altijd ontlopen en worden ze bij tijd en wijle weer op je pad geflikkerd Ook zo deze man die zich allengs aan mij openbaarde als een huigelachtige en schijnheilige klootzak. En ik dacht terug aan de typeringen van Erasmus in zijn boek “Lof der Zotheid” en prijs me gelukkig dat ik dankzij mijn vader aan de martelingen van dit soort onwaarachtige lieden ben ontsnapt.

    In Lof der Zotheid (1511) levert Erasmus felle kritiek op geestelijken, die hij beschouwt als dwazen die zich obsessief bezighouden met uiterlijke schijn in plaats van oprechte vroomheid. Hij hekelt monniken en theologen om hun ijdele regels, gebrek aan religiositeit, en hun “domme” uiterlijke rituelen.Kernpunten van Erasmus’ kritiek op geestelijken:Obsessie met uiterlijkheden: Erasmus drijft de spot met de minutieuze aandacht van monniken voor onbelangrijke zaken, zoals de kleur van gordels, de breedte van pijen en de precieze afmeting van tonsuren.Gebrek aan echte vroomheid: Hij stelt dat velen die zich “religieus” noemen, verre van vroom zijn en het ware christendom niet begrijpen.Theologen als betweters: Theologen worden afgeschilderd als mensen die ingewikkelde, nutteloze vragen stellen en de eenvoudige boodschap van de bijbel vertroebelen.Verwaarlozing van het evangelie: Priesters en monniken worden ervan beschuldigd dat zij meer waarde hechten aan hun eigen regels dan aan de inhoud van het evangelie.

  4. Analyse van het artikel van Inge, mooi gedaan Inge.
    De kern van het artikel draait om de observatie dat er een pijnlijke stilte heerst onder kerkelijk leiders (de “herders”) wanneer het gaat om de schadelijke kanten van religie. Inge Bosscha beschrijft hoe zij herhaaldelijk probeert de dialoog aan te gaan โ€” bijvoorbeeld in vakgroepen voor predikanten of op platforms zoals Theologie.nl โ€” maar dat daar nauwelijks respons op komt.
    Vermijding als overlevingsmechanisme: Mensen (zowel Herders als gelovigen) kijken liever weg van onrecht of pijn (veroorzaakt door het Godsbeeld) omdat het oncomfortabel is. Bosscha noemt dit een “roze bril” die wel werkt (het geeft tijdelijk rust), maar niet helpt (het lost het probleem niet op).
    In veel opzichten is de “crisis van de herders” die Inge Bosscha beschrijft, direct terug te voeren op het geรฏndoctrineerde Godsbeeld dat zij (en hun dogmaโ€™s/tradities) hanteren. Een “reset” van hun Godsbeeld naar de werkelijkheid zou een fundamentele oplossing kunnen bieden, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
    Hoe een veranderd/werkelijk Godsbeeld het probleem van de “stille herders” zou kunnen oplossen?
    Door onderzoek en acceptatie omtrent de werkelijke aard, karakter en persoonlijke / psychologische eigenschappen/daden van hun God Yahweh uit de bijbel (het boek toont alles).
    Van een Almachtige Liefhebbende God die โ€œGrootโ€ zou zijn naar een Kwetsbare God der Legerscharen de Militaire Opperbevelhebber die alles behalve liefdevol blijkt te zijn.
    Veel herders houden vast aan een Godsbeeld van absolute controle, onveranderlijkheid, morele perfectie en liefde, bij God is alles mogelijk. Als God “perfect” is, moet Zijn instituut (de kerk, de herder) dat ook zijn. Kritiek op de kerk/Herder voelt dan als kritiek op God zelf.
    โ€ข De Reset: Als de herders God zouden zien als een Militaire Opperbevelhebber, iemand die verantwoordelijk/aanwezig is in: angst, geloof stress, kerkpijn, emotioneel en fysisch lijden, twijfel en gebrokenheid, oorlogen etc. kortom het menselijke lijden wat omschreven staat in het boek waar Yahweh de veroorzaker van is, dan hoeven de herders de schone schijn niet meer op te houden. Kwetsbaarheid, pijn, lijden, dood etc. wordt dan geen zwakte of eindpunt c.q. MACHTSMIDDEL, maar een โ€œgoddelijkeโ€ eigenschap het is Yahweh zelf die dit allemaal veroorzaakt, de herders zijn het verlengstuk/middel van communicatie.
    Dit is een fascinerende en bijna provocerende “omkering” van het traditionele godsbeeld. Waar we normaal gesproken proberen God te redden van het kwaad door hem “liefdevol” te noemen (en daarmee de schuld van het lijden bij de mens te leggen), toont de bijbel dat God rechtstreeks verantwoordelijk is voor het volledige spectrum: de Militaire Opperbevelhebber die ook de duistere kanten van het bestaan aanstuurt.
    Als we deze feiten doortrekken, kunnen we de volgende elementen toevoegen aan deze “Reset”:
    1. De Herder als “Veldhospitaal-arts” In het huidige model (God is liefde/perfect) moet de herder doen alsof er geen oorlog is, of dat de gewonden zelf schuldig zijn aan hun letsel.
    โ€ข De Reset: Als God de Opperbevelhebber is die de strijd (het leven met al zijn pijn) verordent, dan verandert de kerk in een frontlinie-hospitaal. De herder hoeft niet meer te verklaren waarom er gewonden vallen; hij hoeft alleen nog maar de wonden te verbinden. De focus verschuift van “verdedigen van de Generaal” naar “zorgen voor de troepen”.
    2. God als de “Auteur van het Conflict” In de Bijbel (vooral in het Oude Testament) zien we vaak een God die zegt: “Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het kwaad/onheil” (Jesaja 45:7) of God zelf zegt: Ik dood … ik verwond … ik zal mijn pijlen dronken maken van bloed, en mijn zwaard zal vlees verslinden. Deuteronomium 32: 39-42.
    โ€ข De Toevoeging: Door God te zien als de Opperbevelhebber die zowel de overwinning als de nederlaag bestuurt, een God die dood en verwond, erken je dat lijden, verwonding en dood onderdeel is van het goddelijk ontwerp, en niet een fout in het systeem. Dit haalt de morele druk bij het slachtoffer weg. Het lijden, verwonding en dood is geen “straf” of “gebrek aan geloof”, maar simpelweg een gevolg van de strijd waarin God ons geplaatst heeft. (gedachte en mindset van een gelovige).
    3. Solidariteit in de Loopgraven, Als God een “kwetsbare Opperbevelhebber” is โ€” denk aan de generaal die zelf ook in de modder van de loopgraven staat om te doden โ€” dan is God aanwezig in de pijn in plaats van erboven.
    โ€ข De Toevoeging: Dit maakt God “menselijker” en toegankelijker. Een God die alles onder controle heeft maar toekijkt hoe mensen lijden, is onbegrijpelijk. Een God die zelf dood en de wonden van de oorlog draagt (zoals gesuggereerd in het beeld van de lijdende Christus), creรซert een band van kameraadschap. De herder is dan een “mede-soldaat” in plaats van een morele leraar.
    4. Het einde van de “Cognitieve Dissonantie” De grootste pijn in de kerk ontstaat vaak door de kloof tussen de leer (“God is liefde”) en de realiteit (“Mijn leven is een hel veroorzaakt door het Godsbeeld”).
    โ€ข De Toevoeging: Mijn reset heft deze dissonantie op. Je hoeft niet meer te liegen tegen jezelf. Als het leven zwaar is, past dat binnen het beeld van de Opperbevelhebber die een zware missie heeft uitgezet. Dit geeft een vreemde soort rust: de rust van de erkenning van de rauwe werkelijkheid.
    Waarom dit voor de Herders een bevrijding is: Als de herders deze militaire, “noodzakelijk wrede moordende” of “ondoorgrondelijke” God accepteren, verdwijnt de noodzaak om advocaat van God te spelen.
    โ€ข Ze hoeven God niet meer te verdedigen. Ze hoeven het instituut niet meer als “vlekkeloos” te presenteren. Ze kunnen eindelijk eerlijk zeggen: “Dit is verschrikkelijk, en ja, dit hoort blijkbaar bij de weg die we gaan.”
    Het transformeert de herder van een PR-functionaris voor de hemel naar een overlevingsgids op aarde.
    Deze “Opperbevelhebber-reset” brengt het risico met zich mee dat mensen zich afwenden van zo’n God, dat zou normaal zijn gezien de staat van dienst van Yahweh, omdat de troost van de “Liefhebbende Vader” dan wegvalt, de rauwe waarheid volgen is meer troostrijk dan een mooie leugen!
    Wanneer het Godsbeeld sterk leunt op oordeel en “binnen of buiten de boot vallen”, ontstaat er een angstcultuur. Herders worden dan controleurs van de leer in plaats van verzorgers van de ziel.
    Soms zien herders zichzelf (onbewust) als de aardse vertegenwoordigers van een autoritaire God. Dit creรซert een enorme machtsasymmetrie. Als een schaap pijn heeft door het systeem, voelt de herder zich aangevallen in zijn identiteit.
    De hindernissen voor deze reset
    Hoewel een reset de oplossing lijkt, is het voor herders vaak een existentiรซle dreiging:
    โ€ข Loyaliteit: Ze zijn vaak opgeleid en worden betaald door instituten die dat oude Godsbeeld bewaken.
    โ€ข Identiteit: Als hun beeld van God verandert, stort hun hele wereldbeeld (en carriรจre) vaak in. Dit wordt ook wel een “deconstructie” genoemd.
    โ€ข Angst: De stilte waar Bosscha over schrijft, is vaak pure angst om de controle te verliezen.
    Conclusie
    Een reset van het Godsbeeld zou het fundament onder de “kerkpijn” weghalen. Het zou de herders transformeren van bewakers van de waarheid naar metgezellen in de gebrokenheid. Het probleem is echter dat veel herders niet weten wie ze zijn zonder hun huidige Godsbeeld; ze zijn zelf ook een gevangene (slachtoffer) van het systeem dat ze proberen te dienen.โ€ข De Zekerheid: Er zou geen noodzaak zijn voor tussenpersonen (Herders, priesters, imams, rabbi’s). Als de waarheid universeel en voor iedereen direct toegankelijk zou zijn, vervalt de machtsbasis van religieuze instituten. Bidden zou niet meer nodig zijn. Als Yahweh direct zou communiceren, zou de waarheid evident (voor de hand liggend) zijn. Er zou geen interpretatie nodig zijn van welke religie dan ook. Een goddelijke wet zou net zo feitelijk en onbetwistbaar zijn als de zwaartekracht. Niemand discussieert over de “juiste leer” van de zwaartekracht; je valt gewoon naar beneden. Religieuze verdeeldheid bewijst dat de bron (de tekst) niet eenduidig is, wat wijst op een menselijke oorsprong. De enorme variรซteit aan kerkelijke hiรซrarchieรซn is het bewijs dat mensen structuren bouwen rondom hun eigen interpretatie van de leegte. Het is niet voor niets dat de Paus en zijn organisatie zo enorm rijk is. Mensen wordt wakker het KRUIS is de grootste marketing strategie in deze wereld. In mijn redenering stel ik dat religies claimen een “universele metafysische waarheid” te bezitten (รฉรฉn God, รฉรฉn leer). Echter, de geschiedenis laat zien dat mensen fysieke teksten gebruiken en die via interpretatiemethoden (zoals Pesher) ombuigen naar hun eigen metafysische claims.
    Groet John Mieras

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.