Geloofsstress

Ja! Dit is het!! Een geweldige eureka-ervaring overviel me zomaar tijdens een gesprek. We hadden het over een artikel over kerkpijn, dat in het RD had gestaan. In dat artikel gaat het vooral over kerkpijn naar aanleiding van wat iemand is aangedaan binnen een geloofsgroepering. Niet over wat iemand is aangeleerd. Ik wilde dat benoemen en zei: โ€˜maar je hebt natuurlijk ook nog de gevallen waarbij iemand stress heeft door de leer, dus naar aanleiding van wat iemand gelooft, zeg maar geloofsstress…ยดHet woord rolde er spontaan uit. Het gesprek kabbelde gewoon verder, maar ergens in mijn achterhoofd hoorde ik schallende cimbalen en maakten grijze cellen een vreugdedans: dit is het woord dat ontbrak!  

Taal voor wat moeilijk te zeggen is 

Eรฉn van de redenen waarom praten over ‘wat iemand is aangedaan of aangeleerd binnen een geloofsgroepering en wat dit tot gevolg heeft’ zo lastig is, is omdat het ons ontbreekt aan taal. Dat merkte ik toen ik ruim 10 jaar geleden over mijn eigen ervaringen begon te schrijven op www.dogmavrij.nl. Als ik het bijvoorbeeld had over de kerk, dan ging het altijd over mijn belรฉving van de kerk. Of van wat ik daar had geleerd. Of meegemaakt. En de impact die dat nog altijd had. Maar hoe noemde je dat? Waar had ik dan feitelijk last van?  

En toen duizenden kerkgangers en kerkverlaters mij vertelden over hun persoonlijke ervaringen en ik steeds meer verbanden zag, waar keek ik dan feitelijk naar? Waar gingen die terugkerende thema’s nou eigenlijk over? Hoe noemde je waar we allemaal mee worstelden?  

Religieus Traumasyndroom 

Toen ik de term Religieus Traumasyndroom (RTS) ontdekte in het boek Leaving the Fold van Marlene Winell, was dat al een opluchting. Het heeft een naam! De naam klonk zwaar, maar toch, er zijn wel degelijk mensen die รฉcht getraumatiseerd zijn geraakt door hun religieuze opvoeding. En ik wilde dat daar meer aandacht voor kwam. Dus maakte ik een tweede website die ik www.religieustraumasyndroom.com noemde. En inderdaad, de term kreeg meer bekendheid.  

Op deze RTS-site staan onder andere lijsten met klachten die je kunt ervaren naar aanleiding van bepaalde aspecten van de leer en door hoe er soms met je is omgegaan binnen geloofsgroeperingen. Ik gaf aan dat slechts in uitzonderlijke gevallen we spreken van een trauma. Maar er waren veel mensen die zichzelf herkenden in het beschrevene en die vervolgens meenden dat ze RTS hadden. De erkenning deed hen goed. Er was een woord voor hun klachten! Maar klopte dat woord wel?  

Ik bleef ermee worstelen. Religieus trauma is zonder twijfel iets dat bestaat. Maar niet iedereen met klachten of stress heeft een trauma, ook daar bestaat geen twijfel over. Maar wat hadden zij dan? Een lichte vorm van RTS? Dat zou suggereren dat duizenden mensen een bรฉรฉtje een trauma hadden door de kerk. Dat leek me net zo sterk als dat iemand een bรฉรฉtje zwanger is.  

Kerkpijn 

Een paar jaar geleden kwam – mede dankzij Mariรซt Baaij – het woord kerkpijn steeds vaker in beeld, ook in de media. En ik merkte dat het aansloeg. Mensen wisten vaak meteen wat ermee bedoeld werd. Een heel goed woord dus! Het afgelopen jaar heb ik het zelf ook steeds vaker gebruikt. Het dekte de lading. Deels. 

Want ik merkte dat er nog iets ontbrak. Gesprekken over kerkpijn gaan vrijwel altijd over wat iemand is aangedaan en hoe mensen met elkaar zijn omgegaan, bijvoorbeeld rondom pastoraat en kerkelijke tucht. Ook het eerdergenoemde artikel in het RD heeft deze insteek. Terwijl ik juist in heel veel verhalen hoor dat mensen last hebben van wat hen is aangeleerd.  

En precies dat deel wordt gevangen door het woord geloofsstress.  

Geloofsstress 

Geloofsstress is de spanning die ontstaat wanneer (aangeleerde) overtuigingen leiden tot innerlijk conflict, angst en/of onderdrukking van de persoonlijkheid.ย ย 

Kortgezegd: geloofsstress = innerlijke spanning die ontstaat door overtuiging.ย 

Geloofsstress is iets anders dan religiestress. Dat laatste heeft vaak betrekking op een bredere, maatschappelijke context, zoals het spanningsveld dat kan ontstaan bij religie op het werk, religie in de politiek en religie in de samenleving.  

Geloofsstress gaat echt over iemands persoonlijke beleving.  

Geloofsstress in de praktijk 

Hieronder volgen enkele voorbeelden van hoe geloofsstress er in de praktijk kan uitzien. 

โ€˜Ik begreep nooit hoe het kon dat klasgenoten zich zo enthousiast op nieuwe dingen stortten. Hoe wisten ze dat het van God was? Vertrouwden ze daar gewoon op? Was hun geloof groter dan het mijne? Of waren ze vergeten dat dingen ook van de duivel konden zijn? Moest ik hen waarschuwen? Ik had elke dag zo veel stress. Soms had ik daar zoโ€™n buikpijn of hoofdpijn van dat ik niet eens naar school kon.โ€™ โ€“ Emiel 

โ€˜En natuurlijk was daar dan het verhaal van de verlossing van al onze zonden. De Here Jezus, die daarvoor gekruisigd en nedergedaald ter helle was. Maar als ik eerlijk ben, hielp dat niet echt mee om me minder schuldig te voelen. Aangezien dit enorme offer ook nog eens mรญjn schuld was, omdat het was vanwege mรญjn zonden. Verschrikkelijk vond ik dat. Mijn ouders zeiden dan dat God nu met een gouden bril naar mij keek. Zonder het offer van Jezus zag God alleen maar zwart als Hij mij zag, maar nu, dankzij het offer, zag Hij goud. Dat kwam niet door mij, maar doordat Jezus als een soort bemiddelaar tussen mij en God in was gaan staan. God zag dus eigenlijk Jezus. Nog steeds had al het goede niets met mij te maken. Ik was nu als zesjarige ook nog verantwoordelijk voor de dood van een man. Nee, dat hielp beslist niet.โ€™ โ€“ Cora 

โ€˜Toen ik op mijn werk gepest werd, heb ik daar niks van gezegd, tegen niemand. Hoe kon ik in vredesnaam boos worden als ik altijd vriendelijk moest zijn? Ik geloofde dat ik dit moest verdragen. Niet klagen, maar dragen en bidden om kracht.โ€™ โ€“ Arend 

โ€˜God zal het doen. Wacht maar af. En ik tuurde mijn leven af, op zoek naar signalen en knipogen van God. Dat kon werkelijk van alles zijn. Ik was altijd bang dat ik aanwijzingen zou missen of negeren. Ik herinner me een voortdurend aanwezig gevoel van falen.โ€™ โ€“ Leen 

โ€˜Het voelde altijd alsof ik een achterstand had. Niet alleen was ik opgegroeid in een subcultuur met specifieke regels en gebruiken, maar ook in mijn persoonlijkheidsontwikkeling leek ik anders te zijn. Ik was niet in balans. Gaf de ander veel meer ruimte dan mezelf. Ik had niet geleerd om gelijkwaardig te zijn, niet geleerd om te luisteren naar mijn eigen behoeften en niet geleerd om mijn grenzen aan te geven. Je kon met mij sollen. Achteraf begrijp ik dat dit het gevolg is geweest van opgegroeid zijn met het idee dat jezelf wegcijferen het beste was wat je als goede christen kon doen. Het draaide niet om jou, maar om de ander. En vooral om de Ander met een hoofdletter, om God.โ€™ โ€“ Jenny 

โ€˜Elke keer als ik iets leuk of goed van mezelf vond, raakte ik in paniek. De duivel wilde natuurlijk dat ik zo dacht! Hij wilde niets liever dan dat ik op een dag zou gaan geloven dat ik het offer van Jezus helemaal niet nodig zou hebben. Zodra ik dat zou denken, was ik verloren.โ€™ โ€“ Wies 

โ€˜Als God wilde dat ik zou trouwen met een jongen die me niet zo leuk leek, was ik er niet gerust op dat ik God dan zou gehoorzamen. Ik was bang dat God plannen met mijn leven had die mij maar niks leken. En dat ik dan een andere weg zou inslaan, bij God vandaan. Dus trainde ik mezelf om dingen te doen die ik niet leuk vond, puur vanwege de angst dat ik God zou verlaten. Nog altijd heb ik moeite om te doen wat ik wil. Daar zit een enorme rem op. Als ik iets doe wat ik leuk vind, voelt dat alsof ik iets verkeerds doe.โ€™ โ€“ Joselien 

Bovenstaande citaten komen uit het boek Mantel van angst, als religie onderdrukt, beschadigt of traumatiseert (2024, VBK Media/ KokBoekencentrum). Het voelt raar dat ik nu pas woorden heb gevonden om aan te geven waar dit boek โ€“ dat ik notabene zelf schreef – over gaat: over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma.  

Positief 

Geloof en stress kunnen ook op een helpende manier met elkaar verbonden zijn. Veel mensen ervaren hun geloof juist als een bron van steun en kracht tijdens stressvolle perioden. Daar wil ik uiteraard niks aan afdoen. Ik vind het juist mooi om te zien dat geloof een positieve uitwerking kan hebben op mensen. Ik denk dat wanneer we beter begrijpen wat er soms misgaat, we ook beter kunnen voorkomen dat dit gebeurt.  

Waarom het ertoe doet 

Geloofsstress is geen zeldzaam fenomeen. Veel mensen dragen restspanning uit hun religieuze opvoeding met zich mee. Deze spanning kan invloed hebben op relaties, werk, identiteit en gezondheid. Door het te benoemen, kunnen we het herkennen en bespreekbaar maken. Zo ontstaan inzichten die nodig zijn voor herstel en preventie.  

Geloof mag geen bron van stress zijn, maar zou juist moeten bijdragen aan de verlichting daarvan. 

Meer lezen  

www.dogmavrij.nl โ€“ Persoonlijke ervaringen en (gast)blogs over de impact van een geloofsopvoeding. 

www.religieustraumasyndroom.com โ€“ Kennisbank over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma. 

Mantel van angst โ€“ Verkrijgbaar via de meeste boekhandels en bibliotheken. 


Ontdek meer van Dogmavrij

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

About Inge Bosscha

-Voorlichter over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma -Initiatiefnemer van platform www.dogmavrij.nl en kennisbank www.religieustraumasyndroom.com -Auteur van Mantel van angst (2024, KokBoekencentrum/VBK media) -Aandachtig, openhartig en verbindend

1 Response

  1. Mooi geschreven Inge, luid en duidelijk. Inge je schreef:
    Positief :
    Geloof en stress kunnen ook op een helpende manier met elkaar verbonden zijn. Veel mensen ervaren hun geloof juist als een bron van steun en kracht tijdens stressvolle perioden. Daar wil ik uiteraard niks aan afdoen. Ik vind het juist mooi om te zien dat geloof een positieve uitwerking kan hebben op mensen. Ik denk dat wanneer we beter begrijpen wat er soms misgaat, we ook beter kunnen voorkomen dat dit gebeurt.

    Hier wil ik even op inhaken: Geloof kan een positieve uitwerking hebben op mensen, Inge vindt het mooi om die wisselwerking te zien en dit te ervaren echter de gelovige heeft onder invloed van derden en of vanuit zijn opvoeding een denkbeeldige wereld van cirkelredeneringen in zijn denkpatroon en hersenen gecreรซerd waarvan hij of zij denkt dat dit de waarheid is en de weg is naar eeuwig leven. Het staat toch in de bijbel zeggen ze dan. Deze god of Jezus bestaat alleen in zijn gedachtewereld. Hoe zal deze persoon reageren als hij of zij eenmaal gaat onderzoeken en begrijpen dat al datgene hem of haar is aangeleerd (geรฏndoctrineerd) niet waar is of niet waar kan zij. Hoeveel goden heeft de mens in haar historie al aanbeden? Heeft een gelovige christen eigenlijk wel eens een grondig onderzoek gedaan naar Jezus, God en de bijbel?
    Met andere woorden, deze wisselwerking waar Inge het over heeft is gewoon een emotionele reactie van de menselijke hersenen en zijn gevoelsleven omdat ze allemaal hetzelfde denken. Hoe gaat het menselijke brein van deze gelovige reageren als een familielid, vriend of wie dan ook niet meer naar de kerk gaat en niet meer in deze god of Jezus geloofd? Juist, dan zien we de uitsluiting en hoor je niet meer bij dezelfde club. Mensen ga op onderzoek uit, hoe kan iemand geloven en de verzekerde verwachting aanvaarden van dingen die niet worden gezien of bestaan? Cirkelredenering van Paulus Hebr.11:1. niet รฉรฉn van deze dingen kan worden bevestigd als waar. Groet John

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.