Massahysterie, stress, overconsumptie, dierenleed, religie- en relatiestrijd, melancholie, verplichte gezelligheid, eenzaamheid… Joepie, het is weer bijna kerst.
Als kind vond ik kerst een prachtig feest. Ik merkte weinig van de kou, die via mijn hagelwitte maillot in mijn benen kroop, wanneer ik met mijn ouders, broertjes en zusjes in het donker vanuit ons dorpje naar de kerk in de stad fietste. Ik keek mijn ogen uit naar de lichtjes overal en ik genoot van de magie die in de lucht leek te hangen. Ik voelde grote vreugde in mijn hart, want dit was het belangrijkste feest van het jaar. Dat Jezus mens was geworden, om later voor onze zonden aan een kruis te sterven, betekende onze kans op verlossing van het eeuwige branden in de hel. Ik hield zielsveel van Jezus en luisterde gretig naar de verhalen uit de bijbel, waarbij ik het altijd een beetje te doen had met die ezel, die het gewicht van een hoogzwangere vrouw moest dragen.
Tijdens een speciale kinderkerstdienst werd er altijd een verhaal verteld dat niet uit de bijbel kwam, maar wel een hoog drama- en evangelisatie-gehalte had. Achteraf denk ik, me enkele bloederige details herinnerend, dat deze verhalen toch niet echt geschikt voor kinderen waren, maar toen vond ik het prachtig. We zongen samen liedjes, waarop we al weken gerepeteerd hadden, en we mochten om de beurt een tekst opzeggen in een grote microfoon. Ik weet de mijne nog:
“De Heer liet lang wachten.
Toen klonk met luide stem:
‘U kunt al gauw verwachten
Gods Zoon in Bethlehem.’”
Na afloop was er voor elk kind een boekje, een mandarijn en een kerstkransje en thuis kregen we warme chocolademelk met slagroom. We aten extra lekker, er brandden kaarsjes en we deden spelletjes. Kerst was gezellig en ongecompliceerd.
Er was nog die vanzelfsprekende saamhorigheid. We geloofden en vierden allemaal hetzelfde. Kerst was duidelijk, overzichtelijk en vooral heel erg feestelijk.
Dat werd anders toen ik anders ging geloven.
Ik heb nog lang geprobeerd om met kerst toch nog iets te vieren, door intens te zoeken naar de diepste betekenis die het kerstverhaal voor mij had. Ik stuurde zelfgemaakte kerstkaarten. Ik maakte verfafdrukken van het handje van mijn toen 1-jarige zoontje en schreef erbij “MENS. Als wij.” Fascinerend vond ik dat, dat juist dat mens worden van God in het christelijke kerstverhaal centraal stond. Ik zag daarin een oproep om zelf ook menselijker te worden, om ECHT te zijn, echt te voelen. Ik was toen in therapie, waar ik dat voelen leerde, en dit thema raakte me tot op het bot. Het was mijn manier om me met mijn christelijke familie te blijven verbinden.
Maar dat werd steeds moeilijker toen ik niet meer wist of Jezus überhaupt wel bestaan had. Mijn kerstverhaal focuste zich toen op de overwinning van het licht op het duister, de zonnewende.
Nog weer later werd het meer een tijd van compassie, van stilstaan bij anderen, door te delen en te investeren met tijd en aandacht, in mensen die daar veel te weinig van krijgen.
Maar de magie van kerst was verdwenen. En ik weet dat dit bij volwassen worden hoort en dat iedereen een soortgelijk proces doormaakt.
Tegelijk ken ik de verhalen van mede-‘afvalligen’, die zich ontheemd voelen tijdens de kerstdagen. Ze zijn soms niet eens meer welkom bij hun gelovige familie. Of ze voelen in zichzelf dat ze niet meer mee willen doen met een feest waar ze niks meer mee hebben. Soms voelen ze zich verplicht en wringen zichzelf voor de lieve vrede in een knellend keurslijf, om zo de kerstdagen met hun christelijke familie door te brengen.
Eenzaamheid onder afvalligen kan juist met kerst groot zijn.
Vanuit de christelijke familie ervaren sommigen het signaal dat het hun eigen schuld is dat ze niet meer delen in die saamhorigheid en dat ze ook ‘gewoon weer kunnen gaan geloven’. Ze krijgen een kerstkaart met daarop een bijbeltekst en ‘Gods zegen’, ook al is men op de hoogte dat zij dit als kwetsend ervaren. Veel afvalligen voelen zich miskend en in de steek gelaten met kerst. Ze zijn welkom, mits ze zich aanpassen en niet laten weten hoe ze er echt over denken. Onderdrukt in wie ze werkelijk zijn, schuiven ze zwijgend aan of sluiten zich af, om de kerst elders of alleen door te brengen.
“Je bent welkom als je je aanpast.”
Waar is de gastvrijheid?
Waar is de Menselijkheid?
Waar is de ruimte om Mens te zijn?
Voel jij je eenzaam met kerst? Voel je je niet welkom zoals je bent? Voel je je miskend en afgewezen in je diepste zijn?
Weet dat je niet de enige bent. Velen lieten me al weten kerst de moeilijkste tijd van het jaar te vinden.
Je bent niet de enige met een knoop in je maag van de spanning.
Je bent niet de enige die zich ziek voelt van pijn en teleurstelling.
Je bent niet de enige die zich koud voelt van verdriet en miskenning.
Ook al weet ik dat het niet helpt, deze kaarsjes branden voor jullie.

