Gastblog van Esther Roest
Bonsaiboompje
Die knipbeurten noem ik de ge- en verboden, het machtsvertoon, de eis van gehoorzaamheid, maar ook de rake klappen die ik als kind kreeg, wanneer ik niet luisterde. Het waren volgens mijn ouders de dreunen in de juiste richting. KNIP! Ik leerde WAT ik moest denken en niet hoe ik moest denken. Ik leerde zeker niet hoe ik moest luisteren naar mijn gevoel, want: “dan kom je bedrogen uit”.
Ik leerde dat ik niet teveel en te luidruchtig mijn takken moest laten zien. Uit een soort bescheidenheid met een sausje van nederigheid. Komt het of bel ik wel gelegen? Ik leerde niet dat ik het verschil kon maken voor mensen. God en Onze Lieve Heer hadden het verschil gemaakt. Hij was voor onze zonden aan het kruis gestorven. Deze ‘zonden’ waren gewoon de normale ‘fouten’ die je als normaal mens maakte.
Fouten maken legde je dus bij de Heer neer en loste je niet op. Je ging de confrontatie niet aan, maar rende er eigenlijk voor weg! Een probleemoplossend vermogen hadden mijn ouders dan ook bijna niet. Ze liepen daardoor veelvuldig tegen een muur en liepen vervolgens vast. En zij niet alleen, maar ik, die hun voorbeeld volgde, ook. Ik kon als kind amper voor mezelf opkomen en was niet weerbaar. Ik had geleerd dat de buitenwereld niet goed, verdorven en vol verkeerde prikkels was en dat ik mij daartegen moest keren. Alleen de beschermde, dogmatische omgeving was goed. Maar eng (op meerdere manieren te interpreteren)!
‘A kingdom of isolation’
Let it go – Demi Lovato
Ik voel nog hoe ik voor het raam stond en snakte naar zuurstof, naar de wereld daarbuiten. Ik voelde instinctief dat daar meer lucht zou zijn. Ik fantaseerde daarover, maar fantasie was niet goed. Net zoals konijntjes geen kleertjes droegen, zo hoorde ik geen levendige fantasie te hebben. Nu weet ik dat dit mijn gevoel was, mijn kind zijn, mijn ontluikende creativiteit en vooral ook mijn spiritualiteit. Ik was een kind dat er uit wilde. Ik wilde niet die bonsai zijn.
Ik weet dat ik toen al een spiritueel wezen was, dat heel veel van nature aanvoelde, een soort helderwetendheid. Als ik iets bij mensen voelde of zag, zei ik dit ook. Dit werd natuurlijk helemaal niet geaccepteerd. Mijn gevoelens, die niets met God te maken hadden, zouden niet goed zijn en had ik voor me te houden. “Je zou zo maar mensen kunnen beschadigen.” Ik mocht mijn gevoelens niet laten zien en moest altijd oppassen wat ik zei. Ik moest zwijgen en vooral niet vragen waarom. “Ze houdt er niet over op” riep m’n moeder dan in paniek. ‘KNIP’! KRAK … gebroken tak!
Big Brother
Diepe, persoonlijke gevoelens telden niet mee. Je moest je richten op God! Seksuele gevoelens waren enkel voor in het huwelijk. Ik leerde dat ik mijn ‘driften’ moest inhouden, zelfs wanneer ik zou trouwen. God had ons verstand gegeven en daarmee onderscheidden wij ons van de dieren. God wist bovendien alles van me, elke gedachte, dus ook de ‘onkuise’, die zeker tot verdoemenis zouden leiden. Hij volgde me als Big Brother en het was dus oppassen met alles wat ik deed. Een gepaste straf zou mij wachten, wanneer ik mij voor HEM zou moeten verantwoorden. Dit werd mij ook vaak verteld wanneer ik als kind ongehoorzaam was. Niets bleef voor HEM verborgen. Was dit soms de betekenis van de bekende zin: “laat de kinderen tot Mij komen”?
‘Voelen’ ging alleen vergezeld door uitspraken als: ‘niet goedschiks, dan maar kwaadschiks’. “Kinderen konden niet denken, die moesten voelen als er een fout werd gemaakt”, hoorde ik ze een keer zeggen. Ik moest op mijn blote knieën vergiffenis vragen als ik ‘stout’ of ‘onhandelbaar’ was geweest. Het was oneerlijk. Het deed pijn. In de bijbel stond: “wie zijn kind liefheeft, spaart de roede niet”. Lief? Was dit liefde? Het was vernederend en had niets te maken met liefde of opvoeden. Ik was altijd degene die om vergeving moest vragen. En zij? NIETS!
Ik heb de laatste tijd veel gehoord en gelezen over kindermishandeling. Van mijn ouders mocht ik hun wijze van straffen nooit zo noemen, terwijl zij wel ‘aaah’ en oooh wat erg’ over mishandelingen door andere ouders zeiden, want dat werd (terecht) bestempeld als een ernstig vergrijp. Nee, zij waren niet die dronken, gefrustreerde, ordinaire, wereldse mensen. Nee, wat zij hadden gedaan, stond in de bijbel. De beroemde harde hand, dat was goed te praten, want dat zou me moeten helpen en naar God moeten leiden. En zonder dat er ooit meer echt over gepraat kon worden, werd alles onder ‘de mantel der liefde’ gestopt.
Rangeren
Jarenlang dacht ik dat mijn ouders vergif in mijn eten deden en dat ik daarom dat gevoel van ‘tegengehouden worden’ had. Maar het gif zat niet in het eten, maar tussen de maaltijd en het toetje. Dan werd de bijbel gepakt, met daarbij een dagboek van een dominee met teksten die mij nog meer angst aanjaagden en mij op het juiste spoor moesten houden. Achteraf zie ik pas dat deze dwang als gif was dat mij tegenhield gezond te ontwikkelen. Ik ben hoogsensitief en wilde zo graag mijn gevoel vertrouwen en mijn dromen volgen! Maar mijn moeder riep: “Als we alles zouden doen, wat we wilden, zou het een rommeltje worden!” En: “niet alles is voor je bestemd, daar besluit God over.” Weer moest ik mijn gevoel indammen.
Ik mocht niet naar mijn eigen diepe gevoelens luisteren, maar had wel altijd rekening te houden met hun gevoelens. “We zijn nu eenmaal zo” en “we bedoelen het goed” en daarom moesten we daar rekening mee houden. Dat er ook gelovigen waren waar de regels nòg strenger waren, moest ons dan maar tot troost zijn. Dit was al erg, maar het kon dus nog veel erger! Het leek wel of ze dit zeiden omdat ze misschien zelf wisten dat deze manier van leven niet normaal was. Althans, dat hoopte ik stiekem. Er werd in elk geval veelvuldig gezegd dat ze maar hele normale mensen waren.
Het rebelse kwam in me naar boven en in mijn pubertijd ontspoorde ik. Zo noemden ze dat. Mijn gevoelens waren leugens die ik verkondigde. Hun stempel, niet het mijne! Het ‘ontsporen’ was nodig. Het spoor waar ik op reed, bleek alleen maar een zichzelf herhalende, enge cirkel. En aangezien er geen wissel was om op te rangeren, moest ik wel ont-sporen om te worden wie ik nu ben: iemand die haar spoor nalaat in vrijheid! Terwijl mijn ouders zuchtten dat ik geen grenzen had, leerde ik eindelijk mijn grenzen kennen. En nog belangrijker: ik leerde op mezelf te vertrouwen!
Dogma-vrij!
Nu ik Dogma- vrij ben en geen contact meer heb met mijn ouders, is mijn leven getransformeerd. Ik weet nu dat wat ik voelde geen waanideeën waren. Ik vind veel herkenning op de website Dogmavrij, waar ik lees dat andere ouders hun afvallige kinderen ook beschuldigd hebben van het hebben van waanideeën. De rake klappen die ik heb gekregen, de streng beknotte bonsaiboom die ik ooit was, hebben me gevormd tot wie ik nu ben. Oké, er zal altijd een kerf in mijn identiteit zijn, maar mijn geschiedenis gaat door. Ik ben nu zelf moeder en ervaar dit als een pleister op de wonden van mijn jeugd.
Vergeving
Ik ben zo sterk geworden, dat ik in mijn werk mensen kan helpen het geluk óók te vinden in zichzelf. Ik kan nu goed omgaan met mijn verleden en merk dat het me inzichten geeft die ik ook kan gebruiken in mijn werk. Het was niet voor niets, want het heeft me gevormd tot wie ik nu ben!
Ik mag me met recht een ‘Happiness Expert’ noemen, de diepte heb ik gekend. Ik ben eindelijk uitgegroeid tot een grote, stevige boom, met diepreikende wortels en uitbundige bloei. Intellectueel, spiritueel, emotioneel, seksueel en sociaal ben ik gegroeid tot wie ik nu ben. Een persoon die een mening heeft over wetenschap, politiek, cultuur, geschiedenis, psychologie en seks en die bovenal vertrouwen heeft in het Goddelijke in haarzelf. Ik ben een zelfstandig denkend en gelukkig persoon geworden.
Wanneer bepaalde denkwijzen er letterlijk in worden geramd, wanneer je feitelijk geacht wordt een kopie te worden van je opvoeders, dan groei je op in een giftige leefomgeving. Dogma-vrij is voor mij vrijheid om te zijn wie ik ben, om te denken wat ik denk, mijn intuïtie te volgen en van mezelf te houden. Ik durf te dromen met mijn ogen wijd open, want ik heb vertrouwen gevonden. Niet in God, maar in mezelf! Wat mij heeft geholpen is de volgende repeterende zin:
“Ik ben wie ik ben, ik ben ‘authentiek’. Ik ben wie ik ben, ik ben ‘gevoelig’. Ik ben wie ik ben, ik ben DOGMA-VRIJ!”
Ik denk dat dergelijke uitspraken iedereen kunnen helpen. En dan kan je zelf je eigen passende, positieve kernwoorden invullen. Ik deed dit elke avond voor ik ging slapen en onderstreepte daarmee als het ware wie ik ben en nu eindelijk in vrijheid kan zijn.
© Esther Roest
Esther is HAPPINESS Expert en oprichtster van Glimz your life, waar ze met haar H.A.P.P.I.N.E.S.S. methode tools aanreikt om alles uit het leven te halen, om ook gelukkig te worden!
Ook een gastblog schrijven? >KLIK< voor meer informatie. 🙂

