Site icoon Dogmavrij

11. Angst voor de hel

Dit artikel maakt deel uit van een serie over aangeleerde, op religie gebaseerde, belemmerende overtuigingen en de mogelijke gevolgen die deze kunnen hebben. Doel van deze serie is: herkenning en erkenning. Doelgroep: (onbewust) betrokkenen /slachtoffers (zowel gelovig als niet meer gelovig), therapeuten en kerkwerkers. Deze serie laat bewust het waarheidsgehalte van de overtuigingen buiten beschouwing en zoomt enkel in op de mogelijke gevolgen. Deze mogelijke gevolgen zijn samengesteld aan de hand van meer dan 1000 reacties en mails van twijfelaars en (ex-)gelovigen. In dit artikel worden de meest genoemde en als ‘klachtengevend’ ervaren gevolgen besproken. Meer info over dit project: >KLIK<

Dit is deel 11. 

 

Angst voor de hel

 

Onder het filmpje de meer uitgebreide tekst.

 

Wanneer je tegen een kind zegt: “als je niet luistert, steek ik je in de fik”, wordt dit gezien als psychische mishandeling. Maar wanneer je tegen een kind zegt: “als je niet naar God luistert, moet je naar de hel”, wordt dit gezien als religieuze opvoeding. Terwijl de gevolgen in de vorm van angst en onveiligheid voor het kind hetzelfde kunnen zijn.

Er zijn veel mensen die verontwaardiging uiten over het opvoeden van kinderen met het idee van (en angst voor) de hel. Zij komen al snel met termen als ‘achterlijk’, ‘liefdeloos’ en ‘kindermishandeling’. En ik kan me deze verontwaardiging goed voorstellen. Ik wil echter graag een nuance maken, waarmee ik niets wil afdoen aan het feit dat kinderen werkelijk voor het leven getraumatiseerd kunnen worden wanneer ze angst voor de hel krijgen aangeleerd.

“De oorlog staat op uitbreken als twee kampen elkaar verwijten niet van hun kinderen te houden.”

Rosanne Hertzberger over het vaccineren van kinderen. Bron: tv-uitzending ‘M’, 21 aug. 2018 NPO 2

 

Kwetsbare, zorgeloze en naïeve kinderen hebben iets puurs en kostbaars. Geen enkele ouder zal het fijn vinden om een kind te moeten waarschuwen voor mogelijke gevaren, omdat daarmee de zorgeloosheid van het kind kan verdwijnen. Wie wil nou tegen een kind zeggen dat het niet met een vreemde mee mag gaan of dat er ongelukken kunnen gebeuren in het verkeer?

En toch zeggen ouders dit. Omdat ze niet willen dat hun kinderen iets vreselijks overkomt. Ouders maken gebruik van de beschermende functie die angst kan hebben. Zij doen dit uit liefdevolle motieven. Ze willen niet dat hun kinderen moeten lijden. Nee, ook orthodox gelovige ouders willen dat niet. Zij zijn niet minder liefdevol en ze zijn eveneens niet achterlijk. Ze beseffen zelfs heel goed dat je kinderen belast met verhalen over zonde, de duivel en de hel. ‘Geloofsopvoeding’ is niet voor niets een hot item bij christelijke ouders. Ze zullen over het algemeen heel zorgvuldig rekening proberen te houden met de leeftijd en gevoeligheid van het kind.

Het verschil met seculiere ouders is niet de mate van liefde voor het kind, maar de levensbeschouwelijke visie.

Soms hebben ouders zelfs geleerd dat alles wat zij zintuiglijk waarnemen minder waarheid in zich draagt dan de leer van de kerk. Mochten ze ooit iets horen of lezen dat tegen deze leer ingaat, dan geloven ze dat dit van de duivel is. Veel orthodox gelovigen menen dat de duivel niets liever heeft dan dat mensen niet in hem of in de hel geloven, want dat maakt dat ze zich van geen kwaad bewust zijn en argeloos in zijn val kunnen lopen.

De angst voor de hel, of hadefobie, kan zeer intens zijn en zelfs een angststoornis worden. Je kunt heftige nachtmerries krijgen. Met name kinderen hebben daarnaast ook te maken met hun sterke verbeeldingskracht. Een man schreef mij eens dat hij als jongetje regelmatig in zijn verbeelding zijn ongelovige buurmeisje had horen krijsen in de hel. Hij vertelde dat hij dit zo echt beleefde, dat hij daar nog altijd nachtmerries over heeft. Bron.

Vooral gevoelige, serieuze kinderen kunnen gekweld worden door angst. Ze denken soms veel na over de hel en leggen daarmee onbewust een angstnetwerk aan in hun hersenen. Ze associëren steeds meer zaken met de hel. Denk bijvoorbeeld aan: vuur, dood, maar ook: gestraft worden, boos kijkende ogen en alleen gelaten worden. Deze zaken kunnen als triggers worden. Het kan zijn dat wanneer een kind op school in de hoek moest zitten, het de nacht daaropvolgend een nachtmerrie heeft over de hel.

Angst voor de hel kan ook (opnieuw) ontstaan na een traumatische gebeurtenis, waarbij een nieuw angstnetwerk wordt gemaakt, dat relatief eenvoudig kan versmelten met de reeds bestaande angstnetwerken. 

Fysiek kan je last krijgen van verhoogde hartslag, verhoogde bloeddruk, zweten, misselijkheid, hyperventilatie en spierpijn vanwege de spanning in diepere spierlagen. Psychisch kan je een intens gevoel van dreiging ervaren, het gevoel dat je gevangen zit in naderend onheil waar je totaal geen controle over hebt en dat uit is op jouw vernietiging. Ook gevoelens van totale desolaatheid komen voor. En daarbij de lijdensdruk dat dit alles jouw eigen schuld is, maakt het haast ondraaglijk. Mensen kunnen depressief raken van angst voor de hel en zelfs een einde aan hun leven willen maken, maar dit – vanwege diezelfde angst-  niet durven (laten) uitvoeren, waardoor ze het gevoel kunnen hebben ‘levend dood’ te zijn.

Angst voor de hel kan zelfs tientallen jaren nadat men stopte te geloven in de hel, nog altijd de kop opsteken. Mensen kunnen op hun sterfbed een intense angst ervaren, maar ook kunnen nachtmerries plotseling voorkomen. Wanneer je in de angst terecht komt, activeert soms het volledige angstnetwerk dat daarmee verweven is en kunnen oude verhalen en gedachten opnieuw angst inboezemen. Ineens herinner je je dat God soms door dromen kon spreken. Wat nou als… deze nachtmerrie door God gezonden is en een aansporing is om je te bekeren? Een intense, kinderlijke angst kan het gevolg zijn.

Angst voelen betekent vooral dat je angstnetwerk actief is, dat er ‘angstlampjes’ oplichten in je hersenen. De bedrading daarvan komt onder andere uit je jeugd en hoeft niets te zeggen over je huidige toestand. Geconfronteerd worden met deze oude angst, kan je ook zien als een kans om de oude angstbedrading te leren herkennen en begrijpen. Als het je lukt om er met je volledige, zintuiglijke aandacht bij aanwezig te blijven, kan je zien hoe de angst eruit ziet die je als jong kind met je meedroeg. Door ernaar te kijken en door de angst te doorvoelen, kan je het bange kind dat je was en misschien nog altijd bent, erkenning geven, en langzaam maar zeker kalmeren en troosten.

Soms is het nodig om dit onder professionele begeleiding te doen. Traumatherapie kan hierbij zeker helpend zijn en raad ik van harte aan – in een vorm die jou aanspreekt – wanneer je last hebt van angst voor de hel.

Een verslag van een therapiesessie waarbij ‘angst voor de hel’ het onderwerp was, kan je hier lezen: >KLIK<. Triggerwaarschuwing: in dit verslag wordt diep op de angst ingegaan. Het komt echter ook weer goed.

Er zijn helaas nog steeds traumatherapeuten die de ernst van angst voor de hel niet erkennen. Omdat het slechts verhalen en kinderfantasieën zouden zijn, zou er geen sprake kunnen zijn van reële doodsangst. Terwijl iemand die onder schot werd gehouden met een pistool, zonder te weten dat dit een neppistool betrof, wél beschouwd wordt als een persoon met werkelijke doodsangst en daarmee –indien van toepassing – een erkend trauma heeft. Als het blijkbaar gaat om de beleving, dan zou dat ook moeten gelden voor op religie gebaseerde beleving.

Mocht je er niet uitkomen met je (trauma)therapeut, neem gerust contact op. Ik heb vaker met dat bijltje gehakt. 😉

Aanrader: Dvd Verdoemd

 

Is de angst voor de hel voor jou een herkenbare angst? 

Graag ga ik met je in gesprek. En dan niet over de vraag of de hel nou wel of niet bestaat en in welke vorm dan, maar over jouw ervaringen. Werd jij ook met dit idee grootgebracht? Was je bang voor de hel? Had je wel eens nachtmerries? En hoe is dat nu? Ben je nog steeds wel eens bang? Zijn je ideeën over de hel veranderd en hoe beleef je dat? Deel gerust je ervaringen! 

Met alle liefde,

Inge

Mobiele versie afsluiten