Site icoon Dogmavrij

Ik schaamde me kapot!

inge-3Vandaag, op mijn 40ste verjaardag, wil ik iets persoonlijks met jullie delen, omdat ik denk dat het belangrijk is om eerlijk te zijn over kwetsbaarheid en schaamte.
Ik deel dit, omdat ik mij lange tijd geschaamd heb voor mezelf en weet dat ik niet de enige ben met die gevoelens.

Er zijn meer mensen die zich schamen voor wie ze zijn en wat ze doen en die zich ongemakkelijk voelen bij vragen als “wat doe je voor werk” of “welke opleiding deed je”.

Als iemand het mij vroeg, stamelde ik meestal maar wat, terwijl ik van binnen dacht:

“Niks. Ik doe niks en ik ben niks.”

Als ik naar mezelf keek, zag ik iemand die ik beschouwde als het toonbeeld van een loser.

Wereldvreemd

Ik was opgegroeid binnen een orthodox christelijke religie en was vooral klaargestoomd om volgens de gebruiken en rituelen van die groep te functioneren. Ik leerde bijvoorbeeld psalmen en bijbelteksten uit mijn hoofd, voor het geval we later misschien vervolgd zouden worden vanwege ons geloof en bijbellezen verboden zou zijn. Ik zag het al voor me, hoe ik een glansrol zou hebben in de gevangenis, waar ik mijn medegevangen bemoedigde door bijbelteksten in hun oor te fluisteren.

Van de ‘echte’ wereld wist ik vrijwel niets. Ik had veel gebruiken leren afwijzen, was ervan overtuigd dat het in een café, de disco en zelfs de bioscoop allemaal om seks draaide, kende de ‘weg’ niet, sprak de ‘taal’ niet en ook de muziek was mij vreemd. Ik kende alleen christelijke psalmen en gezangen.

Toen ik uit het christelijke wereldje was gestapt, voelde ik me dus behoorlijk sociaal gehandicapt en onzeker.

Daar kwam bij dat ik geen vrienden meer overhield en niet goed wist waar en hoe ik nieuwe vrienden kon maken.

Mijn netwerk was altijd 100% christelijk geweest. Mijn leeftijdsgenoten uit de kerk waren automatisch mijn vrienden geweest. Vrienden maken had ik nooit geleerd.

Falen

Ik had nooit een HBO of universitaire opleiding afgerond, want hé, ik zou toch ‘maar’ verpleegster en daarna moeder worden.

Ik was op m’n 20ste getrouwd en op mn 21ste zwanger naar een vrouwenopvanghuis gevlucht. Daarna was ik in een andere provincie gaan wonen, als alleenstaande bijstandsmoeder.

Enkele jaren en een paar verhuizingen later, was ik opnieuw getrouwd en moeder van twee kinderen, waarvan de jongste ook bijna naar school zou gaan. Ik was 29 en zou voor het eerst gaan werken als herintredende moeder.

Dat liep anders, aangezien ik binnen een jaar in de ziektewet belandde, met een steeds langer wordende lijst van onverklaarbare klachten. Ik voelde me een mislukkeling en het irriteerde me dat er niets aan me te zien was en ik mij toch zo ziek als een hond voelde. Ik had het gevoel dat ik iets niet goed deed. Misschien at ik verkeerd, misschien bewoog ik teveel of juist te weinig, misschien moest ik me meer ontspannen, misschien moest ik…

Ik probeerde van alles, maar ik werd niet beter. Ik voelde me zo falen!

Leren voelen

Middenin mijn onzekerheid ‘schreeuwde’ mijn lijf het uit. Wat had ik een pijn en wat voelde ik me uitgeput. Ik ‘schreeuwde’ gefrustreerd terug:

“Houd je kop! Je doet ’t maar gewoon!”

Maar diep van binnen begreep ik dat ik juist moest leren luisteren, zodat mijn lijf niet meer zo hoefde te ‘schreeuwen’.

Maar leren luisteren naar mezelf was iets dat ik vroeger nooit had geleerd. Ik leerde juist mijn gedachten en gevoelens te negeren. Mij werd verteld dat ik zelf niet kon weten wat goed voor mij was, en daarom bepaalden anderen dat. Ik moest gehoorzamen en volgen. Mijn ouders, de dominee, de bijbel, God… anderen hadden het gezag over mijn leven.

Toen ik de eerste keer (op mijn 21ste) in therapie ging, ontdekte ik pas hoe scheef en zelfdestructief mijn basis was. Het klopte niet dat een ander wel boos op mij mocht worden, maar ik niet op de ander. Mijn eigen boosheid zou van de duivel komen en moest onderdrukt en bestreden worden. De boosheid van de ander daarentegen, was een signaal dat ik iets niet goed genoeg deed. Ik had het er altijd zelf naar gemaakt.

Als iemand mij beperkte of onderdrukte, was er binnenin mij niemand die ging staan en zei: “Ho es effe!” Nee, ik kromp juist steeds meer ineen, voelde me oververantwoordelijk, heel erg schuldig en een grote sukkel.

Er was iets vreselijk mis met mijn onbewuste programmering. Zodra ik daar achter kwam, begon ik met mijn grootste en moeilijkste project ooit: mezelf deprogrammeren.

Soldaten

Het was ook in die tijd dat ik mezelf voor het eerst als ‘ongelovige’ was gaan beschouwen.

“Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen”,

zo staat er in de bijbel. Ik schaamde me. Ik leek haast wel het levende bewijs dat de bijbel gelijk had.

Maar ik wist dat er iets anders aan de hand was. En dat ‘loslaten van aangeleerde religie’ daar wel degelijk een rol in speelde, maar dan vergelijkbaar met soldaten die teruggekeerd waren van het front. Toen ze middenin de oorlog zaten, hadden ze amper in de gaten gehad hoe gevaarlijk het daar was. Ze leken geen angst te kennen en konden het werk aan. Eenmaal thuis kwam de angst pas los. Toen het veilig genoeg was om deze angst te kunnen voelen.  

Ondanks dat ik jarenlang af en toe gesprekken met een psycholoog had, leek het wel alsof operatie herprogrammering nu pas echt ging beginnen.

Operatie herprogrammering

Ontelbare giftige religieuze weerhaakjes moest ik lospeuteren uit mijn blauwdruk. Het was zeer vermoeiend en ging uiterst langzaam.

Vroeger was ik ‘onbewust onbekwaam‘. Ik had geen flauw idee van mijn destructieve programmering. Heerlijk rustig.

Maar in rap tempo werd het me in die tijd duidelijk hoe ik ervoor stond. Ik werd steeds meer ‘bewust onbekwaam‘. Wat pijnlijk en confronterend!

De volgende fase was ‘bewust bekwaam‘. Langzaam en met al mijn aandacht en energie leerde ik mezelf nieuwe ‘regels’ en groeiden er nieuwe verbindingen in mijn hersens. Deze fase, die speelde vanaf dat ik steeds meer lichamelijke klachten kreeg, kon ik alleen goed uitvoeren wanneer ik als een semi-kluizenaar leefde, met zo weinig mogelijk prikkels.

Ik vroeg me dikwijls af hoe lang het zou gaan duren voor ik kon overschakelen naar de eindfase van mijn herprogrammering: ‘onbewust bekwaam‘. Het leek me heerlijk om vanuit vanzelfsprekendheid constructief te kunnen denken en handelen. Ik vroeg me af of ik deze fase überhaupt zou kunnen bereiken.

Tot in het derde geslacht

Een paar dagen geleden was het precies tien jaar geleden dat ik in de ziektewet terecht kwam, om twee jaar later volledig afgekeurd te worden.

Tien jaar zit ik al thuis.

Intensief aan het herprogrammeren. Langzaam aan het transformeren. Weinig sociale contacten, veel op bed liggen, en ondertussen onzichtbaar fulltime keihard werken aan mezelf.

Het kostte zoveel tijd en energie. Tijd en energie die ik niet aan mijn kinderen kon geven. Maar ik moest dit doen! Juist ook voor hen. Ik deed er alles aan om hen een pedagogisch gezonde en veilige omgeving te bieden.

Hun onbewuste programmering mocht niet zelfdestructief zijn, zoals de mijne. Daarom moest ik onder ogen komen en ontmaskeren als zijnde ‘schadelijk’, wat ik had leren labelen als ‘normaal’. Het was diep ingrijpend, deed intense pijn en leverde me veel onbegrip op vanuit mijn omgeving. Maar het moest. Voor mijn kinderen. Voor het derde en het vierde geslacht.

Hoogbegaafd en hooggevoelig

En ik leerde naar mezelf te luisteren. Steeds fijnere signalen ving ik op. Ik leerde mezelf steeds serieuzer te nemen. Ik leerde zelf na te denken en te voelen. Ik leerde te huilen en te knuffelen. Ik was als een bloem die langzaam open ging.

Ik bleek hoogbegaafd en hooggevoelig. Beide labels zeiden me vooral dat ik in mijn religieuze verleden zeer sterk onderdrukt en miskend was, omdat ik juist nooit had leren luisteren naar mijn verstand en gevoel.

Ik volgde diverse opleidingen, allemaal in het kader van reïntegratie, maar haalde nooit een diploma. Soms vanwege mijn ziekte, maar soms ook vanwege overgevoeligheid. Ik heb me lang geschaamd omdat ik mijn universitaire opleiding psychologie afbrak vanwege het voor mij onverdraaglijke ‘labelen’ van mensen. “Stel je niet aan en haal gewoon je diploma!” zei ik boos tegen mezelf. Maar het voelde als mezelf opnieuw vergiftigen, wanneer ik zo in hokjes en vakjes leerde denken. Dus ik stopte.

Libelle

In mijn 10-jarig bestaan als semi-kluizenaar was ik als een larve van een libelle. Het was alsof ik jarenlang diep in de modder woonde. Daarna moest ik mijn oude ‘jas’ zien los te laten. En toen volgde een periode waarin ik extra kwetsbaar was. Ik kon nog niet vliegen. Mijn vleugels moesten nog ontvouwen, opdrogen en uitharden.

Vandaag ben ik 40 geworden.

Ik voel hoe mijn vleugels mij inmiddels kunnen dragen. Mijn nieuwe leven waarin ik zelf aan het roer sta, is begonnen. Alle rijke inzichten die ik tijdens mijn transformatie verwierf, evenals alle kennis die ik als autodidact heb opgedaan, draag ik als kostbare schatten met mij mee.

Ik voel mij inmiddels geen ‘loser’ meer. Omdat ik het niet ben en ook nooit ben geweest! Ik ben mijn levensweg zo intens en diep bewust gegaan, dat ik langzaam leefde en in een heel klein wereldje. Maar dat was nodig.

Ik heb geleerd om woorden te geven aan moeilijke gevoelens en om licht te schijnen op wat veel mensen liever verstoppen en wat daardoor duister blijft. Mijn weg gaf mij haar eigen wijsheid mee.

Toekomst

Als ik kijk naar mijn kinderen zie ik dat de cirkel is doorbroken. Aan hoe ze het met me oneens durven zijn, aan hoe ze het lef hebben om er lekker op los te puberen en lol te maken met vrienden en vriendinnen. Aan hun toekomstvisie, hun drive om er iets van te maken. Ze zijn niet zo passief als ik ooit was. Ze geloven in zichzelf en in hun eigen toekomst.

Ze hebben een moeder die vaak ziek is, maar ze weten dat ze altijd bij me terecht kunnen. Ik deal met de zwaarte van mijn voorgeslachten, omdat ik het niet als een ongeopend pakketje aan hen wil doorgeven.

Ik draag op mijn schouders de last van generaties die niet de mogelijkheid hadden om hun pakketje te openen en het ongeopend door hebben gegeven aan de volgende generatie. Ik bouw, soms liggend op bed, aan de toekomst.

Ik ben langzaam maar zeker emotioneel gezond en onafhankelijk geworden.
Ik geloof in de kracht van kwetsbaarheid. Ik geloof in kijken naar de pijn, om zo te werken aan de toekomst.

Ik schaam mij niet meer voor wie ik was, ben en nog zal worden. Ik ben vrij.

 

Ik spreid mijn sterke vleugels en vlieg vol zelfvertrouwen mijn toekomst tegemoet.

Mobiele versie afsluiten