Een schaamteloos blog over de rare, ruwe kanten van rouw.

Vorige week heb ik Moppie, één van mijn poezen, moeten laten inslapen. Ik mis haar vreselijk. Ze was mijn ‘zorgenkatje’, omdat ze allerlei kwaaltjes had, waardoor ik veel met haar bezig was. Ze was zo aanhankelijk en zo lief! Ik zou pagina’s vol over haar kunnen schrijven, maar ik zal mijn innerlijke kattenvrouwtje hier even laten zwijgen, aangezien dit weinig te maken heeft met de onderwerpen die op deze Dogmavrij-site worden behandeld. Wat wél dogmavrij is, is de manier waarop ik rouw en ook vooral: rouwen mág, van mezelf welteverstaan.

Rouw is niet rationeel, maar emotioneel

Middenin mijn verdriet realiseerde ik me dat de schaamteloosheid waarmee ik mij overgeef aan mijn rouw, verworven is door jarenlang keihard aan mijn innerlijk te werken. In dat proces heb ik mezelf zoveel mogelijk ontdaan van mijn oude ‘programmering’, die mij ooit vertelde om me hevig te schamen voor wie ik ten diepste ben en mijn eigen ervaringen en emoties vooral niet serieus te nemen. Het gaat om wat je wéét en niet om wat je vóelt. 

De mate en wijze van rouw om dit kleine zorgenkatje maakte voor mij opnieuw zichtbaar vanuit hoeveel vrijheid ik inmiddels gewend ben om te leven. Omdat veel bezoekers van deze site een vergelijkbare weg naar innerlijke vrijheid hebben afgelegd en/of aan het afleggen zijn, heb ik besloten iets van mijn schaamteloosheid te delen, in de hoop daarmee inspirerend te zijn. Niet omdat jij het net als ik moet doen, maar om te demonstreren dat het volkomen oké is om de dingen op je éigen manier te doen. En om je daar vervolgens niet voor te schamen. Ach, als je dat niet kunt laten, mag het wel, maar het hóeft niet. Echt niet. 

Daar komt bij dat veel kerkverlaters ook door een rouwproces gaan, wat soms jaren kan duren. Daarom besloot ik om juist op de rouw in te zoomen. En dan met name op het feit dat uitingen van rouw lang niet altijd logisch of verstandig lijken.

Een rouwproces is geen rechte lijn die langzaam maar zeker – en langs vaste tussenstations – van aardedonker naar stralend licht gaat. Rouw is eerder een verwarrende kluwen die misschien wel nooit helemaal oplost, maar die je hooguit kunt leren (ver)dragen. Ik ben van mening dat juist het serieus nemen van de eigen emoties – hoe raar ze soms ook lijken – hierin voor lucht, ruimte en licht kan zorgen.

Dus vertel ik nu iets over de ‘rare’ kanten van rouw. Ik doe dat door het klein en persoonlijk te houden, maar trek dit gerust door naar je eigen leven en/of naar rouwprocessen in de levens van anderen.

Rouw maakt dat mensen onbegrijpelijke en soms ook ‘ongepaste’ dingen doen en voelen. Dat hóórt zo! Rouw kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat je verlangt naar een ‘foute’ ex-partner, dat je woedend bent op degene die is overleden en de meest gepassioneerde seks hebt vlak na een begrafenis. Vaak vinden we dan dat onze reacties en gevoelens ‘nergens op slaan’, maar aangezien ze er toch zijn… laten we ze dan vooral niet negeren en ons er zeker niet voor schamen.

Waar ben je toch?

Met nog steeds licht trillende handen opende ik het draagmandje waarmee ik zojuist was teruggekeerd van de dierenarts. Ik nam voorzichtig het zachte, slappe lijfje in mijn armen en drukte het levenloze poesje dicht tegen mijn hart, terwijl ik mijn gezicht begroef in haar lange vacht. Een deel van mij was in shock, een ander deel handelde met een helderheid die ik maar zelden heb en nog een ander deel was ontroostbaar en verward. Moppie, lieve Moppie… waar ben je nou?

Mijn gevoelens en gedachten gingen alle kanten op. Alsof ze koortsachtig zochten naar het wezentje waar ik zo zielsveel van hield. Zou haar bewustzijn al helemaal ‘uit’ zijn? Gaat het überhaupt ooit helemaal ‘uit’? Zou het kunnen dat haar bewustzijn nog ergens om haar lichaampje hing? Misschien was ze zelf ook wel in shock. Zou ze geweten hebben wat er gebeurde? Was ze misschien met een schok uit haar lichaampje gegaan en hing ze nu per ongeluk nog rond bij de dierenarts? Gewend als ik was om voor haar te zorgen en me verantwoordelijk te voelen voor haar welzijn, maakte ik me zorgen. Zal ik met haar lijfje teruggaan naar de dierenarts, voor het geval ze daar nog was? Misschien kon ze dan alsnog meekomen. Wat dacht ik rare dingen en wat voelde ik me machteloos omdat ik niks wist en daardoor ook niet wist wat ik nog kon doen voor mijn lieve schatje. Het ene moment huilde ik ‘je bent er niet meer, je bent er niet meer… o m’n liefje, dat je er toch niet meer bent…’ en het andere moment was ik rusteloos en wilde ik weten waar ze was.

Het is voor een menselijk brein een haast onmogelijke opgave om te schakelen van standje ‘ze is er nog’ naar standje ‘ze is verdwenen’. Dat verklaart waarom ik de dagen die volgden regelmatig bij haar lievelingsplekjes zat en tegen haar praatte. En waarom ik steeds dacht dat ik haar zag of hoorde. En toen ik haar had begraven in mijn achtertuin en het donker werd en ging waaien en regenen, wilde ik haar het liefst weer binnenhalen. Of was ze misschien zelf al onderweg naar binnen? Zou ik het raam of de deur even openen? Dan kon ze erin… Ik deed het niet, maar ik voelde dat ik de neiging had.

Het liefst wilde ik haar gewoon weer opgraven, reanimeren, en dan zou alles weer zijn zoals het in mijn beleving hoorde te zijn. 

De eerste avond na haar overlijden lag ze in een schoenendoos op tafel. Haar lichaampje was al koud en stijf geworden. Mijn vriend, die die dag bij me was geweest, was inmiddels naar zijn eigen huis gegaan. Mijn kinderen waren aan het begin van de avond vertrokken naar hun vader. Ik was alleen met het lichaampje van Moppie. Dat wilde ik ook. Ik wilde met mijn volle aandacht bij haar zijn, me niet groot of klein houden, maar me volledig focussen op haar en mij. Swiffer, één van mijn andere katten, was naast de schoenendoos gaan liggen en lag rustig te spinnen. Terwijl ik Swiffer en Moppie om beurten streelde, voelde ik me steeds kalmer worden.

Brullend als een kind

Ik zag dat ik de voerbak en de waterbak nog niet ververst had en besloot dit eerst te doen. Maar terwijl ik bukte om de waterbak op te tillen, begon ik ineens weer te huilen. Normaal gesproken kwam Moppie altijd enthousiast aanrennen als ze hoorde dat de waterbak werd opgetild. Ik wílde de bak niet optillen! Niet zonder Moppie! Natuurlijk begreep ik ook wel dat wanneer ik mijn andere twee katten geen eten en drinken meer zou geven, ik er binnenkort nog twee kon begraven en dat mijn gedachtegang wederom ‘nergens op sloeg’. Er kwam een aanklagend stemmetje dwars door mijn gehuil heen.

“Doe nou eens niet zo raar, stel je niet zo aan. Kom op zeg, het is maar water en het zijn maar brokjes. Moet je nou echt overal een drama van maken? Hoe oud ben jij nou helemaal??”

Maar gewend als ik ben aan oude aanklagende stemmen, duwde ik haar gelijk aan de kant. Er klonk een stem in mij die veel krachtiger was.

“Kop houden jij! Mij een beetje vertellen wat normaal is en wat niet. Alsof jij  dat bepaalt! Ik mag voelen wat ik voel en ik zál voelen wat ik voel. En als het je niet aanstaat, dan kijk je maar een andere kant op. Ik begrijp heus wel dat je bang bent dat ik mezelf voor gek zet, maar kom op… wat is er nou feitelijk raar aan een rouwproces? Láát me!”

En ik liet mezelf. Ik huilde zoals bijna alleen een klein kind dat kan. Vol overgave en geluid. Brullend liep ik naar de keuken met het bakje in mijn hand. ‘Denk om de buren’, dacht ik nog heel even. En toen: ‘fuck de buren, ik ben in mijn eigen huis en doe niemand kwaad’. Vanuit mijn tenen voelde ik dat het leven gewoon zou doorgaan, dat Moppie daar geen deel meer van uitmaakte, dat ik mij daar hevig tegen verzette en me er tegelijk brullend aan overgaf. Omdat het niet anders kon.

Ruimte

Bijna dagelijks ervaar ik de kracht en vrijheid die er zit in het mezelf toestaan om de dingen op mijn manier te doen en te voelen. Om met hart en ziel Inge te zijn en Inge uit te drukken. Niet als een schreeuw, waarmee ik anderen overstem, maar als een heldere stem van binnenuit, desnoods fluisterend, maar écht van mij, waarmee ik anderen uitnodig om óók hun eigen stem te laten horen. Het mooie is namelijk dat wanneer ik mijn ruimte vanzelfsprekend inneem, ik de ander ook een vanzelfsprekende ruimte geef. Als ik het op mijn manier mag doen, dan mag jij het op jouw manier doen. We delen dan dezelfde vrijheid waarin we verschillende keuzes maken, omdat we verschillende ervaringen en inzichten hebben opgedaan.

Ik merkte dat toen ik mijn moeder de avond na de begrafenis van Moppie aan de telefoon kreeg. Ik ben dol op mijn moeder en met de jaren wordt onze band steeds hechter. Misschien wel juist omdat we allebei zo echt mogelijk proberen te zijn, ook al zijn we in veel opzichten ook totaal verschillend.

Mijn moeder heeft bijvoorbeeld een hekel aan dieren, in het bijzonder aan katten. Toen ze hoorde dat Moppie niet meer leefde, was het eerste dat ze dacht: ‘mooi, dat is er één minder!’ Ze vertelde het me eerlijk. We lachten er hartelijk om. Dat kon, omdat de manier waarop zij dingen beleeft namelijk totaal niet over mij of over Moppie gaat, maar alleen maar over haar. Het heeft een tijd geduurd voor ik dit ook gevoelsmatig zo kon beleven en haar hierin vrij kon laten. Deze vrijheid verwierf ik overigens gelijklopend aan de vrijheid die ik mezelf kon geven om Inge te zijn.

Erkenning


Zij deelde haar opluchting en ik deelde mijn verdriet. Ik vertelde wat ik hierboven ook schreef, mijn gedachten over Moppies bewustzijn en mijn gebrul als een klein kind. Ik weet dat dit allemaal zo ver bij haar beleving vandaan ligt en toch voelde ik me getroost door het met mijn moeder te delen. Die inmiddels geleerd heeft om mij ook gewoon te laten en niet met de ideeën aan te komen zetten zoals ik die vroeger kreeg voorgeschoteld (niet perse door haar, maar in het algemeen).

“Dieren hebben geen ziel, dus dood is dood. Een dier heeft minder waarde dan een mens. Doe niet zo overdreven. Denk niet zo moeilijk.”

In plaats daarvan zei mijn moeder: “Ik vind het heel erg voor je”, waarmee ze gevoelsmatig vlak naast me kwam zitten en haar arm om me heen sloeg.

Waarom ik deze persoonlijke ervaringen publiekelijk deel? Omdat ik er een tere schoonheid in zie, die mij een hoopvolle weg wijst naar hoe we met elkaar kunnen omgaan, ook wanneer we totaal verschillend zijn. Het gaat er niet om of we het met elkaar eens zijn, maar het gaat erom dat we elkaar willen kennen en daardoor gepast kunnen steunen. Niet proberen te corrigeren, maar proberen te begrijpen. En zelfs wanneer we opgroeiden met het idee dat er niets belangrijker is dan het kennen en verkondigen van de ene ware manier van leven, zelfs dan kunnen we leren om zowel de ander als onszelf volop ruimte te geven. Schaamteloos en liefdevol. 

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

1 Response

  1. Willem Cornelis Murre

    In 1997 is mijn vrouw aan borstkanker overleden, sindsdien ben ik alleengaande, een hele opgave in deze tijd! Blijven treuren om hetgeen dat er niet meer is dat helpt echt niet. Uiteindelijk moet je ‘rouw’ een plek geven en moedig het leven weer herpakken!

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.