Hoe groter de angst voor het antwoord, hoe groter het belang van de vraag

‘Hoe kunnen we eigenlijk zo zeker weten dat wij gelijk hebben?’ย 

De eerste keer dat ik deze vraag hardop stelde, werd ik geschokt aangekeken. Verontwaardigd klonk het: ‘Dat moet je gewoon gelรณven! God heeft jou notabene door Zijn grote genade geboren doen worden in een gezin dat naar de enige Ware Kerk gaat, hoe ondankbaar om Zijn geschenk in twijfel te trekken!’

Ik schaamde me voor mijn blijkbaar te kleine geloof en besloot om deze vraag van nu af aan volledig te negeren en te ontkennen. 

Toen stelde iemand op catechisatie dezelfde vraag. Ook hier meende ik een licht verwijtende frons te zien op het gezicht van de dominee. Met een houding alsof het voor mij allemaal heus niet uitmaakte, spitste ik ondertussen stiekem mijn oren, hunkerend naar het antwoord.ย 

Natuurlijk hadden wij gelijk. De Bijbel was eenduidig en als je alle verschillende kerken vergeleek met die van ons, kon je bij elke kerk iets aanwijzen dat hun leer tot dwaalleer maakte. 

Oh ja, dat was ook zo. In mijn catechisatiemultomap zaten vellen tekst waarop per kerk haarfijn werd uitgelegd wat ze daar verkeerd deden. Het lastigst had ik de Gereformeerde Bond gevonden. Zij geloofden hetzelfde als wij, maar bleven hun Nederlandse Hervormde moederkerk trouw, omdat ze vonden dat je ‘een zieke moeder’ niet hoorde te verlaten, zoals wij – de vrijgemaakten – destijds wel hadden gedaan. Ik vond de houding van de Gereformeerde Bond eigenlijk veel mooier, totdat de dominee zei: ‘deze moeder is niet ziek, zij is ongehoorzaam’. ย 

Oh ja, natuurlijk. Zie je wel, met de Bijbel kon je het gewoon aantonen: iedereen had het mis, behalve wij. 

Ondertussen zat ik op de reformatorische Voetius Scholengemeenschap in Goes, dat later – en nog steeds – het Calvijn College werd genoemd. De meeste van mijn klasgenoten gingen naar een andere kerk dan ik – een zwaardere. Ik had medelijden met hen. Ik vond het al zo’n ramp dat wij meisjes op school een rok aan moesten, maar zij moesten dat ook thuis! Ik kon, voor ik naar huis ging, in de toiletruimte mijn rok weer verwisselen voor de broek die de hele dag opgepropt in mijn tas had gezeten. Wat voelde ik me stoer en vrij als ik in mijn spijkerbroek het schoolplein afliep. ย 

In de Bijbel stond weliswaar dat vrouwen geen mannenkleding mochten dragen, maar mijn klasgenoten hadden nooit de Waarheid geleerd over deze tekst. Ik wel. Het zat namelijk zo: als in de tijd van de Bijbel een vrouw gekleed was als een man, betekende dit dat ze een sekswerker was. Er stond dus gewoon dat het niet de bedoeling is dat vrouwen hun lichaam ‘verkopen’. En trouwens, ik droeg toch geen herenbroek, maar een damesbroek! Ik prees mezelf gelukkig met mijn opvoeding binnen de enige Ware Kerk. Ik had te doen met mijn klasgenoten van wie de ouders zo duidelijk misleid waren door de duivel.ย 

Groot was mijn ontzetting toen op een dag een klasgenoot vertelde dat zij juist dacht dat mรญjn ouders en รณnze dominee in de greep van Satan waren. Wat afschuwelijk dat zij ervan uitging dat ze gelijk had, terwijl ze dat niet had! Terwijl ik in stilte voor haar bad, begon er langzaam iets te dagen dat mijn grondvesten op losse schroeven zette. Als het blijkbaar mogelijk was om te denken dat je gelijk had zonder dit daadwerkelijk te hebben, kon dit dan ook voor mij gelden???ย 

Ik weet nog dat ik misselijk werd. Het voelde alsof de grond elk moment onder mijn voeten kon verdwijnen. In paniek rende ik naar de dichtstbijzijnde wc, sloot mezelf op en begon in stilte hartstochtelijk te bidden. “Alstublieft Here God, wilt U mij vasthouden? Wilt U voorkomen dat mijn voeten wankelen en dat ik struikel? Ik weet niet hoe het zit, maar ik klamp mij vast aan U en ik geloof dat U het weet. Alstublieft, houdt U mij vast, nu en voor altijd. Om Jezus’ wil. Amen.”ย 

Ik besloot nogmaals om nooit meer de Waarheid waarmee ik was grootgebracht te bevragen. Ik had nu gevoeld hoe gevaarlijk dat kon zijn. Ik zou voortaan mijn leven leiden in grote dankbaarheid, omdat God mij op deze plek geboren had doen worden. Notabene binnen de enige Ware Kerk, wat een geluk!ย 

Een paar jaar later werd ik door deze enige Ware Kerk buitengesloten. Dat gebeurde toen ik – zwanger van mijn eerste kindje – in een opvanghuis woonde en had aangegeven dat ik wilde scheiden, omdat mijn huwelijkse omgeving geen veilige plek was voor een baby.ย 

Het kerkelijk gezag was van mening dat God wilde dat ik naar mijn man zou terugkeren. En toen ik dit weigerde en toch de echtscheiding aanvroeg, kwam ik onder de kerkelijke tucht te staan. Dit hield in dat ik geen lid meer was in volle rechten. Ik mocht niet meer aan het avondmaal, in de zondagse kerkdienst werd aan de gemeente meegedeeld dat ik mij had bezondigd aan het 7e gebod (gij zult niet echtbreken) en ik mocht mijn kindje niet laten dopen. 

Ineens was ik fout. Iemand die haar ouders het grootst denkbare verdriet deed, iemand die God ongehoorzaam was en een eigenwijze, zondige weg was ingeslagen. De enige Ware Kerk wist dat heel zeker.

Vanuit het verdomhoekje leek mijn geliefde kerk ineens grimmige contouren te hebben. Ik maakte kennis met de afschuwelijke consequentie van het geloof dat er maar รฉรฉn juiste visie op alles is: buitensluiting van andersdenkenden. 

Het onrecht dat ik daarin ervoer deed me krommen van machteloze woede en verdriet. Ik wilde รณรณk de weg van God gaan! Ik dacht alleen dat God een andere weg met mij ging dan de weg die zij mij wezen. 

Er rees een nieuwe vraag in mij op. Waarom bepaalt iemand anders wat in mijn leven de wil van God is? 

Ik voelde hoe deze vraag een kluwen van oude vragen in mijn bewustzijn bracht. Toen ik daarin ook weer de vraag: ‘hoe kunnen wij zo zeker weten dat wij gelijk hebben’ opmerkte, besefte ik dat ik daar nooit een bevredigend antwoord op had gevonden. Ik was niet verder gekomen dan: dat moet je gewoon geloven. Er was geen enkele noodzaak geweest om er dieper op in te gaan. 

En nu was die noodzaak er wel. En de ruimte. Gek genoeg hielp het dat ik buitengesloten was. Ik hoefde niet meer wanhopig te proberen een goede christen te zijn, want iedereen leek inmiddels besloten te hebben dat ik dat niet was. Hier, op mijn donkere, stille plek, vond ik de rust en de ruimte die ik nodig had om eindelijk de vragen te stellen die achteraf zรณ belangrijk bleken te zijn dat ze mijn volledige perspectief zouden veranderen. Met deze oude vragen begon mijn nieuwe leven.


Bovenstaande is slechts een voorbeeld van de vele vragen die we soms zo moeilijk kunnen vinden om onszelf of elkaar te stellen. Denk bijvoorbeeld aan een vraag als: houd je nog wel van mij? Of: zou dit plekje goed- of kwaadaardig zijn? Maar ook: als ik nog maar een paar maanden te leven had, wat zou ik dan nog willen doen? En waarom begin ik daar niet alvast mee?

Vragen, vragen, vragen…

En jij? Is er een vraag die jij jezelf lange tijd niet hebt durven stellen? Wat gebeurde er toen je die vraag alsnog begon te beantwoorden?

Is er misschien een vraag die je steeds weer wegdrukt, omdat het mogelijke antwoord je bang maakt? Wat heb je nodig om de vraag te durven stellen? Of wil je dat liever niet? Wat zou er kunnen gebeuren als je de vraag zou stellen?

Ik vraag het me af…


Als je meer wilt lezen over de mogelijke gevolgen van opgroeien met de gedachte dat je bij de enige ware kerk hoort, lees dan mijn boek Mantel van angst. Te leen in de bibliotheek, maar ook te koop via deze link: >KLIK<


Ontdek meer van Dogmavrij

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

About Inge Bosscha

-Voorlichter over geloofsstress, kerkpijn en religieus trauma -Initiatiefnemer van platform www.dogmavrij.nl en kennisbank www.religieustraumasyndroom.com -Auteur van Mantel van angst (2024, KokBoekencentrum/VBK media) -Aandachtig, openhartig en verbindend

1 Response

  1. Ik heb altijd alles in vraag gesteld, reeds vanaf jonge leeftijd. Zo heb ik veel dingen ontdekt. Dingen die veel mensen niet willen weten of niet willen zien. Dan wordt degene die zich vragen stelt en zaken ontdekt een โ€œlastpostโ€. Mensen beginnen dan te doen alsof het allemaal niet bestaat, zodat ze rustig in hun denkbeeldige โ€œveiligeโ€ cocon kunnen blijven zitten. De leiders van die cocons zijn dan de zogenoemde โ€œwijzenโ€. Dan zegt men vaak: โ€œDaar moet je allemaal niet aan denken!โ€ of โ€œDaar moet je niet bij stil staan!โ€. Je dus gรฉรฉn vragen stellen. Doen alsof het allemaal niet bestaat, die cocon is de โ€œtoeverlaatโ€. En dat gaat zelfs verder dan de kerk zelf. Ook los van de kerk, in het dagelijkse leven, zie je dat doen alsof het allemaal โ€œgoedโ€ en โ€œin ordeโ€ is, de feiten negerend. Ze lopen mee met de kudde, dat is โ€œveiligerโ€, ze “horen erbij”. Maakt niet uit wat hun bestemming is. In die zin zijn er hรฉรฉl veel kerken. Kerken die men zelfs niet eens een kerk noemt, kerken die zichzelf “vooruitstrevend” noemen. Dat vind ik behoorlijk griezelig. In die zin, lijken veel mensen op zombies voor mij. Geestelijk afgestompt (al dan niet uit angst), gestuurd door een โ€œwijzeโ€, denkend dat ze op die manier โ€œveiligโ€ zijn. En die โ€œlastpostโ€ zet men het liefst op de brandstapel. Gรฉรฉn vragen! In een tijdperk waarin we op het punt staan Mars te gaan koloniseren. Griezelig! Qua mentaliteit zitten we nog steeds in de middeleeuwen, maar met ongeziene (toch voor deze generaties) technologie.

    Als er een god bestaat die deze wereld en wezens geschapen heeft, dan moet hij dringend zijn schepping eens herbekijken! ๐Ÿ™‚ Ik vind ze niet echt geslaagd. Hij mag me ook komen weghalen, dat zou al een โ€œlastpostโ€ minder zijn. ๐Ÿ˜‰

    Vriendelijke groet

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.