Veelvoorkomende ‘foute’ uitspraken bij kerkverlating. Deel I.

Voor achtergrondinformatie over deze serie, >KLIK< om meer te lezen over doelgroep, motivatie en doelstelling.

Liever als filmpje? Dat kan ook. Onder het filmpje de tekst.

Als je als gelovige te horen krijgt dat je kind, ouder, broer of zus, partner of iemand anders waar je veel van houdt, niet meer gelooft, kan dit soms een enorme schok zijn. Je kunt vol ongeloof en ontkenning reageren, zoals bijvoorbeeld wanneer je hoort dat iemand onverwachts is overleden. “Nee, dat kan niet!” Vol verbijstering kan je onbedoeld alles in twijfel trekken of bagatelliseren wat de ander zojuist gezegd heeft. “Je geloof kwijt? Nee, dat kan niet!” “Het zal wel een fase zijn” “Iedereen twijfelt wel eens” “Heb je wel genoeg gebeden?” “Was je geloof dan wel echt?”

Dit soort opmerkingen zijn vergelijkbaar met tegen iemand met een gebroken been zeggen: “Nee! Je been gebroken? Dat kan niet! Is het niet gewoon een beetje gekneusd? Heb je je been wel genoeg gebruikt? Heb je wel genoeg gewandeld? Heb je altijd wel echt op je been geleund?” Dat klinkt best wel vreemd, toch? Iedereen kan zijn been breken. Iedereen kan ook zijn geloof verliezen.

En dat is juist het punt. We willen over het algemeen graag geloven dat wanneer ziekte of ongeluk of iets dat wij als ‘erg’ ervaren iemand treft, dit op de één of andere manier het gevolg is van het gedrag, de levenshouding of het karakter van de persoon die het overkomt. Dat helpt om onszelf veilig te wanen. Wij zijn of wij doen immers niet zo en dus zal het ons vast niet zo snel overkomen. Voel je vooral niet schuldig wanneer je zo reageert of gereageerd hebt, het is een hele logische en begrijpelijke reactie, maar wel een reactie waarin een diepe beschuldiging en miskenning kan worden ervaren door de ander.

Diezelfde beschuldiging kan ook doorklinken in opmerkingen als: “Je doet ook zo moeilijk”, “Je hebt het niet goed begrepen”, “Je bent zo dwars”, “Je leest de verkeerde boeken” “Je gaat met de verkeerde mensen om” “Moet je niet eens met een psycholoog gaan praten?” “Heb je geen borderline?” “Ben je niet depressief?”

Als je de ander of de weg van de ander niet meer begrijpt, betekent dat niet dat er DUS iets mis is met die ander. Het betekent simpelweg dat jij hem/haar niet begrijpt.

Trek NOOIT iemands psyche of iemands proces in twijfel, want daarmee zeg je dat er iets mis is met iemand of dat iemand liegt of zich aanstelt. Spreek je niet uit over de gevoelens en gedachten van de ander, maar laat zien wat je zelf voelt en denkt.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Ik merk dat ik het niet goed begrijp. Ik ken jou als iemand die het christelijk geloof altijd heel serieus neemt en in mijn beleving, als je het christelijk geloof serieus neemt, dan ga je elke zondag naar de kerk. Ik zie dat jij niet meer gaat. Hoe werkt dat dan bij jou? Hoe is dat zo gekomen? Is er een reden dat je niet meer gaat? En hoe voel je je daarbij? Hoe gaat het met je?” Maak ruimte voor hoe het voor die ander is. En luister dan niet om te corrigeren of te veroordelen, maar enkel om te begrijpen.

Dat geldt ook voor twijfelaars en kerkverlaters. Want ook zij kunnen gevoelens van pijn en miskenning veroorzaken wanneer ze tegen overtuigde gelovigen dingen zeggen als: “O, wat ben je toch star, rigide, dogmatisch, wettisch, je lijkt wel een schriftgeleerde! Je zou eens wat meer uit genade moeten leven! Je zou eens wat meer moeten vertrouwen! Je bent zo naïef, je neemt zomaar alles aan wat je geleerd is, je zou eens wat meer moeten nadenken!”

Probeer je verre te houden van wat je zelf ook niet wilt: uitspraken over de kwaliteit van het geestelijk leven en de psyche van de ander. Neem niet alleen jezelf, maar ook de ander volledig serieus.

Kerkblijvers en kerkverlaters kunnen dezelfde liefde en passie voelen voor de waarheid en voor het goede. De één gelooft dat je je daarom uit alle macht moet vastklampen aan de waarheid zoals die vanuit de bijbel en specifiek in de eigen kerk is geopenbaard en dat je niet mag leunen op je eigen inzichten. En de ander denkt: ja maar je eigen inzichten, dat is toch juist alles waarvan jij denkt dat het goed is om op te leunen en je aan vast te klampen? Is het hoogmoedig om je aangeleerde inzichten in twijfel te trekken of is het misschien juist hoogmoedig om dat niet te doen?

Je kiest het antwoord dat bij jouw inzichten past, waarvan jij denkt dat dit ‘de bedoeling’ is. En als je de keuze van de ander niet kunt begrijpen en daar niet het ‘goede’ van kunt inzien, dan betekent dit niet dat de ander niet langer ‘goed’ is, maar dat de ander andere inzichten heeft. Dat komt niet doordat de ander ‘fout’ is, maar doordat de ander iemand anders is.

En eigenlijk ben ik nu al bezig met de volgende categorie, namelijk uitspraken die gaan over de intentie en het hart van de ander, maar dat komt in het volgende deel aan bod.

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.