Veelvoorkomende ‘foute’ uitspraken bij kerkverlating. Deel III (laatste deel).

Lieve mensen,

Welkom bij alweer het laatste deel van deze korte serie over ‘foute’ uitspraken en mogelijke alternatieven.

Naar aanleiding van de vorige aflevering kreeg ik enkele reacties van mensen die moeite hadden met de door mij gebruikte beeldspraak.

Ik vertelde namelijk een verhaal waarin het voor een familie de norm was om in een rode auto te rijden, omdat ze geloofden dat rood de veiligste kleur voor een auto was. Op een gegeven moment was de zoon met een blauwe auto thuisgekomen en zoomde ik in op wat er onderling werd gezegd. Ik kreeg als commentaar dat je levensbeschouwing toch niet kunt vergelijken met enkel een lakje aan de buitenkant. Levensbeschouwing is iets dat je hele bestaan doordrenkt en dat veel meer te maken heeft met de aansturing. Of met het navigatiesysteem, zoals iemand opperde. En dat dit in een ‘foute’ kleur auto – volgens sommige overtuigd rode autorijders – staat afgestemd op een gruwelijke eindbestemming.

Ik geef jullie groot gelijk dat levensbeschouwing iets veel ingrijpender is dan enkel het kleurtje aan de buitenkant. Ik gebruikte dit voorbeeld dan ook niet omdat ik daarmee wilde uitleggen wat de impact van een levensbeschouwelijke visie is, maar hoe mensen in een levensbeschouwelijke strijd met elkaar spreken. Omdat ik daar veel in kwijt kan, keer ik ook in deze aflevering eerst weer even terug naar dat verhaal over de verschillende kleuren auto’s. Deze keer om opmerkingen te bespreken die gaan over:

De levensbeschouwelijke visie van de ander

Onder het filmpje de tekst.

Stel dat elke keer wanneer de zoon met de blauwe auto op bezoek gaat in het ouderlijk huis, er altijd wel een gezinslid is die het nodig vindt om een blik rode verf over zijn auto leeg te kiepen. Dat is niet omdat ze hem kwaad willen doen, maar omdat ze daarmee willen uitdrukken ‘je hoort bij ons, we houden van je, alsjeblieft ga weer in een rode auto rijden, want alleen daarin ben je veilig!’ Het kan heel goed zijn dat de zoon dat verstaat, hij kent immers de taal waarin binnen het gezin gesproken wordt, en dat hij zich schuldig voelt om het verdriet van de anderen en zonder iets te zeggen in zijn auto stapt, voor de zoveelste keer op weg naar de wasstraat.

Een ander scenario zou kunnen zijn dat de zoon denkt: ‘wat krijgen we nou!? Mij een beetje niet serieus nemen in mijn kleurkeuze!’ En dat hij de volgende keer aan komt zetten met blikken blauwe verf. En zo kan er een verfgevecht ontstaan waarbij alle betrokkenen vuren met munitie van hun eigen kleur.

Ook op levensbeschouwelijk gebied kan zo’n machtsstrijd ontstaan. Er kan sprake zijn van veel frustratie en verdriet, vooral wanneer je ooit samen in dezelfde kleur auto hebt gereden of door dezelfde levensbeschouwelijke bril naar het leven keek en naar elkaar.

Het gevoel van vanzelfsprekende verbondenheid kan verdwenen zijn en dit kan door alle betrokkenen als een groot verlies worden ervaren. Het is heel begrijpelijk dat er voor al die pijn een schuldige wordt gezocht, bewust of onbewust. En als zondebok wordt meestal gekozen degene die van kleur of van inzicht veranderde, omdat toen de pijn begon doordat men vanaf toen niet meer op gemeenschappelijke grond stond. De kerkverlater wordt – vaak ook door zichzelf – gezien als degene die het voor iedereen heeft verpest en die al dat verdriet bij familieleden en kerkleden heeft veroorzaakt.

Hij wordt volledig verantwoordelijk gehouden voor de kloof die er soms lijkt te bestaan tussen kerkblijvers en kerkverlaters. En dat is niet terecht. De kloof of de afstand komt niet alleen doordat de ene persoon hier staat, maar ook doordat de andere ‘daar’ staat. Dit heeft niet te maken met schuld. Dit gaat over oorzaak en gevolg, over inzichten en keuzes.

We kiezen allemaal de weg waarvan we geloven dat dit de juiste is, we zijn alleen verschillend van inzichten.

Het is heel begrijpelijk dat we elkaar proberen over te halen om in dezelfde kleur auto te rijden, of door dezelfde levensbeschouwelijke bril te gaan kijken. Dit kan een vorm van rouw zijn, de fase van verzet – ik wil dit niet, ik wil dat we weer hetzelfde geloven, het moet weer worden zoals het was! – . En soms zou je de bril waardoor de ander kijkt wel van zijn neus willen slaan! Je kunt elkaar bestoken met bijbelverklaringen en Youtube filmpjes. Alsof je de ander probeert onder te dompelen in de kleur die jij als juist ervaart. En elke situatie kan aangegrepen worden om toch weer even je punt te maken. Bij ziekte kan er gezegd worden: “ja, wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen!” Of: “Nou, waar is jouw God nou?” 

En dat helpt niet. Daarmee wordt de afstand alleen maar groter.

Wat ook niet helpt zijn uitspraken over God tegen iemand die niet meer in God gelooft. Uitspraken als: “Jij gelooft dan wel niet meer in God, maar God gelooft nog wel in jou!” Of: “Mensen stellen teleur, maar God niet!” Voor degene die dit uitspreekt kan dit tot troost zijn, maar degene die het te horen krijgt, kan zich miskend voelen als niet meer gelovige. Het kan voelen alsof iemand zijn eigen levensbeschouwing –namelijk ‘dat God bestaat’ – door je strot probeert te drukken. Met name degenen die zich onderdrukt of zelfs getraumatiseerd voelen door hun religieuze opvoeding spreken in dit geval van ‘geestelijke aanranding’. Onderschat de schadelijke impact van dit soort uitspraken dus niet!

Een levensbeschouwelijke machtsstrijd kan ook worden ervaren in de uitspraak: “Ik zal voor je bidden”. Als er een gezamenlijke wens is, bijvoorbeeld iemand is ziek en je bidt voor genezing, wat de zieke zelf ook wilt, dan is het wat anders. Maar zeggen dat je voor iemand zult bidden omdat deze op een andere manier dan jij in het leven staat, is niets anders dan op een verkapte manier laten weten dat jij vindt dat de ander op een verkeerde manier denkt en de verkeerde keuzes maakt. Dat mag je vinden en je mag ook bidden, maar als je dat uitspreekt, kwets je mensen tot in het diepst van hun zijn.

In plaats van te oordelen over wat je denkt dat je ziet, bv de kleur die de ander kiest of de weg die de ander gaat, kan je proberen jezelf open te stellen voor de beleving van de ander. Dat betekent niet dat je die beleving overneemt of dat je ermee instemt, dat hoeft ook helemaal niet, maar dat je er ruimte voor maakt, naast je eigen beleving.

En als je op het niveau van beleving verbinding met elkaar probeert te maken, zal je merken dat je ook eerder aansluiting vindt. Je ontdekt dat de ander ook zorgvuldig is in het maken van keuzes en ook de wens heeft om het juiste te doen. En vaak dezelfde pijn heeft om het gemis van een gezamenlijke overtuiging en de daarbij behorende vanzelfsprekende verbondenheid.

Maak ruimte voor de pijn van de ander. Vraag hoe het voelt. Bestrijdt iemands zienswijze niet, maar probeer deze te begrijpen. Erken dat het vreselijk moet zijn wanneer je werkelijk gelooft dat de ziel van je kind mogelijk gevaar loopt. Erken dat het pijnlijk moet zijn wanneer je de moed hebt een andere weg te gaan en dat je ouders dan niet trots op je zijn. Erken dat de ander door diens eigen bril kijkt en daarom niet kan zien wat jij graag zou willen dat hij ziet als hij naar jou kijkt. Alleen jij weet wat je graag zou willen dat de ander ziet, omdat jíj dat ziet. Jezelf erkennen is dus ook erg belangrijk. Juist wanneer je je miskend voelt. 

Ontsla de ander van verwachtingen waaraan deze niet kan voldoen. Rouw omdat de ander niet ziet wat jij graag zou willen dat hij ziet. En zie het zelf. Erken jezelf.

Tenslotte

Wat ik zojuist in een paar zinnen giet, is in werkelijkheid vaak een proces dat jaren kan duren. Vooral voor degenen die nooit leerden om hun eigen gevoelens serieus te nemen kan het erkennen van jezelf een haast onmogelijke opgave lijken.

Mocht je daarin steun willen, neem gerust contact met me op. Ik ben er graag voor je, of je nou een kerkverlater of een kerkblijver bent, dat maakt voor mij niet uit, het gaat tenslotte om jóuw inzichten, jóuw geweten en jóuw unieke weg.

Wat ik het liefst zou willen met deze serie, is deze in groepen bespreken. Ik denk dan bijvoorbeeld aan gemeenteavonden waarbij het thema ‘kerkverlating’ is. Ik ben daar graag respectvol aanwezig, de pijn erkennend en meedenkend, en daarbij deel ik graag van de ervaringen en inzichten waarmee ik dagelijks werk. Ook als gastspreker kom ik graag meer vertellen over kerkverlating. Neem gerust contact met me op.

Ik heb van ‘kerkverlating’ mijn beroep gemaakt, niet omdat kerkverlating mijn uiteindelijke doel is, maar omdat ik vind dat er veel te weinig aandacht is voor de psychische en relationele gevolgen rondom (mogelijke) kerkverlating. Vandaar deze serie en vandaar – bij deze – mijn oproep om dit zoveel mogelijk te delen. Openbaar, op social media, maar ook privé door bijvoorbeeld iets door te sturen naar iemand waarvan je weet dat die (in het gezin) te maken heeft met kerkverlating.

Vriendelijk bedankt!

Met liefde,

Inge

Meer info over de aanleiding, het doel en de doelgroep van deze serie vind je hier: >KLIK<

Deel I, ‘foute’ uitspraken over de psyche en het proces van de ander, vind je hier: >KLIK<

Deel II, ‘foute’ uitspraken over het hart en de intentie van de ander, vind je hier: >KLIK<

About Inge Bosscha

Aandachtig, openhartig, (zelf)kritisch en verbindend. Trainer, coach en inspirator. Deskundige op het gebied van (het loslaten van) aangeleerde religieuze dogma's en belemmerende overtuigingen.

Jouw reactie kan anderen tot steun zijn.